Zoeken naar het Geleense mijnverleden

De steenkoolmijnen veranderden Limburg begin vorige eeuw in snel tempo van een boerengemeenschap in een industriële samenleving. De Koempelroute herinnert aan dat inmiddels al weer grotendeels weggepoetste verleden.

Wie de Koempelroute in het Zuid-Limburgse Geleen wil lopen moet omlaag kijken, waar gekleurde tegels de weg wijzen. ¿Dat hebben we met opzet gedaan¿, zegt Wiel Gielkens, mede-initiatiefnemer van de wandeling. ¿Want daar beneden, ondergronds, gebeurde het allemaal.¿

Daar, onder de grond, bevinden zich nog altijd vele kilometers aan gangen, waar talloze mijnwerkers (koempels in het Limburgs) zich decennialang een weg hebben gebaand op zoek naar het zwarte goud. Dat er steenkool was in deze contreien was al lang bekend, al sinds de jaartelling werd het op kleine schaal benut. Met de opkomst van de moderne industrie en het massatransport in de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg het echter een waarde die het dorpse gebruik ver oversteeg. Proefboringen wezen uit dat de drie kerkdorpen die samen Geleen vormen zich op wel heel lucratieve grond bevonden. In 1926 werd de mijn Maurits, als onderdeel van De Staatsmijnen, officieel in gebruik genomen.

Zo'n veertig jaar lang was de Maurits pontificaal aanwezig. De ontginning van steenkoollagen zette het landschap op zijn kop, huizen werden gesloopt, hele wijken aangelegd omdat de mijnactiviteiten dat vereisten. Gevestigd op een complex van zo'n miljoen vierkante meter bood de Maurits in zijn hoogtijdagen werk aan tienduizend mensen, onder en bovengronds. Die behalve voor hun inkomen ook vaak voor huisvesting, gezondheidszorg en ontspanning afhankelijk waren van de mijn.

De herinnering aan die tijd is het thema van de Koempelroute: een tocht die wel wat inlevingsvermogen en toelichting vereist, want dat verleden dringt zich nu bepaald niet meer op. De steenkoolindustrie is niet alleen in Geleen, maar ook elders in Limburg, vakkundig weggepoetst. Bij de operatie van 'zwart naar groen' in de jaren zeventig werden gebouwen opgeblazen, mijnschachten afgedicht, afvalbergen afgegraven. De enige mijn waar je het benauwde nog kunt ervaren - in Valkenburg - is een nagemaakte. Wie weet nog dat DSM ooit stond voor Dutch State Mines?

In Geleen is alleen het hoofdgebouw van de Maurits blijven staan. In dit in Amsterdamse Stijl opgetrokken gebouw kregen de mijnwerkers aan het eind van de week hun loon uitbetaald. Aan de overkant staat beschermheilige Sint Barbara er wat verlaten bij. Talloze mijnwerkers heeft ze aan zien komen, lopend of fietsend onder de spoorbrug door, op weg naar hun werk. Ze heeft heel wat schietgebedjes gekregen, vermoedt Wiel Gielkens. Nu rijdt slechts een enkele auto haar achteloos voorbij.

Meer dan dit eenzame beeld werpen twee andere monumenten een licht op wat de mijn voor de stad - en de regio - heeft betekend. Hoewel heel verschillend hebben het in 1953 onthulde mozaïek van de Maastrichtse kunstenaar Harrie Schoonbrood (1898-1972) en het uit 1938 daterende mijnwerkersmonument van de Heerlense architect Eugène Quanjel (1897-1998) hetzelfde thema: de overgang van een agrarische naar een industriële samenleving.

De mijnen sleurden Zuid-Limburg de twintigste eeuw in, en dat ging niet zonder slag of stoot, zegt Gielkens. Het mijnwerkersbestaan bracht een heel ander soort discipline met zich mee dan het van de seizoenen afhankelijke boerenleven. De komst van duizenden niet-Limburgers brak bovendien de kleine, gesloten gemeenschappen in het gebied open, en maakte van Geleen een waereldsjtadt. De plaatselijke bevolking, inclusief de katholieke kerk, stond niet de springen. Gielkens: ¿Veel niet-katholieken, vaak ook nog vrijgezel, dat kon niet goed gaan.¿

Nieuwkomers werden daarom ondergebracht in zogenaamde kolonies. In Geleen gebeurde dat in Lindenheuvel. In de jaren dertig kreeg deze wijk het aanzien van een tuindorp. Gielkens: ¿Allemaal huisjes met een tuin.¿ De suggestie van het plattelandsleven moest stadse fratsen, inclusief het door kerk en staat verfoeide socialisme, voorkomen. Nog altijd doet Geleen (bijna 40.000 inwoners) amper stedelijk aan.

'De mijnen gingen open, de mijnen gingen dicht', is de titel van een boek die de geschiedenis van de mijnindustrie adequaat samenvat. Werd Geleen in de jaren twintig resoluut een nieuwe tijd in getrokken, in 1967 was het van de ene op de andere dag weer voorbij. Twee jaar nadat Joop den Uyl in zijn functie als minister van economische zaken de sluiting van de mijnen had aangekondigd, ging de Maurits - de meest moderne van alle mijnen - als eerste dicht. In 1974 was het gedaan met de mijnindustrie in heel Zuid-Limburg gedaan. De vraag naar de betekenis van die periode laat zich door de Koempelroute maar gedeeltelijk beantwoorden. Maar maakt wel nieuwsgierig.

De Staatsmijnen
Waarom?

Vorige maand presenteerde DSM een nieuw logo om aan te geven dat het zich niet langer als chemisch maar als biotechnolgisch bedrijf beschouwt oftewel een 'Life Sciences and Materials Sciences company'. Het is de tweede grote gedaantewisseling van het bedrijf. Want aan de chemie gingen de kolen vooraf. De oorsprong van DSM ligt in Zuid-Limburg waar het in 1902 als De Staatsmijnen/Dutch States Mines begon. Op het eerste logo stonden overigens drie koeltorens.

De route

De Koempelroute (zo'n zes kilometer) heeft de vorm van een acht en is daardoor makkelijk in de korten. De wandeling is aangegeven met speciale tegels. Toch is het aan te raden (ook) gebruik te maken van het boekje 'Geleen, mijn domein', waarin uitleg staat over ondermeer namen van straten, pleinen en beelden. Het boekje is te verkrijgen via de Stichting Museum en Expositie Geleen (www.stichtingmeg.nl).

Openbaar vervoer

Geleen is bereikbaar per trein. Vanaf station Lutterade is het ongeveer 10 minuten lopen naar de markt, de aardigste plek om de wandeling te beginnen.

En verder

Meer zien of weten? Op de site www.domanialemijn.nl staan onder het kopje 'focus op' nog fietstochten en wandelingen in de regio met de mijnen als thema. Of ga naar het Mijnmuseum in Heerlen (www.nederlandsmijnmuseum.eu). Ook de website www.demijnen.nl biedt veel informatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden