Zoeken naar de bronnen van het kwaad

Timothy Snyder, Jean-Louis Vullierme en Ian Kershaw over oorlog en vernietiging in de twintigste eeuw

Auschwitz groeide uit tot een symbool voor routinematig moorden, een nietsontziende bureaucratie, de geïndustrialiseerde dood. Hoe gek dat ook mag klinken, het hielp bij het ontwijken van ongemakkelijke vragen na 1945. Dat beweert historicus Timothy Snyder in zijn nieuwe boek 'Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust'.

De fabrieken des doods lagen verscholen achter rijendik prikkeldraad, als een duivelseiland in een zee van onwetendheid. Dat aan al de gruwelijkheden menselijke keuzes ten grondslag lagen, sneeuwde een beetje onder. Het vernietigingskamp als geheim exces maakte het bovendien aannemelijker dat de meeste Duitsers es nicht gewusst hadden.

Grotesk, noemt Snyder die bewering dat ze het niet wisten. En als ze al geen weet hadden van de werkelijkheid van de kampen, dan hadden ze in heel veel gevallen rechtstreeks of viavia wel weet van de massa-executies en andere barbarij buiten die kampen. Want voordat Auschwitz een belangrijk vernietigingskamp werd, was het overgrote deel van de Joden verder naar het Oosten al op beestachtige wijze afgeslacht.

Dat was dan ook de reden waarom Auschwitz als symbool de Sovjet-Unie al evengoed uitkwam. Haar soldaten hadden het kamp bevrijd en part noch deel gehad aan de uitroeiing ter plekke, terwijl ze wel een prominente rol hadden gespeeld bij de antisemitische wandaden eerder in de oorlog.

Historici blijven op zoek naar de bronnen van het grote kwaad van de twintigste eeuw. Snyder doet het in 'Zwarte aarde'. Jean-Louis Vullierme verkent doen en denken in 'De spiegel van het Westen. Het nazisme en de westerse beschaving'. Ian Kershaw zet de vernietiging in het perspectief van de geschiedenis van de eerste helft van de vorige eeuw in 'De afdaling in de hel. Europa 1914-1948'.

Snyder, hoogleraar geschiedenis aan de Yale-universiteit, schreef eerder onder meer 'De rode prins. Het einde van een dynastie en de opkomst van het moderne Europa' (over een Habsburgse prins en de Oekraïense natievorming tijdens het interbellum), en het terecht veelgeprezen 'Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin' (2011) over de gruwelijke geschiedenis van een gebied gemangeld tussen twee totalitaire staten. Op dit laatste boek is 'Zwarte aarde' een logisch vervolg.

Met veel kennis van zaken en een fijne pen geeft Snyder een beeld van de gebeurtenissen in Midden- en Oost-Europa en hun achtergronden. Zijn boek laat zien dat er voor de Joden in het in 1939 via het Molotov-Ribbentrop-pact opgedeelde gebied eigenlijk geen ontkomen aan was. Twee miljoen leefden er in door de Duitsers veroverd gebied, nog eens twee miljoen in het deel waar de Sovjets hun opwachting maakten. Vrijwel niemand van hen overleefde de oorlog.

Jean-Louis Vullierme wil in 'De spiegel van het Westen' het gangbare denken over de bronnen van het nationaal-socialisme verdiepen. Fel antisemitisme en de woede over de opgelegde Vrede van Versailles worden meestal genoemd als hoofdingrediënten van het gif dat Hitler en de zijnen Duitsland en omstreken toedienden. De Franse filosoof hekelt het gemak waarmee het nationaal-socialisme in het academisch debat nog vaak als iets irrationeels en ondemocratisch wordt weggezet. Dat staat kritisch zelfonderzoek in de weg en ondergraaft de waakzaamheid. Deze denktrant volgend zou iets soortgelijks immers niet in onze democratieën vol rationele burgers kunnen gebeuren.

"Hitler was gek noch origineel", kopte deze krant drie weken geleden boven een interview met Vullierme. Monsterlijk is niet hetzelfde als irrationeel, waarschuwt de schrijver. Veel van de gruwelijkheden waren beredeneerd en overgoten met een wetenschappelijk of semiwetenschappelijk sausje van bijvoorbeeld sociaal-darwinisme of eugenetica.

De Fransman wijst verder op de inspiratie die de nazi's putten uit het wrede optreden van keurige Europese naties die zich elders in de wereld hun deel van de koloniale koek wilden toe-eigenen. Op het resoluut negeren door Engeland van de moordende hongersnood in Ierland rond 1850. En Vullierme benadrukt de voorbeeldwerking van het raciaal suprematisme in de Verenigde Staten. Zo is het veelzeggend dat Erich Koch, de Duitse rijkscommissaris van Oekraïne, de inwoners van dat land 'negers' noemde.

Snyder legt een soortgelijk verband in zijn boek. Het veroveren van Lebensraum in het oosten, waarvoor de oorspronkelijke bevolking maar moest wijken, was volgens hem voor een belangrijk deel geënt op de Amerikaanse Droom en de trek naar het Westen van de Verenigde Staten.

Maar waar Snyder prima schrijft, verstopt Vullierme zijn vaak prikkelende inzichten in

nodeloos ingewikkelde formuleringen. Een voorbeeld, over Hitlers eenpartijstelsel, dat als voornaamste doel had om overal en altijd de oppositie tegen zijn plannen te beperken: "Het eenpartijstelsel is autofaag. Het kan zijn roofzuchtige metabolisme pas op de buitenwereld richten als het eerst zijn krachten heeft verbruikt om de centrifugale krachten in te dammen die het systeem onvermijdelijk treffen."

Er was geen direct verband tussen de economische crisis en het succes van radicaal-rechts in het Europa van de jaren dertig, stelt Ian Kershaw in 'De afdaling in de hel'. Mussolini greep de macht in Italië, toen er van een depressie nog geen sprake was. In andere landen die na 1929 zwaar werden getroffen kreeg het fascisme niet of nauwelijks voet aan de grond. Soms begon het succes van extreem-rechts er pas toen de economie alweer flink aantrok. Waar staatsgezag langdurig in diskrediet werd gebracht, de elites zwak waren en het politiek landschap een versplinterd beeld te zien gaf, konden de fanaten tijdens het interbellum hun kans grijpen.

Met de focus op de eerste helft, van wat collega-historici wel eens 'de korte twintigste eeuw' (1914-1989) hebben genoemd, kan Kershaw ook de vergelijking maken tussen het begin van de Eerste en het begin van de Tweede Wereldoorlog. In 1914 gleden politici en militairen min of meer per ongeluk over het randje van de afgrond en belandden ze slaapwandelend in een catastrofe. Toen de confrontatie eenmaal daar was, riep het vooruitzicht van een heroïsche strijd bij een behoorlijk deel van de bevolking enthousiasme op.

Een kwarteeuw later niets van dat alles. Een nieuwe oorlog joeg de Europeanen al bij voorbaat angst aan. Dit keer kwam de ellende minder onverwacht. Hitler wist als gehaaide afperser lang zonder militair treffen zijn territoriale zin door te drijven, maar naarmate het einde van de jaren dertig naderde, werd het steeds duidelijker dat het een keer fout moest gaan.

Kershaw, hoogleraar moderne geschiedenis aan de universiteit van Sheffield, verwierf wereldfaam door zijn tweedelige biografie van Adolf Hitler, samen goed voor ruim 2000 pagina's. Daarna schreef hij onder meer 'Keerpunten. Tien beslissingen die de loop van de Tweede Wereldoorlog voorgoed veranderden'. Even legendarisch als zijn Hitler-biografie zal Kershaws Europese geschiedenis niet worden, maar dat neemt niet weg dat zijn eerste deel een knap boek is. De auteur beheerst zijn materie en weeft schijnbaar achteloos politieke, militaire, sociale, economische en culturele geschiedenis door elkaar heen, waarbij hij bij tijd en wijle ook nog eens inzoomt op specifieke landen of delen van Europa.

De Britse minister van buitenlandse zaken sir Edward Grey liet zich al bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet meeslepen door het enthousiasme alom over de confrontatie tussen naties. Hij begreep dat het mede dankzij de moderne bewapening zou uitdraaien op geïndustrialiseerde massaslachtingen. "Overal in Europa gaat het licht uit" somberde hij. "Wij zullen niet meer meemaken dat het wordt ontstoken."

Het relaas van de 34 jaren die volgden stemt inderdaad niet vrolijk: twee wereldoorlogen, talloze kleinere burgeroorlogen, hongersnoden als gevolg van politieke beslissingen, een economische depressie en grootschalige etnische zuiveringen. Desondanks bleef de Europese bevolking groeien, zij het niet zo hard als in de laatste helft van de negentiende eeuw. Er kwamen, althans in grote delen van het continent, meer en betere woningen beschikbaar. Medische zorg en hygiëne verbeterden. Cultuur en amusement eisten een steeds prominentere plaats op in de levens van doorsneeburgers.

'De afdaling in de hel' maakt nieuwsgierig naar wat de Brit gaat maken van het tweede en laatste deel van zijn geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw. Niet dat de periode vanaf 1949 zonder conflicten verliep, maar voor een historicus met een oeuvre vol geweld en vernietiging zal het wennen zijn op iets vreedzamer terrein. En de visie van een Brit op het Europese eenwordingsproces kan zomaar eens prikkelende stof opleveren.

Ian Kershaw: De afdaling in de hel. Europa 1914-1948 (To Hell and Back. Europe 1914-1949)

Vert. Huub Stegeman, Unieboek / Het Spectrum;

640 blz. euro 29,99 (paperback), euro 39,99 (gebonden)

Timothy Snyder : Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust (Black Earth)

Vert. Bep Fontijn en Willem van Paassen. Ambo/Anthos; 464 blz. euro 29,99 (paperback), euro 39,99 (gebonden)

Jean-Louis Vullierme: De spiegel van het Westen. Het nazisme en de westerse beschaving (Miroir de l'Occident. Le nazisme et la civilisation occidentale) Vert. Manik Sarkar. De Bezige Bij; 480 blz. euro 39,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden