Zoek de tranengoochelaar in jezelf

Het huidige Hongarije is veel kleiner dan de Hongaarse wereld. Twee recent vertaalde romans getuigen daarvan. Antoine Verbij is vooral onder de indruk van Darvasi’s ’tranengoochelaars’.

Lázló Darvasi: De tranengoochelaars. Uit het Hongaars vertaald door Frans van Nes. Wereldbibliotheek, Amsterdam. ISBN 9789028422285; 399 blz. euro29,95

György Dragomán: De witte koning. Uit het Hongaars vertaald door Rebekka Hermán Mostert. Atlas, Amsterdam. ISBN 9789045000909; 287 blz. euro19,90

Het is een merkwaardige wereld, daar tussen Wenen en Boekarest. Het was en is nog altijd de wereld van de Hongaren, ook al is de huidige Hongaarse staat nog maar een fractie van het gebied. Het is in de loop van de geschiedenis echter ook het land geweest van de Turken, de Joden, de Duitsers, de Tataren, de Roma en wie niet al.

Het gebied kent een bewogen geschiedenis, getekend door de overheersing door vreemde mogendheden. Het is onderworpen geweest aan de Turken, de Habsburgers, de Sovjet-Russen. En telkens waren de Hongaren verdeeld. Een volk van collaborateurs en opstandelingen.

Toevallig zijn zojuist twee Hongaarse romans in Nederlandse vertaling verschenen die van die bewogen geschiedenis getuigen. De verhalen die ze vertellen liggen precies driehonderd jaar uiteen. In ’De tranengoochelaars’ van Lázló Darvasi staat het jaar 1686 centraal, toen Boedapest van de Turken werd bevrijd. ’De witte koning’ van György Dragomán speelt in 1986 in een Hongaarse stad in Ceausescu’s Roemenië.

Beide romans zijn doortrokken van geweld. En van de vertwijfelde pogingen van mensen om dat geweld met magie te bezweren. In 1686 zijn het de mysterieuze tranengoochelaars die overal mensen tegen rovende, moordende en verkrachtende troepen beschermen. In 1986 is het een schaakstuk, een witte koning, dat een jongetje van elf helpt de macht van Ceausescu’s onderdrukkingsapparaat te weerstaan.

Beide romans hebben iets magisch-realistisch. Het gaat om reële historische gebeurtenissen, vertekend en opgekleurd door mythen, legenden, geruchten en sprookjes. In Darvasi’s roman zijn het quasi-kroniekschrijvers die de reële geschiedenis optuigen met hun rijke verbeelding en hun geloof in magische samenhangen. In Dragománs verhaal is het de kinderlijke fantasie van een beginnende puber die de werkelijkheid magische proporties verleent.

In ’De tranengoochelaars’ schildert Darvasi een breugeliaans panorama van de woeligste periode uit de Hongaarse geschiedenis. Het verhaal volgt personages wier leven wordt opgeschud door de strijd tussen moordzuchtige krijgsheren en de machtswillekeur van de Turkse overheersers. Maar dan verschijnt daar ineens het merkwaardige gezelschap van de tranengoochelaars.

Het zijn er vijf: een Jood, een Serviër, een Bosniër, een Roemeen en een Hongaar. En ze trekken rond in een huifkar waarop een grote, blauwe traan is geschilderd. Hun kunstje is dat ze op merkwaardige manieren huilen. De een huilt bloed, de ander honing, de derde zwarte zaadjes, de vierde ijs en de laatste spiegeltjes.

Maat wat ze vooral doen is mensen redden. Ze verplaatsen mensen, laten ze tijdelijk verdwijnen, brengen ze naar veiliger oorden. Ze beschermen kinderen en dwergen, verenigen geliefden, bestraffen moordenaars en verkrachters en stellen machthebbers en krijgsheren voortdurend voor raadsels.

De Turkse stadhouder van Boedapest huurt de beste spion van de wereld in om uit te vinden wie ze zijn en wat ze willen. Jozef Bezdán heet hij, hij zegt geen woord maar heeft een sprekende blik waaruit de mensen zijn vragen en antwoorden aflezen. De tranengoochelaars vindt hij niet, hij vindt slechts de mensen die zij hebben beschermd. Maar aan zijn zoektocht ontleent hij een sterk gevoel voor waarheid en leugen en voor goed en kwaad.

„En de spion beseft nog iets. Om erachter te komen wie de tranengoochelaars zijn, moet men alleen zichzelf in de gaten houden en niet een ander. De wereldspion Jozef Bezdán begint zichzelf te observeren. En wie zichzelf ooit bespioneerd heeft, weet wat een dodelijk zware, zelfvernietigende arbeid dit is.”

Dat is een moderne wijsheid in een prémoderne geschiedenis. Maar daar is het Darvasi ook om te doen. Hij schreef ’De tranengoochelaars’ als een parabel over de oorlog in het algemeen. In zijn achterhoofd speelde de Balkanoorlog van eind vorige eeuw, waarover hij al in andere verhalen schreef. Ook na driehonderd jaar trekken troepen nog moordend en verkrachtend door Europa en grijpen mensen naar mythen en magie om het geweld te bezweren.

Dragománs ’Witte koning’ is ook uit mythen geboren. Het is de mythe over de doelman Helmuth Duckadam van Steaua Boekarest, die in de Europacup I finale van 1986 tegen FC Barcelona vier penalty's stopte. Volgens de ene mythe liet Ceausescu toen uit afgunst diens armen breken, volgens een andere deed Ceausescu’s zoon dat omdat hij diens Mercedes wilde.

Geen van beide is waar. De keeper leed aan een botziekte. Ook niet waar is Duckadams verhaal dat in 1986 keepers in Roemenië werd aangeraden de bal zo weinig mogelijk aan te raken, vanwege de radioactieve neerslag op de voetbalvelden als gevolg van de atoomramp in Tsjernobyl.

Op deze opeenstapeling van mythen bouwde Dragomán zijn roman. Hij gaat over een jongetje wiens vader in Ceausescu’s strafkampen verdwijnt. De elfjarige Dzjata is keeper en zijn trainer dwingt hem met geweld een wedstrijd op een door de ramp in Tsjernobyl besmet veld te spelen.

’De witte koning’ is eigenlijk een reeks losse verhalen met de vaderloze Dzjata, zijn Joodse moeder, zijn partijgetrouwe grootvader en zijn rouwdouwerige vriendjes als constanten. Er zijn mooie verhalen bij, zoals over de gepensioneerde partijbons bij wie zijn moeder iets voor zijn vader gedaan wil krijgen. Daar steelt Dzjata in een absurd gevecht met een schaakmachine de witte koning, die hem voortaan als talisman dient.

Maar de meeste verhalen hadden ook elders en in andere tijden kunnen spelen. Jongetjes van elf denken altijd en overal magisch en zijn altijd en overal bezig met geweld. Vergeleken met de penibel precieze kroniek van Darvasi hangt Dragománs verhalencollectie in een historisch vacuüm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden