Column

Zodra iemand Nederlandse symbolen ter discussie stelt, breekt blinde paniek uit

Stevo AkkermanBeeld Trouw

Soms lijkt het alsof Nederland een beetje bang is, en dan gaat het van de weeromstuit stoer lopen doen. 

Dat gebeurt op allerlei momenten, maar nooit zo heftig als wanneer nationale symbolen in het spel zijn, en nationaler en symbolischer dan Zwarte Piet krijg je het eigenlijk niet, wiedewiedewiet.

Het is toegestaan bezwaar aan te tekenen tegen deze wat merkwaardige traditie – we leven in een vrij land – maar daarvoor moet je wel van goeden huize komen; fundamentele rechten, zoals dat op demonstreren, kunnen in de hitte van de strijd zomaar het raam uitvliegen. Dit jaar in Dokkum, vorig jaar in Rotterdam en Maassluis, eerder in Gouda.

Alleen als het gaat om het koningshuis schieten de autoriteiten in eenzelfde kramp: bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima werd een man gearresteerd en beboet omdat hij foto’s liet zien van slachtoffers van het Argentijnse generaalsregime, bij de kroning van Willem-Alexander werden twee dwarsliggers aangehouden omdat ze bordjes bij zich droegen met de tekst: ‘Geen monarchie, maar democratie’ en ‘Ik ben geen onderdaan’. Alles goed en wel met je vrijheid van meningsuiting, als ons feest maar niet verstoord wordt. En dan vooral ons kinderfeest.

Geloof in Zwarte Piet

Dat laatste begrijp ik, al vraag ik me af hoe eng het voor kinderen zou zijn om te horen dat sommige mensen liever zouden zien dat Zwarte Piet niet zwart was. “Kinderen geloven in Zwarte Piet, niet in Witte Piet,” zei een van de mannen die de A7 blokkeerden. Ook dat begrijp ik, maar ik denk niet dat kinderen met dat geloof ter wereld komen, zelfs niet in Dokkum. Het zijn de ouders die de verhalen vertellen en de inhoud van het kinderfeest bepalen, en het zijn de ouders die dat niet willen veranderen, bang als ze zijn voor het verlies van eigenheid, uitgedrukt in traditie en folklore.

Dezelfde angst ligt ten grondslag aan de politieke herontdekking van vlag en volkslied, de zoektocht naar bronnen van trots in onze vaderlandse geschiedenis, het verlangen naar herstel van nationale gemeenschap. Het is niet mijn bedoeling daar schamper over te doen, maar ik denk dat we onszelf tekort doen als we houvast zoeken in uiterlijkheden – die suggereren misschien wel eenheid, maar ze worden nergens door gedragen en zodra iemand ze ter discussie stelt, breekt blinde paniek uit en weten we niets beters te verzinnen dan de tegenstem klem te rijden. Tot arrestaties leidt dat niet, daarvoor moet je echt serieus de wet overtreden.

Intussen bevat onze cultuur genoeg om uit te putten nu het land, opgestookt door gretige politici, zich afvraagt wat zijn identiteit is. Vrijheid, rechtsstaat en democratie zijn geen kleine dingen, en dat je in Nederland mag zeggen wat je denkt, ook in de buitenlucht, is niet zomaar. Het heeft te maken met het idee dat de democratie er niet alleen is voor de meerderheid, maar ook voor de minderheid – dat is onze kracht.

Waar zijn we bang voor? Dat toekomstige generaties kinderen een trauma oplopen als Piet niet zwart meer is? Kom op.

Lees meer columns van Stevo Akkerman op trouw.nl/stevoakkerman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden