Zoals in Alphen, zo moet het

interview | In het eerste jaar dat Gerard Bakker het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa) leidt, heeft hij het aantal bedden ruim moeten verdubbelen. En rustiger wordt het nog niet. 'Ik probeer niet alleen aan vandaag, maar ook aan overmorgen te denken.'

Het is zeer ongebruikelijk: als krant vragen om een interview met één persoon en vervolgens tegenover twee mensen plaatsnemen. Ons verzoek was om Gerard Bakker te spreken, sinds een jaar bestuursvoorzitter van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa). Na een paar weken volgde een uitnodiging. We zijn van harte welkom. Niet op het hoofdkantoor in Rijswijk, maar wel op het stadhuis van Alphen aan den Rijn. Burgemeester Liesbeth Spies schuift dan ook graag aan, zo luidt de toelichting.

Bijzonder, want waarom zou een ervaren bestuurder als Bakker het interview niet in z'n eentje afkunnen? Omdat hij dat in de praktijk ook niet kan, legt hij uit op de werkkamer van Spies. "Ik heb de gemeenten heel hard nodig. Gebouwen kan ik huren of kopen, maar bestuurlijk draagvlak moet van de burgemeesters komen. Dat is hier in Alphen aan den Rijn in een heel korte periode gelukt."

In vier dagen om precies te zijn, vertelt Spies. Op een maandag in oktober kreeg ze een telefoontje met de vraag of een nog dienstdoende gevangenis in de gemeente voor zes maanden plek kan bieden aan 1140 asielzoekers. Die dinsdag heeft ze overlegd met de wethouders en zijn de omwonenden geïnformeerd. Donderdag volgde een bijeenkomst voor bewoners en raadsleden, direct gevolgd door de stemming in de gemeenteraad. De uitkomst: 38 stemmen voor, één stem tegen. Spies: "Dan ben je toch wel weer trots op je eigen stad."

Bakker ziet Alphen als schoolvoorbeeld. De tijdelijke opvanglocatie die inmiddels de deuren heeft geopend, is precies het type waar de Coa-directeur er meer van wil. Nu zijn er nog drie soorten: crisisnoodopvang in sporthallen voor in beginsel drie dagen, noodopvang voor een paar maanden in lege kazernes en tenten én opvang in reguliere asielzoekerscentra. Naar die azc's moet iedereen uiteindelijk doorschuiven; dáár beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de asielaanvraag.

Van de omstreden paar-dagen-opvang wil Bakker zo snel mogelijk af, vooral door met hulp van gemeenten meer tijdelijke plekken à la Alphen te creëren. "Die 72-uurs-noodopvang vergt een enorme inspanning van de gemeente en vrijwilligers", verklaart Bakker zijn keuze. "Een locatie waar mensen een paar maanden kunnen blijven, geeft veel meer rust. Dan ben je niet elke drie dagen mensen van de ene naar de andere plek aan het brengen."

Heeft u er begrip voor dat een vrij groot deel van de gemeenten niet thuisgeeft en zegt: het lukt bij ons gewoon niet?

Bakker: "We hebben op zo'n 80 plaatsen opvanglocaties en met zo'n 120 gemeenten zijn we aan het praten. Dat betekent dat er ook zo'n tweehonderd gemeenten zijn waar we nog mee in gesprek gaan. Ik zie dat er absolute bereidheid is om over het vraagstuk te spreken. Het is ook niet alleen een kwestie van opvang. Er zitten nu 16.000 vergunninghouders in azc's te wachten op een huis. Moet u zich voorstellen: als die 16.000 mensen bij mij uit de opvang zouden zijn, dan betekent dat dat er 20 azc's vrijkomen. Die plaatsen zijn hard nodig voor de instroom van nieuwe mensen die hier asiel willen aanvragen. De prop moet uit het systeem."

Neemt u het gemeenten kwalijk dat zij deze vluchtelingen niet snel genoeg aan een huis weten te helpen?

Bakker: "Nou ja, het is duidelijk dat dat voor gemeenten ook een enorme opgave is. Als je kijkt naar de historie, dan zit het aantal asielzoekers dat nu binnenstroomt in de hoge regionen. Dat gaan er dit jaar tussen de 50.000 en 60.000 worden. Dat is een all time high. Ik zie bij gemeenten nu een enorme creativiteit op gang komen om anders te kijken naar dat huisvestingsvraagstuk. Vastgoed wordt omgebouwd. Kleine locaties die in het verleden zijn aangeboden voor asielzoekers, blijken ook geschikt om statushouders in op te vangen. Het is een onconventioneel vraagstuk dat vraagt om onconventionele oplossingen."

Spies: "Ik merk dat gemeenten ook naar elkaar beginnen te kijken. Doen we allemaal wat we kunnen? Zegt een gemeente dat het niet lukt om mensen op te vangen, dan is dat geen antwoord. We spreken elkaar steeds meer aan op de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het kan niet dat de ene gemeente relatief veel meer doet dan de ander."

Veel gemeenten zeggen best asielzoekers te willen opvangen, maar kleinschalig. Waarom houdt u dan toch vast aan grote locaties?

Bakker: "We hebben in het verleden enorm veel ervaring opgedaan met de opvang van asielzoekers. Een locatie moet enige omvang hebben om de veiligheid, gezondheidszorg en leefbaarheid te waarborgen. Ook op kleine locaties moeten die faciliteiten voorhanden zijn. Ik kijk nu heel zorgvuldig naar de mogelijkheid om naast grotere locaties kleinere locaties neer te zetten. Dan kan er een soort satellietverbinding ontstaan. Maar het zal wel een mix moeten zijn, omdat het om een enorme hoeveelheid mensen gaat. Met alleen maar kleine locaties lukt het niet om al die mensen onder te brengen."

Spies: "We vangen hier in Alphen 1090 alleenstaande mannen en 50 vrouwen gedurende een half jaar op. Door de schaal heb je ook de nodige zorgen. Denk aan het verleden wat ze met zich meebrengen, de onzekerheid die ze tegemoet gaan, de verschillende etniciteiten en achtergronden die we op zo'n kleine oppervlakte bij elkaar huisvesten. Dat vergt heel veel. Want potverdorie, iedereen ziet graag het gezin met vijf kinderen komen, maar al die alleenstaanden en in deze omvang, daar moet men toch echt wel aan wennen."

U pleit voor draagvlak, maar als het Coa aanbiedingen afslaat, leidt dat juist tot onbegrip bij gemeenten. Hoe gaat u daar mee om?

Bakker: "Het is in dat soort gevallen altijd goed om naar de feiten te kijken. Zeker als het gaat om tijdelijke opvang zeg ik geen 'nee' tegen een locatie voor 150 of 200 mensen. Soms wordt er ook iets aangeboden door een partij die niet de eigenaar is van het pand. Dan moet je dus eerst met de eigenaar van het object kijken of je eruit kunt komen. En soms blijkt dan dat zo'n locatie voor 50 of 75 mensen niet geschikt is voor opvang, maar wel voor huisvesting van statushouders. Daarom kijk ik ook naar locaties die in het verleden zijn afgewezen."

Tegelijk leven in de samenleving zorgen over de komst van opvanglocaties. Ouders vragen zich af of hun kinderen nog alleen over straat kunnen. Worden die zorgen met cijfers gestaafd?

Bakker: "Die mensen voelen dat zo, dus dat nemen we serieus. We registreren alle incidenten die zich voordoen. Dat kan gaan over roken op een plek waar het niet mag of herrie maken als dat niet gepast is. Soms is er een vechtpartij. Dat is van alle tijden en gebeurt ook in de normale maatschappij. Is de openbare orde in het geding, dan wordt er een proces-verbaal opgemaakt en gekeken of mensen daarvoor veroordeeld kunnen worden. Die meldingen delen we ook met de IND. Dat gaat heel zorgvuldig."

Spies: "Tot op heden is in de harde cijfers vooral rust te melden. We hebben in de paar weken dat we nu bezig zijn in Alphen te maken gehad met één winkeldiefstal, één fietsendiefstal en drie bewoners die het niet helemaal met elkaar eens waren. Die zaken zijn allemaal op het politiebureau afgehandeld. In het eerste weekend waren er ook jongens uit Alphen die met hun dronken hoofd na een avondje stappen met blikjes richting de noodopvang aan het gooien waren. Het gaat dus twee kanten op.

"Wil je dit zonder al te veel gedoe tot een goed einde brengen, dan moet je onderling goede afspraken maken. Bij de supermarkt kun je bijvoorbeeld gratis koffie inschenken, maar de versgeperste sinaasappelsap moet je afrekenen. Dat wist niet iedereen. Dan zeggen medewerkers van de noodopvang 's ochtends: 'Heren, dit zijn de gebruiken'. Er waren ook jongens die op hun smartphone hadden gezien dat de kortste route naar een bepaalde horecavoorziening over de Rijksweg was. Dan vertellen woonbegeleiders hen de volgende dag dat dat niet de handigste route is."

Maakt u zich zorgen dat het op een dag niet lukt om iedereen een bed te bieden?

Bakker: "We weten dat er zestig miljoen mensen op de vlucht zijn. Een groot deel wordt opgevangen in de regio, een klein deel van hen komt naar Europa toe, en een nog kleiner deel komt naar Nederland. Maar dat deel staat wel in Ter Apel om asiel aan te vragen en wil 's avonds graag een bed. Het is elke dag spannend, maar het is tot nu toe nog steeds gelukt. Het punt is de tijd. Dat is m'n grootste vijand op dit moment. Het moet snel."

Waar houdt u voor volgend jaar rekening mee?

Bakker: "Dat is afhankelijk van zoveel factoren. In andere jaren had je in de winterperiode een verminderde instroom van mensen, maar door de Balkanroute is dat op dit moment niet het geval. Dan heb je nog de internationale ontwikkelingen in landen als Syrië, Afghanistan en Irak. De ontwikkelingen op het politieke vlak. Ik probeer me vanuit verschillende scenario's niet alleen op morgen voor te bereiden, maar ook overmorgen. Vandaar ook het overleg met de gemeenten en provincies. Op alle vlakken zijn we bezig."

Is de voorbereiding in het recente verleden niet ook het probleem geweest? Het Coa vaart vrij scherp aan de wind. U sluit locaties als u ze niet direct nodig heeft.

Bakker: "Ik heb in het begin van het jaar aangegeven dat er minimaal 10.000 bedden bij moesten komen. Dat is gelukt, maar het aantal mensen dat uiteindelijk is binnengekomen, heeft onze verwachtingen overtroffen. We zijn dit jaar van 20.000 naar 45.000 bedden gegaan. Daar kun je niet op anticiperen. Hoeveel buffercapaciteit moet je hebben om dat op te vangen? Zo'n grote hoeveelheid leegstaand onroerend goed kun je niet achter de hand houden. In die toekomst willen we een netwerk van opvanglocaties creëren dat kan mee-ademen met de in- en uitstroom, maar dat zijn overmorgenoplossingen."

Vorig jaar mei schetste toenmalig staatssecretaris Fred Teeven het beeld dat er in 2014 wel eens 65.000 asielzoekers konden komen. Dacht het COA toen niet: we moeten een grote buffer opbouwen?

Bakker: "Er was toen een week met een opmerkelijk hoge instroom (met opvallend veel Eritreeërs, red.). De staatssecretaris heeft toen aangegeven dat als dat aantal de rest van het jaar wekelijks zou binnenkomen, je op dit soort grote aantallen uitkomt. Op dat moment zijn allerlei maatregelen getroffen die direct gevolgen hadden voor de instroomcijfers. Op het moment dat de aantallen kleiner worden, ga je niet grote buffers aanleggen."

Het woord vluchtelingencrisis wordt veel gebruikt. Spreekt u ook van een crisis als u kijkt naar de opvang van asielzoekers in Nederland?

Bakker blijft even stil: "Ja", zegt hij dan, "dat wat op ons afkomt en op ons af is gekomen kun je een crisis noemen. Het is stevig. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor de landen om ons heen. Alle zeilen moeten worden bijgezet om dit te tackelen. Het is een twentyfour/seven-job op dit moment. Ik ben ook zaterdagavond en zondag aan het werk. Ook om elf uur 's avonds. Ook om zeven uur 's ochtends."

Gerard Bakker

Gerard Bakker (1959) is sinds vorig jaar december bestuursvoorzitter van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa). Bakker kwam over van de Autoriteit Consument en Markt. Eerder werkte hij voor de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (Fiod) en de Douanerecherche. Bakker promoveerde vorig jaar op een onderzoek naar wat er gedaan is met de aanbevelingen van de commissie-Van Traa. Die onderzocht in de jaren negentig de vergaande opsporingsmethoden bij politie naar georganiseerde misdaad.

Liesbeth Spies

Liesbeth Spies (1966) is sinds eind vorig jaar burgemeester van haar geboorteplaats Alphen aan den Rijn. Daarvoor was ze onder meer minister van binnenlandse zaken onder Rutte I, gedeputeerde in Zuid-Holland, Kamerlid voor het CDA en waarnemend partijvoorzitter.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden