EssayDorien Pessers

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het tegenwoordig overal

Beeld Johan van Zanten

Ons privéleven is publiek ­vertier, hoewel je intieme levenssfeer een mensenrecht is. Dorien Pessers waarschuwt voor het verlies daarvan. ‘Burgers dreigen dakloos te raken.’ 

Er bestaat een mensenrecht dat aan alle andere mensenrechten voorafgaat: het recht op een persoonlijke, intieme levenssfeer, waarin mensen met rust worden gelaten opdat zij onbevangen zichzelf kunnen zijn. Dit recht is neergelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De intimiteit van de liefde, seksualiteit, voortplanting, gezinsverhoudingen, lijden en sterven, maar ook de intimiteit van de vriendschap, van tafelgesprekken, en van vertrouwelijke communicatie worden door dit artikel beschermd. Intieme ervaringen verdragen geen openbaarheid of voyeurisme. Ze zouden hun menselijke betekenis verliezen. In de beroemde woorden van Hannah Arendt: “Er zijn dingen die verborgen moeten blijven en dingen die openbaar moeten worden gemaakt, willen ze überhaupt kunnen bestaan”.

De persoonlijke, intieme levenssfeer veronderstelt – ter wille van de menselijke waardigheid – beslotenheid en privacy. Daarom beschermt artikel 8 van dit Europees Verdrag ook de woning, als plaats bij uitstek voor het persoonlijk leven en de onzichtbaarheid daarvan. Die onzichtbaarheid is belangrijk. Want wie zou willen dat anderen zien hoe we thuis­komen na een lange dag van aanpassing aan ­publieke omgangsvormen en vermoeiend impression management, afgestemd op de rollen die we buitenshuis geacht worden te spelen? Onbevangen zichzelf zijn in de persoonlijke levenssfeer betekent maskers af, schoenen uit, ontlading van emoties, en vrijheid van spreken, doen en laten. Nog sterker geldt het belang van beslotenheid en onzichtbaarheid voor ervaringen van intimiteit. Intimiteit is immers het –soms schaamtevol – blootgeven van het innerlijk leven.

Dorien Pessers (1951) is emeritus hoogleraar rechtstheoretische grondslagen van de persoonlijke levenssfeer

Maar ook op een andere wijze hangen woning en intimiteit samen. Vooral filosofen en antropologen hebben hierover geschreven, vaak in plastische termen als behaaglijkheid, zintuiglijkheid, vrouwelijkheid, lichamelijkheid, warmte, licht en schemering. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk gaat zelfs zover om de woning voor te stellen als een hol, of beter nog een holte zoals een baarmoeder waarnaar we willen terugkeren. Want iets intiemers dan de versmelting van moeder en kind in de beslotenheid van de baarmoeder is niet denkbaar.

Beeld Johan van Zanten

‘Zo’n huis is een archetype; een kind tekent nooit een flat’

Ook de Franse filosoof Gaston Bachelard vergelijkt de woning met een lichaam. De kamers, de hoeken, de gangen, de trappen, de kelder en de zolder vormen volgens hem de ingewanden van het huis. Bachelard adviseert psychiaters daarom hun patiënten te onderwerpen aan een topo-analyse. Laat patiënten vertellen over het ouderlijk huis, over hun angsten in de donkere, vochtige kelder, over de kast onder de trap, over de behaaglijkheid van de woonkamer, over het donkere trappenhuis in de nacht en over de warme, lichte zolder waar dromen, dagdromen en verlangens ontstaan. De anatomie van het huis zou de identiteit van de bewoners mede bepalen. Een huis met verdiepingen is zelfs een archetype, volgens Bachelard. Vraag een kind zijn droomhuis te tekenen, en het tekent een huis met verdiepingen en een dak. Kinderen tekenen nooit een flat.

Maar hoe moet het dan met kinderen die opgroeien in een flat? Wat kan een topo-analyse voor hen betekenen? Werken de (klasse)verschillen in behuizing door in sensorische ervaringen en intimiteitsbeleving? Waarschijnlijk valt dat wel mee. Want mensen zijn volgens Midas Dekkers, net als dieren, onverbeterlijke thigmofielen: liefhebbers van behaaglijke en veilige geborgenheid. Ze omringen zich met van alles dat de zintuigen bevredigt. Zachte stoffen, warme dekens, donzen kussens, schemerlampen. Wat dat betreft kan een flat net zo veel welbehagen bieden als een huis.

Beeld Johan van Zanten

De woning mag dan de plaats bij uitstek voor intimiteit zijn, door haar beslotenheid is ze ook de plaats voor gedwongen intimiteit. Een gedwongen intimiteit die zelfs tot seksueel en huiselijk geweld kan leiden, waarvan vooral vrouwen en kinderen het slachtoffer worden. Het huis is dan uiteraard geen veilige haven meer, maar een benauwde en benauwende kerker.'

Zonder gêne blootgesteld aan collectief voyeurisme

In de jaren twintig van de vorige eeuw werd het verlangen naar een intiem, behaaglijk huis tot abjecte burgerlijkheid verklaard. Modernistische architecten wilden een nieuwe, stralende mens creëren, wiens heropvoeding begon in zijn behuizing, die bovenal antibourgeois moest zijn. Volgens Le Corbusier, een van de hoofdrolspelers van deze modernistische stroming, was een woning “een machine om in te leven”. Technische rationaliteit, hypermasculiniteit en inhumaniteit tekenden zijn architectonische fantasieën en projecten. De nieuwe mens moest wonen in een huis met een zichtbare structuur, bestaande uit ‘eerlijke materialen’, zoals beton, glas en staal. Ornamenten werden taboe verklaard in deze functionalistische architectuur. Huizen behoorden gladde muren te hebben, zonder lijsten, zonder vensterbanken, ja, zonder enig ornament en met een plat dak. Sociale woningbouw in de vorm van grauwe, monotone en anonieme woonblokken die eruitzagen als fabrieken, waren het resultaat.

Beeld Johan van Zanten

Ook het interieur moest functionalistisch zijn en ontdaan van elke decoratie en burgerlijke behaaglijkheid. De arbeider zou een beter mens worden als de muren van zijn woning wit waren, de vloeren zwart of grijs, en de meubels van hout en staal. Warme kleuren werden verboden. Kortom, de nieuwe mens werd zintuigelijk uitgehongerd. Het leven in deze steriele ­betonblokken mag dan beter zijn geweest dan in de krotten waarin arbeiders tot in de twintigste eeuw leefden, de prijs was wel een sensorische deprivatie en een systematische aantasting van de voorwaarden voor een persoonlijke, intieme levenssfeer.

Liet de modernistische architectuur tenminste nog de beslotenheid van de woning intact, inmiddels staat ook die onder druk. En deze keer werken burgers van harte mee aan het ontsluiten van hun woning en het open­baren van hun intieme levenssfeer. Via internet openen zij hun woning voor wie er maar digitaal wil binnenkomen. Persoonsgegevens worden vrijwillig uitgeleverd aan telecom- en internetproviders, aan andere commerciële bedrijven, aan de overheid en sociale media. Door middel van smartphones, webcams en camera’s wordt het persoonlijk leven zonder enige schroom blootgesteld aan collectief voyeurisme. Werkelijk alles wordt getoond: slapen, vrijen, douchen, bevallen, sterven, vreugde, verdriet, familiefeesten: het persoonlijk leven is publiek vertier geworden, en bovendien de grondstof voor de miljardenbusiness van de techgiganten.

Beeld Johan van Zanten

Het persoonlijk leven dat aan de staat, aan commerciële bedrijven en aan een massa­publiek wordt geopenbaard, verliest niet alleen aan menselijke, maar ook aan politieke betekenis. Het recht op privacy is een klassiek vrijheidsrecht dat zowel het intieme leven beschermt alsook het recht op nonconformisme, op verzet tegen sociale dwang en dis­ciplinering.

‘Aan de keukentafel wordt de ­revolutie geboren’, luidt een gezegde. In de beslotenheid van de woning komen mensen bijeen om vrijelijk van gedachten te wisselen, pamfletten te schrijven en politieke ­actieplannen te maken. De principiële vrijheid waarin mensen moeten kunnen ver­gaderen en zich politiek moeten kunnen verenigen, wordt ernstig aangetast indien burgers in hun transparante woningen en via dataprofielen in de gaten gehouden kunnen worden.

In het digitale tijdperk dreigen burgers dakloos te raken. Ze verliezen hun intieme levenssfeer en daarmee ook hun vrijheid om zich onbekommerd te kunnen associëren met anderen, of dat nu persoonlijke of politieke associaties zijn. Zonder die vrijheid dreigen ook andere mensenrechten illusoir te worden. Dat is precies de reden waarom het recht op een intieme levenssfeer, in een besloten woning, aan alle andere mensenrechten voorafgaat.

Lees ook:

Ik krijg liever geen bezoek; hoe houd ik mensen op een vriendelijke manier buiten de deur?

Etiquette-specialist Beatrijs Ritsema beantwoordt elke week prangende vragen over hoe het hoort - of juist niet.

Steeds vaker vraagt u zich af: voegen sociale media nog wel iets toe aan mijn leven?

Nederlanders zijn het afgelopen jaar minder sociale media gaan gebruiken, blijkt uit onderzoek. Maar ze zijn nog altijd 79 minuten per dag aan hun schermpje gekluisterd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden