Zo zijn Russen

Met Tsjechov van Moskou naar Siberië, en een ommetje door de Kaukasus

"Ik bid om een gezonde man, die niet drinkt en me niet slaat. En mijn gebeden lijken nu al te worden verhoord, want misschien bent u die man wel." Ze moeten eraan gewend zijn geraakt: op straat of waar de heren ook kwamen, voortdurend werden Rusland-correspondenten Michel Krielaars en Jelle Brandt Corstius aangeklampt door jonge vrouwen die er geen gras over lieten groeien en hen ten huwelijk vroegen. Zelfs in de kerk kon Krielaars er niet aan ontsnappen. Zijn excuus al getrouwd te zijn, schrikte niet af: "Als je gaat scheiden, weet je me te vinden." Krielaars en Brandt Corstius zitten vol met dit soort verhalen.

Krielaars tekende ze op in 'Het brilletje van Tsjechov'. Momenteel is hij chef boeken van NRC Handelsblad. Tot 2012 schreef hij vanuit Moskou voor dezelfde krant.

In het voetspoor van Anton Tsjechov (1860-1904) toert Krielaars door Ruslands heden en verleden. Onderwijl ontstaat een schets van het leven van de Russische schrijver. Tsjechov voerde in zijn werk meestal personages op uit zijn directe omgeving: boeren, beambten, eenvoudige mensen. Krielaars kiest eenzelfde soort figuranten: zijn buren, medereizigers en passanten die hij op straat tegen het lijf loopt.

Evenals Tsjechov legt Krielaars het leven van de gewone Rus vast. Dat doet hij in hoofdstukken die slechts een paar bladzijden beslaan. Net zo bondig als zijn leidsman, meester van het korte verhaal.

Van Moskou tot Vladivostok en van Tomsk tot Sint-Petersburg, Krielaars komt in alle uithoeken van Rusland. Een van de eerste tochten die hij beschrijft, gaat naar Taganrog, Tsjechovs geboortestad in het zuidwesten van Rusland. Halverwege de negentiende eeuw had het een bloeiende haven, maar de journalist ziet een vervallen, ingedommelde stad, die al op zijn retour was toen Tsjechov er opgroeide. "Het doet hier denken aan een Herculaneum of een Pompeï", schreef Tsjechov in 1877. "Als ik me een weg door de Nieuwe Bazaar probeer te banen besef ik hoe smerig, leeg, lui, ongeletterd en saai Taganrog werkelijk is. Geen uithangbord is zonder spelfouten."

Tsjechov ergerde zich aan de slapte van zijn stadgenoten, zijn vader incluis. De gedachte dat ze hun lot zouden kunnen verbeteren door iets uit te voeren, kwam niet in hen op. Vader Tsjechov, een kruidenier, dronk meer met zijn klanten dan dat hij geld aan hen probeerde te verdienen. Krielaars: "Hoe vaak heb ik ze in Rusland zelf niet ontmoet: hoge ambtenaren die de hele dag aan het duimendraaien waren, omdat ze absoluut niet wisten wat ze anders moesten doen. Boeren en fabrieksarbeiders die zo snel als hun werk het toeliet de wodkafles opentrokken. Ingeslapen winkelbedienden en obers die hun klanten negeerden omdat ze niet beseften dat er geld aan hen te verdienen viel."

In Taganrog en Tsjechovs andere woonplaatsen bezoekt Krielaars de huizen waar de schrijver leefde. Alle woningen hebben hun eigen knijpbrilletje van de voormalige bewoner en de kamers zijn keurig aan kant. Helemaal authentiek zullen de tot musea omgebouwde onderkomens niet zijn, want Russen weten niet wat opruimen is, zo constateert Krielaars telkens als hij bij kennissen langsgaat. "Mijn oudere Russische vrienden zijn buitengewoon smerig in het huishouden. Van stofzuigen lijken ze nooit te hebben gehoord, evenmin als van opruimen en afwassen. Dat de wc als een varkenskot oogt en ruikt, is eerder regel dan uitzondering. Hun een- of tweekamerflatjes hebben ze volgepropt met alles waar ze ooit de hand op hebben weten te leggen."

Je snuift de geur bijna op uit de bladzijden. Net als de stank die er in de wagon van de elektritsjka hangt waarmee Krielaars naar Tsjechovs datsja reist: de lucht van oud zweet verschaald bier en wodka. Natuurlijk is het geen nieuws dat Russische mannen graag een borrel lusten, maar Krielaars toont een ontluisterend beeld van de werkelijkheid. Als hij in Siberië rondtrekt, ontdekt hij dat Chinese gastarbeiders er onmisbaar zijn: de buitenlanders zijn de enigen die werken. In de dorpen waar hij doorheen komt, zijn alle jonge mannen 's ochtends vroeg al stapeldronken.

Ook in de olie - ditmaal letterlijk - was Jelle Brandt Corstius. Terwijl Krielaars kriskras door heel Rusland zwerft, beperkt Brandt Corstius zich in 'Van Bakoe tot Batoemi' tot de Kaukasus. Dat de olie die er in de grond zit niet alleen van economisch belang is, maar ook een heilzame werking op het lijf heeft, leert hij in Azerbeidzjan. In een sanatorium dompelt hij zich onder in een badkuip met ruwe olie waarna hij vraagt waarom het gitzwarte spul nou zo goed is voor je lichaam. Een zuster legt hem uit dat de olie de bloedbaan intrekt, en daar ongeveer nog een halfjaar blijft. "Na dit geruststellende antwoord klom ik het bad weer uit."

Waar Krielaars Tsjechov als gids kiest, is Brandt Corstius zelf de reisleider. Van 2005 tot 2010 was hij als correspondent werkzaam voor onder meer Trouw. Zijn boek verscheen naar aanleiding van de televisieserie 'De bergen achter Sotsji', die hij voor de VPRO maakte. Morgen is de laatste aflevering te zien. Het boek is een uitgebreide versie van 'Kleine landjes' (2009).

Brandt Corstius gidst de lezer met zijn ironische, lichtvoetige toon door gebieden met welluidende namen als Kalmukkië, Tsjerkessië en Nagorno-Karabach. Een kalasjnikov is er minstens zo belangrijk als het dagelijkse rantsoen schapenvlees en wodka. Al eeuwen is het Kaukasusgebergte een oord van geweld, en dat zal voorlopig niet veranderen.

Ook Krielaars bespeurt continu parallellen met het verleden. In Siberië valt het hem op dat de bevolking zich weinig aantrekt van het Kremlin en niet bang is om het achterste van de tong te laten zien. Tsjechov ondervond dat eveneens tijdens zijn reis naar Sachalin. In een brief naar het thuisfront schreef hij: "Men is hier niet bang om hardop te spreken. Er is hier niemand die je zou kunnen arresteren - waarheen zou je iemand ook moeten verbannen - men kan zo liberaal zijn als men wil."

Krielaars en Brandt Corstius zijn geboren vertellers. Door hun scherpe blik komen ze verhalen op het spoor die de krant normaal gesproken niet halen, maar zoveel meer inzicht bieden in het Rusland van vandaag en gisteren.

Michel Krielaars: Het brilletje van Tsjechov. Reizen door Rusland. Atlas Contact, Amsterdam; 415 blz. euro 19,99

Jelle Brandt Corstius: Van Bakoe tot Batoemi. Een gids voor de Kaukasus. Prometheus, Amsterdam; 200 blz. euro 15,00

De auteurs zijn rasvertellers; in hun verhalen over gewone mensen komt een Rusland tot leven dat we uit de krant niet kennen

Siberiërs spreken vrijuit, zonder angst voor arrestatie. Waar zou je ze heen moeten verbannen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden