ZO STEVENEN WE AF OP DE APOCALYPS VAN HET MILLENNIUM

“Carrière! Van de Erasmusuniversiteit naar de Rode Soepen (marketing assistant) en via de Vleesgroep (marketing manager) naar de Shampoos (advertising director), voorlopig eindigend als regional executive voor de Juices and Beverages.” In een denderend betoog, vol toorn, cijfers en profetie over concurrentie, vrije markt en globalisering van de economie eindigt Wouter van Dieren bij de oliebollen van 31 december 1999. Volgende week presenteert Van Dieren de Nederlandse vertaling van een nieuw rapport aan de Club van Rome, waar hij als redacteur en auteur aan meewerkte: 'De natuur telt ook mee'. Maandag 5 juni is er in de Amsterdamse Balie een debat over dit rapport. “Mr. Middle Class America heeft er 25 jaar op zitten van beloften en verwachtingen die niet zijn uitgekomen. Hij verdient het hoogste inkomen ter wereld, maar zijn straten zijn kapot, zijn baan verdwijnt volgend jaar naar Mexico of China, en dag en nacht razen de doem, de criminaliteit en de pulp van de al dan niet reële wereld door zijn huiskamer, naast de onbereikbare glans van het namaakgeluk en de namaakglamour in show en reclame. En ten slotte treft hij zichzelf aan in het niemandsland van de virtual reality, de uiteindelijke exploitatie van zijn verwarring.” Wouter van Dieren is directeur van het Instituut voor Milieu- en Systeemanalyse lid Club van Rome lid World Academy of Art and Science-Hegius001

Zeker is dat zich duizenden bewegingen van al dan niet mystieke, transcendente en profetische aard zullen manifesteren. Evenals duizend jaar geleden zullen sekteleiders opstaan die hun volgelingen meelokken naar een bergtop om vandaar het ondergaan van de mensheid waar te nemen; het zal dringen worden op de berg Ararat in Turkije, op de Olympus in Griekenland, de Sinaï in Egypte, de Annapurna in Nepal of de Kilimanjaro in Tanzania, die toppen der wereld waar zich in een ver verleden hemelse traptreden verloren in het ondermaanse nadat de profeet was afgedaald. De uitverkorenen zullen zich op 31 december 1999 daar dicht bij een reddende god wanen.

Het staat buiten kijf dat deze eeuwwisseling veel aanleiding biedt terug te blikken, in een lawine van informatie, onderzoek en profetie. Er is immers reden te over je te verwonderen, niet te begrijpen en vooral te wanhopen, en er is dus evenveel aanleiding om te veronderstellen dat de gekte in de wereld dat moment verkiest voor de definitieve ondergang - niet door een straffende hand van God, maar door de toevallige coïncidentie van de waanzin en de atoomknop. Het zou in zekere zin een waardig einde zijn van deze eeuw en van de mensheid, passend vooral omdat dit de eeuw was waarin de techniek weliswaar een einde heeft gemaakt aan historische ziekten en plagen, maar vooral heeft gezorgd voor dood en verderf zoals die nooit eerder in de geschiedenis zijn voorgekomen. Een technologische god der wrake heeft reden om op 31 december 1999 om middernacht de apocalyptische ruiters te laten rijden.

Wie de techniek prijst, krijgt een goed gehoor. Wie de oplossing zoekt en de techniek niet omarmt, stuit op ongeloof en scepsis. De overbevolking? Uitputting van hulpbronnen? Voedselgebrek? Overstroming? Ziekte en dood? Wie anders dan de natuur is hier schuldig en wie anders dan de techniek kan hier zegevieren?

De mooie feiten spreken voor zich. Dank zij de techniek hebben wij van de wereld een global village gemaakt, toegankelijk voor iedereen. Vliegtuigen hebben de verste uithoeken binnen bereik gebracht. De informatiesnelheid en -dichtheid van de moderne electronica flitst beeld, kennis, boodschap, nieuws, transactie en kapitaal rond de aardbol. De auto bracht individuele vrijheid. Medische technologie geeft verlichting. De belofte van de biotechnologie klinkt nog schel, maar de eerste wonderen van dit soort schepping zijn verricht. Voedingsmiddelentechnologie heeft de voedselproduktie in twintig jaar verdubbeld, het gemiddelde voedselpakket verrijkt en vooral vergemakkelijkt. Wat we in de ruimte moeten weet ik niet, maar er zijn mensen die het mooi vinden dat de Venussonde nu ons zonnestelsel uitvliegt.

Toch is er iets niet in orde. Hoewel de techniek beoogt de menselijke staat te verlichten, manifesteert zich ook de paradox van de techniek. Terwijl de techniek de pesten van de middeleeuwen uitroeide, schiep zij nieuwe plagen. Bacteriën werden resistent tegen antibiotica, schadelijke insekten resistent tegen bestrijdingsmiddelen. De auto is onmisbaar en de auto is een plaag. Het vliegende tapijt heeft het wonderland opengelegd, maar daarbij het klimaat veranderd, geholpen door de miljoenen apparaten die de menselijke staat hebben verlicht sinds James Watt de eerste stoommachine liet draaien.

De techniek assisteert de dictatuur en de agressor. In deze eeuw zijn meer mensen omgekomen door oorlog dan in de hele geschiedenis van de mensheid bij elkaar. De techniek heeft de woestijn ontgonnen en de woestijn gemaakt. Alleen dank zij de techniek lukt het de wereld te ontbossen, de oceanen leeg te vissen en de Derde Wereld uit te putten, in steeds hoger tempo, steeds efficiënter en steeds definitiever. Je kunt een lijn van vuur trekken over de wereldkaart die begint in Sarajevo, dwars over de Balkan via Turkije naar de Kaukasus gaat, door Irak en Iran naar Afghanistan, door Noord-India, Tibet, Birma en Cambodja, en waarlangs een landschap ligt van plundering, platgebrande dorpen en steden, genocide, etnocide, bombardementen en gifgas, aangedreven door analfabetisme en techniek, hand in hand.

Het is niet de natuur die ons bedreigt en waartegen wij ons met techniek moeten wapenen, het is de onbeheersbaarheid van de techniek zelf die het probleem is.

Hoe komt het dat wij er niet in slagen om het tijdperk van de Verlichting te vervolmaken, de zegeningen van wetenschap en techniek te vieren en de cultuur tot nieuwe bloei te laten komen?

Ik heb eerder gewezen op de centrale rol van het verkeerde economische model dat onze instituties beheerst. Het verkeerd begrepen principe van de economische groei, van de vrije markt en de concurrentie, een model waarin het geloof is verankerd dat we alleen door voortdurende zogenaamde economische activiteiten, aangedreven door de krachten van de vrije markt, de schaarste kunnen terugdringen en de welvaart vergroten. Dat model klopt niet, het werkt niet en het stoelt niet op historische bewijskracht: nooit in de geschiedenis was een economie succesvol zonder uitvoerige regelgeving, correctie en andere beschermende maatregelen.

Er is niets tegen de handel van vrije mensen die goederen en diensten ruilen - dat doet de mensheid al eeuwen. Anders dan wij nu voor vanzelfsprekend houden, hebben tal van volkeren in de oudheid onderling handel gedreven zonder daarbij oorlog te voeren. De Chinezen trokken al tijdens de eerste Ming-dynastieën over zee om goederen te ruilen, maar meer nog om geschenken uit te delen. Toen de Portugezen in de Oriënt opdoken, werden zij met bloemen verwelkomd, niet met kanonschoten. Daarmee begonnen zij, en de Indiërs, Maleisiërs en Chinezen konden hun oren niet geloven. Met het kanongebulder ontstond de gewapende, geprotegeerde handel, die met vrijheid niet veel meer te maken had.

De opkomst van de handel en de ambachten in de middeleeuwen kenmerkt zich van meet af aan door een georganiseerd stelsel van regels en geboden, niet door concurrentie. De gilden bewaken het vakmanschap. Handelsoorlogen tussen de grote westerse machten worden uitgevochten in een primitieve versie van de huidige concurrentieslag. De staat, met marinevloten en legers, wordt een verlengde van de marktkrachten. Techniek speelt daarbij een grote rol. Als de Hollanders het fluitschip uitvinden, dat in vergelijking tot de bestaande modellen sneller en wendbaarder is, winnen zij met hun VOC en WIC terrein op de Engelsen die pas na enkele decennia over een vergelijkbare maritieme techniek beschikken.

Maar de overheersende moraal van de handel is die van de samenwerking en de wens tot voordeel voor allen, waarbij binnen voorgeschreven grenzen een spel van vrijheden wordt gevoerd.

Het principe van deze gemeenschappelijkheid manifesteert zich op de meent of de commons, stamt uit de bronstijd (1500 voor Christus) en heeft zich tot in de jaren vijftig gehandhaafd. De gemeenschappelijke weide is er of altijd, zoals bij de scharende Erfgooiers, of eens per jaar, als het hek van de dam is, als alle hekken openstaan en het vee zijn eigen weg mag vinden. De boeren concurreren niet, maar vormen een gemeenschap op de gemeenschappelijke weide ofwel de meent, zij stichten een gemeente, een community, en vestigen er de traditie van het House of Commons, de plaats waar het gezamenlijke belang wordt besproken en behartigd, het oudste hart van onze cultuur.

Deze traditie van samenwerking is de basis van onze samenleving ofwel onze gemeenschap, de family of men. De markt staat niet los van de gemeenschap, maar vormt er een organisch geheel mee. Ironischerwijze is het ook in Engeland dat de commons voor het eerst wijken voor de concurrentie. Steenkool en katoen zijn de drijfveren; de eerste spoorwegmaatschappijen bieden in grote concurrentie de tarieven voor het transport hiervan aan, en zo ontstaat in het Victoriaanse Engeland het rauwe kapitalisme, met zijn winnaars en slachtoffers, rijkdom en uitbuiting.

Niet voor lang. Al in 1865 zien we de eerste kartels en in 1880 tellen we in Duitsland 210 groot-industriële kartelachtige structuren. Van echte vrijhandel is sindsdien nooit meer sprake geweest, wat de protagonisten van de vrije markt ook beweren. Kartels en monopolies beheersen de wereldmarkt. Toen de automobielindustrie de massamarkt betrad, vond zij daar de spoorwegen als concurrent. In de Verenigde Staten kocht het car-kartel de spoorwegen eenvoudig op, zodat binnen enkele decennia het openbaar vervoer, een publieke nutsfunctie bij uitstek, werd gedecimeerd en de burgerij de auto werd ingejaagd. Van enige vrije concurrentie tussen trein en auto is in Amerika nooit sprake geweest.

Tot vandaag toe is het Republikeinse gedachtengoed wat betreft vrije concurrentie paradoxaal en machtswellustig. What's good for America, is good for the world. 'Free trade' als de centrale as van het Contract with America, maar dan wel binnen het raamwerk van de ASEAN (Association of South East Asian Nations) of de NAFTA (North American Free Trade Associaton), dat wil zeggen thousand pages to tell you how to run free trade. Amerika als monopolist, zendeling en onderdrukker, in de naam van vrije handel.

De no-nonsense regressie in het Westen en de geëxplodeerde plan-economieën van het socialisme zorgden voor de triomf van Fukuyama's 'Einde van de Geschiedenis en de laatste mens', die absurdistische streep onder de geschiedenis, getrokken door de overwinnaar aller tijden: het Westen met zijn vrije markt of wat daarvoor doorgaat.

In de nieuwe GATT-akkoorden wordt de wereldhandel niet zo veel vrijer, maar integendeel nog eens steviger aan banden gelegd. Handelsblokken van allerlei aard worden eerder sterker dan zwakker. Kartels maken nog steeds de dienst uit, zelfs binnen onze eigen grenzen. Als een paar Harlingers bijvoorbeeld een zoutfabriekje willen beginnen, wordt dat belemmerd door het zoutkartel. Een triviaal produkt als het zilveruitje wordt al decennia lang door een kartel van drie firma's beheerst. Toen Texaco onlangs het kartel van de elektriciteitsmarkt wilde openbreken met een milieuvriendelijker centrale, vond men het kartel, inclusief het ministerie van Economische Zaken, tegenover zich.

Behalve door kartels wordt de niet zo vrije markt ook nog eens gestuurd door allerlei subsidies. Aan directe inkomenstoeslagen ontvangt de Nederlandse landbouw negen miljard gulden, zo berekende de Rijksuniversiteit Groningen onlangs. De waarde van de landbouwexport bedraagt ongeveer zestig miljard, wat door sommigen wordt gezien als een enorme bijdrage aan 'onze economie', maar wat eerder kan worden opgevat als een optelsom van een reeks verborgen subsidies. De agrarische infrastructuur wordt uit de openbare middelen betaald. Gastarieven worden laag gehouden. De kosten van de landschapsverdroging worden op de toekomst verhaald. Ook andere milieu- en natuurverliezen worden niet in rekening gebracht. Hetzelfde rekensommetje geldt voor het transport. Nederland Distributieland! De reële kosten van het transport komen nog altijd niet op tafel, omdat de uitkomst van zo'n som waarschijnlijk heel beschamend zal zijn. De wereldluchtvaart lijdt jaarlijks een verlies van negentig miljard dollar - bijgepast door overheden. Hoezo, vrije markt?

Als de heersende moraal zegt dat de vrije markt superieur is aan de overheid, dan zal dat allerlei onverwachte effecten sorteren. Als deze moraal penetreert in de diensten (en de geesten aldaar) die tot voor kort niet thuis waren en hoorden op de vrije markt, dan zullen we allerlei hybriden zien ontstaan, tussenvormen van markt en dienst, van vrijheid en beperking, van concurrentie en eigen- en algemeen belang. En het is dus geen wonder dat de overheid geen goed gekwalificeerd personeel kan krijgen en dat (te veel) jong talent zich vooral inzet voor de schijnwereld van carrières op de vrije markt.

Carrière! Van de Erasmusuniversiteit naar de Rode Soepen (marketing assistant) en via de Vleesgroep (marketing manager) naar de Shampoos (advertising director), voorlopig eindigend als regional executive voor de Juices and Beverages.

Het is niet zo dat deze commerciële taken niet van belang zouden zijn. Wel is het een teken aan de wand dat deze oppervlakkige loopbanen het merendeel van het jonge talent aanzuigen en dat de overheid en de publieke sector met lege handen achterblijven, daar waar het openbare leven, het recht, het onderwijs, de gezondheidszorg en grote delen onzer toekomst worden bestierd. Uitverkiezing, beloning en spanning via de brede weg der rode soepen en niet via het smalle pad van de publieke zaak, daar moet wat meer achter zitten, zou je zo denken.

De drijvende misvatting is die van de concurrentie. Daardoor, zo luidt de ideologie, wordt het beste aangeboden tegen de laagste prijs, worden innovaties uitgedaagd, markten opengelegd en hulpbronnen ontsloten. Het is waar, maar het is ook niet waar. Concurrentie zet mensen en landen tegen elkaar op, schept angst en onzekerheid en leidt ertoe dat het slechtste in de wereld wordt losgewoeld.

De commissie-Brokx heedt geadviseerd het openbare (bus)streekvervoer maar aan de vrije markt over te leveren. Weg met de strippenkaart, weg met de onrendabele lijnen en meer concurrentie, zo luidt het credo. Bij de spoorwegen vernemen we hetzelfde geluid. Daar is de nutsfunctie van tafel; de NS moeten ook commercieel worden. Krijgen we hetzelfde bij Justitie? Drinkwatervoorziening? Dijken en bruggen?

De concurrentie als leidraad, de vrije markt en de globalisering van de economie als ideologie - zo stevenen we af op de Apocalyps van het millennium. Want de globale effecten zijn ernaar.

Hoewel het triomferende Westen het anders wil, heeft niet alleen de mislukte plan-economie, maar ook de vrije markt gezorgd voor de vernietiging van aardse hulpbronnen. Onlangs maakte het Worldwatch Institute in Washington bekend dat de natuurlijke hulpbronnen in veel hoger tempo opraken dan tot voor kort werd aangenomen. Dank zij de dominantie op de wereldmarkt van de grote Noordelijke marktpartijen is de schuldenlast van de derde wereld opgelopen tot 1800 miljard dollar, ieder jaar aangroeiend met 125 miljard, met als gevolg dat nu 112 landen in een permanente schuldencrisis verkeren. Consequentie hiervan is dat deze landen geen kans meer hebben om kapitaalgoederen (industrie, infrastructuur, kennis) op te bouwen en gedwongen zijn hun hulpbronnen uit te verkopen. Onder druk van GATT en NAFTA en vergelijkbare handelsakkoorden zijn de wereldprijzen voor deze hulpbronnen sinds 1980 drievoudig in prijs verlaagd; het uitverkoopproces gaat dus steeds sneller, en in 1998 zal het onderontwikkelde deel der wereld niet meer uit 112 maar uit 172 landen bestaan. Het is niet ondenkbaar dat voorheen rijke landen als Indonesië, Nigeria, Taiwan of andere 'economische tijgers' daarbij horen. De Asian Development Bank rapporteerde in december 1994 dat de schaarste aan water, bodem, schone lucht en gezondheid in deze economische wonderlanden zo snel toeneemt dat een spoedige economische (!) catastrofe voor de deur staat.

De internationale arbeidsorganisatie ILO publiceerde dezer dagen de cijfers over de nieuwe slavernij: iedere westerling heeft een (kind)slaaf elders in de wereld voor zich aan het werk. Niet minder dan 750 miljoen mensen vanaf zes jaar die in erbarmelijke omstandigheden de westerse consument aan zijn consumptie helpen. Rond de eeuwwisseling zullen bijna drie miljard wereldburgers - naar lokale norm - beneden de armoedegrens geraken.

In het rijke Nederland leven ongeveer 800 duizend mensen nu weer in armoede (bron: SCP) en zijn twee miljoen mensen afhankelijk van uitkeringen, omdat zij zo stom zijn niet te behoren bij al die sterke vrije mensen die zich op de vrije markt van de neoliberale ideologen willen of kunnen werpen om daar het wonder van de gezamenlijke welvaart te scheppen, zoals VNO-voorzitter Rinnooy Kan heeft gezegd.

Terwijl de economie groeit, daalt het aantal arbeidsplaatsen. Terwijl wij geld weghalen bij onderwijs en gezondheidszorg ten bate van andere werkgelegenheid, moeilijke banenplannen, geforceerde arbeidsdeling, technologie, neemt de hoeveelheid werk nog steeds af: in Nederland bedraagt de werkloosheid nu 10 tot 12 procent, in Spanje 23 procent en voor heel Europa verwacht men dat het werkloosheidscijfer tegen de eeuwwisseling zo'n 20 procent zal bedragen.

Op de topconferentie in Essen, eind 1994, zei de scheidende voorzitter van de Europese Unie, Jacques Delors, dat hij niet meer gelooft in het gangbare model van de vrije markt, want de sociale, culturele en ecologische destructie ervan overstijgt het verwachte mirakel van eenheid, sociale cohesie en andere 'wonderen'.

Het vreemde is dat er zo veel verliezers zijn en zo weinig winnaars. Want het merendeel van het bedrijfsleven is niet gebaat bij de onbeheersbaarheid van de mondiale pseudo-vrije markt. Ondernemingen en economieën hebben door de geschiedenis heen alleen kunnen bloeien bij de gratie van het sociale contract, waarbij duizenden regels tussen ondernemer, werknemer, politiek, fiscus en maatschappij de koers uitzetten. Kamers van Koophandel, ministeries, inspecties, rechtssystemen en arbeidsvoorwaarden, dat alles bepaalt in een subtiel evenwicht van geven, nemen, afstemmen en beschermen de richting van zowel ondernemen als samenleven.

Het sociale contract wankelt of verdwijnt nu, wat Den Haag, Brussel of Witte Huis ook ondernemen en hoezeer de Republikeinen met het 'Contract with America' ook pogen er iets van terug te winnen. Het sociale contract leidde ooit tot de handelsculturen van Genua, Venetië en de Verenigde Oostindische Compagnie, waarbij bedrijvigheid, nationale belangen, cultuur en ontwikkeling niet gescheiden waren, zoals ze nu uit elkaar worden gescheurd. Meer recente en stabiele voorbeelden zijn Philips in Eindhoven tussen 1890 en 1960, Unilever in Liverpool, Koninklijke Zout in Hengelo. Dat waren en zijn de menswaardige modellen waarnaar we uiteindelijk zullen terugkeren, daarvan ben ik overtuigd.

Er is mij verweten dat ik geen alternatief bied voor al dit kwaad. Je mag de vrije markt niet zo kritiseren, want er is geen keus, zo reageerde een Clingendaelse commentator, alsof een diagnose niet gesteld mag worden als we het geneesmiddel niet kennen. En weer anderen komen met oplossingen aandragen die op zijn minst halfslachtig zijn.

Zo verneem ik uit kringen van de milieubeweging steeds weer dat overgang op groene produktie de panacee tegen alle kwaad zou zijn. Schakel om van bruin naar groen, ga schoon produceren, schoon autorijden en schoon vliegen, en alles komt weer goed, ook wat werkgelegenheid betreft. Er valt immers heel wat schoon te maken, en de zogenaamde milieuproduktiesector heeft dus de toekomst. Alleen al de bodemsanering vergt een bedrag van enkele miljarden, ofwel x manjaren werkgelegenheid en produktiegroei. Ook aan de verwijdering van mest en vuil slib valt nog jarenlang heel veel te verdienen, evenals aan het oppompen en reinigen van verontreinigd oppervlakte- en grondwater. Het milieu wordt vervuild door vuile produkten en vuile produktie. Maken we dat schoon, dan krijgen we zelfs schone economische groei!

De vergissing hiervan is totaal. Als we zo'n tien jaar uittrekken om inderdaad het hele land van top tot teen te reinigen, alsof het om een grote voorjaarsbeurt gaat, dan betekent dat dat het milieu inderdaad schoner wordt en tevens dat de economie fors zal aantrekken. Tegelijkertijd gebeuren er een paar andere dingen die minder geruststellend zijn. Zo ontstaat bijvoorbeeld een grote schoonmaaksector die na tien jaar is uitgepraat, want dan is Nederland (of Europa) immers schoon. Duurzaamheid? Nee dus.

Ook het ruimteverbruik gaat door, want ook de grote schoonmaak vraagt fabrieken, wegen en transport. In de inkomenssfeer zullen twee effecten optreden: enerzijds zal er enige tijd minder consumptief inkomen zijn, omdat het grote schoonmaken zo duur is, hetgeen negatief uitstraalt op de koopkracht en overige sectoren, anderzijds kan de schoonmaakindustrie zo'n succes worden dat het inkomen stijgt, hetgeen de consumptie doet toenemen, en dus de behoefte aan en het verbruik van auto's, vliegreizen en videotoestellen.

Ook al is dat alles tegen die tijd schoner, het zal altijd weer méér zijn. Een echt schone produktie bestaat niet, zoals echt schone produkten niet bestaan, want ieder gebruik van volume (materie en energie) leidt per definitie tot vervuiling. Een beetje schoner, dat kan. Een beetje kleiner, dat kan. Een nieuwe snelweg niet aanleggen, dat wordt al moeilijker. Schoon vliegen bestaat niet. Een Boeing zonder geluid is fysisch onmogelijk. Schonere auto's, oké, maar drie keer zoveel ervan betekent onherroepelijk dat alle verkeer vastloopt. Als ze elektrisch worden voortbewogen, vervuilen ze nog altijd, maar dan een eindje verderop. De milieuproduktiesector is geen panacee - de paradoxen ervan zijn onontkoombaar.

Behalve deze panacee verneem ik er nog een paar. Zo wordt gedacht dat de informatica de grote oplossing zal bieden. Waar nu nog fysieke materiaalstromen domineren, zal straks de elektronische snelweg dezelfde niet-materiële functies vervullen. In plaats van vliegen en vergaderen ter plaatse krijgen we de tele-vergadering. In plaats van de postauto krijgen we de fax en de E-mail. In plaats van vakantie in Thailand krijgen we de virtual reality van het digitale contact met Bangkok. En al die diensten, zo wordt gemeld, zullen voor een enorme economische groei zorgen, voor dito werkgelegenheid en een fractie aan de milieubelasting van de oude activiteiten. Bovenal, deze digitale revolutie zal het wonder van de global village, de broederschap der mensheid, eindelijk realiseren.

Maar ook de informatiemaatschappij zelf is een paradox. Het is niet waar dat een toevloed aan informatie ook impliceert dat de samenleving analoog geïnformeerder raakt. Integendeel. Als 56 of 112 netten vierentwintig uur per dag beschikbaar zijn, is het netto-effect niet méér informatie, maar verwarring. De mondiale doem-informatie over oorlog en verval leidt niet meer tot politiek engagement, maar tot het tegendeel, afweer en ontkenning. De Bosnische tragedie kan blijven woekeren bij de gratie van deze hyperinformatie en hetzelfde lot treft Soedan, Somalië en al die andere plaatsen in de wereld waar de waanzin aan de macht is. Hoe meer informatie, hoe meer weerstand en ontkenning. De digitale wereldburger zapt eenvoudigweg naar de volgende beelden, nauwelijks nog in staat de gruwelijke werkelijkheid te onderscheiden van de virtual realities op de volgende netten.

Voor de economische groei, de werkgelegenheid of het milieu heeft de informatierevolutie niet de panaceese rol die groei-adepten of volgzame milieubewegers zich wensen. De verwachte vervanging van materiële activiteit door de vluchtigheid van de informatie-uitwisseling treedt niet op. Integendeel: sinds de komst van telefoon, telex, fax en E-mail neemt de snelheid van de uitwisseling toe en stijgt de behoefte aan de materiële onderbouw ervan. Meer informatie betekent meer behoefte aan vergaderingen, meer reizen, snellere pakket- en koeriersdiensten en snellere beslissingen over goederen en transport. Er is geen enkel signaal dat de informatica enig materievervangend effect sorteert.

De crisis van milieu, economie, groei en de maatschappij is een crisis van de complexiteit. Anders dan wordt gedroomd en gehoopt is de mens niet in staat om zich ongelimiteerd in de moderne complexiteiten te storten en daarin te overleven. Het 'Contract with America' is een populistische vlucht uit de complexiteit. Daniel Bell schrijft: 'De moderne mens is niet meer geïnformeerd. Hij haat de realiteit.'

Mr. Middle Class America heeft er 25 jaar op zitten van beloften en verwachtingen die niet zijn uitgekomen. Hij verdient het hoogste inkomen ter wereld, maar zijn straten zijn kapot, zijn baan verdwijnt volgend jaar naar Mexico of China, en dag en nacht razen de doem, de criminaliteit en de pulp van de al dan niet reële wereld door zijn huiskamer, naast de onbereikbare glans van het namaakgeluk en de namaakglamour in show en reclame. En ten slotte treft hij zichzelf aan in het niemandsland van de virtual reality, de uiteindelijke exploitatie van zijn verwarring.

Virtual reality - dat is de ultieme boosdoener. Ik zag een Droste-verpleegsterserie over de Simpson-rechtszaak, waarbij de werkelijkheid, de verslaggeving daarvan en nagespeelde virtuality niet meer van elkaar zijn te onderscheiden. Het nieuws is een show met acteurs die lijken op verdachten, rechters en advocaten, die toneel spelen in diverse scenario's over de toedracht, de verdenking, de projecties en de volkswoede.

Virtual reality is de commerciële verkrachting van de informatie, het finale failliet van de Verlichting, de laatste kust van emancipatie, mondigheid en vorming. Miljoenen westerlingen trekken zich in solo-woonvormen terug, in innige omhelzing met de virtual reality, zelfs in seksuele zin, want ook hiervoor leent zich het medium in een bizarheid die alle fantasie tart. De virtual reality van de westerse merkenmarkt kenden we al, maar de digitale illusie is gevaarlijker, omdat zij onze politieke instituties vernietigt.

Het hele proces is des te beangstigender omdat het zich afspeelt in de virtual reality van de vrije markt en de globaliserende wereldeconomie. Processen van maatschappelijke ordening, sociaal contract en cultuur delven het onderspit in de race om het bezit van flitskapitaal en virtuele fantasieën.

De Schipholtragedie laat zien wat er dan gebeurt. Maandenlang al worden we gebombardeerd met een volstrekte vervanging van feiten door virtualiteiten. Meer vliegtuigen, dat betekent nu plotseling meer milieu. Meer milieu, dat blijkt nu plotseling te bestaan uit meer groenstroken en slechts 10.000 huizen waar je niet meer kunt slapen. Europa-wijd woekert de baanloze groei - maar plotseling is hier de banenmotor voor Nederland uitgevonden. Er komt een enorme toename van NOx-, CO2- en SO2-emissies - maar plotseling heet het dat hier economie en ecologie elkaar omarmd hebben. Op de vraag naar de invloed van een mogelijke olieschaarste of een ecotax op olie, kerosine en transport wordt gewoon geen antwoord meer gegeven.

De wereld is een schouwtoneel, zo schreef Vondel, in wiens schouwburg van 1637 ons Instituut voor Milieu- en Systeemanalyse is gehuisvest. De Gijsbreght ging er dat jaar, bij de feestelijke opening van het gebouw, in première, een grandioos stuk dat handelt over bedrog, verloedering, macht, corruptie en verraad. Die boosheden zijn nooit verdwenen en zij zullen nooit verdwijnen. De moderne wereld heeft er veel nieuw kwaad bijgemaakt, waarvan het belangrijkste een nieuwe religie is, die niet als zodanig wordt herkend en waarvan de priesters worden opgeleid in Harvard, Chicago en Rotterdam, zonder dat wij in de gaten hebben gehad hoe zij de economie hebben ingeruild voor de profijtonomie, het global casino, dat wordt bespeeld door enkelingen, terwijl de verarmende wereld buiten de deur verkommert.

Ik heb al eerder opgeroepen tot een nieuwe Reformatie, die moet worden gedreven door een diep besef van onrecht en onwaarachtigheid, een verandering van historische proporties.

Ik stel mij de nacht van 31 december 1999 voor. Ik heb geen digitale toestanden in huis, integendeel. Geen biosoep (Volmac) waaruit ik met behulp van gratis fusie-energie en biotechnologie aan huis (Volmac) desgewenst ieder hapje eten kan brouwen, zodat onder andere de landbouw ophoudt te bestaan. Ik wens niet de wereld rond te reizen via chips in mijn hoofd (Volmac), verbonden met de snelweg, zodat ik virtueel aanwezig kan zijn, ruikend, proevend en zwetend, in India, op de Galapagos of waar dan ook, zoals de Volmac-alchemist gelooft.

Integendeel. Ik hap in echte oliebollen van ambachtelijk geteeld graan, gefrituurd in eerlijke olijfolie. Op stal staan echte koeien, schapen en paarden, en zelfs een ezel, en er is een normale, biologische moestuin. Aan de verre horizon steekt de randstedelijke nabootsing van Manhattan in de neonverlichte nachtlucht. Om middernacht zijn er twee mogelijkheden. Ofwel die lucht kleurt wit en rood, er steekt een vuurstorm op en de wereld vergaat, of er openbaart zich een nieuwe Ster van Bethlehem. De dieren achter in de stal herkennen die ster. De herboren mensheid begint aan zijn volgende zoektocht naar de Verlossing. Als de morgen aanbreekt is de duizendjarige reis naar het einde van de nacht voltooid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden