Zo smakeloos kan de Waarheid zijn

Ruim een halve eeuw na de Shoah klaagt 'Auschwitz-leugenaar' David Irving een ieder aan, die hem van leugens durft te betichten. ,,Als er geen gaten zaten in het dak van het crematorium van Auschwitz, dan was er ook geen gaskamer.''

Hebben de gaskamers van Auschwitz wel bestaan? De vraag is bijna blasfemisch, maar het antwoord bepaalt de uitkomst van een proces dat sinds 12 januari voor het hoogste rechtscollege van Engeland, het High Court in Londen, gevoerd wordt. Hier staat, aan het begin van een nieuw millennium, een historische waarheid ter discussie met de nagedachtenis van miljoenen holocaust-slachtoffers als inzet.

Formeel betreft het een proces wegens smaad, aangespannen door de Britse historicus David Irving. Aangeklaagd is zijn Amerikaans-joodse collega Deborah Lipstadt, die in een in 1993 gepubliceerd boek ('Denying the Holocaust: The Growing Assault on Truth and Memory', uitgeverij Penguin) Irving een van de gevaarlijkste exponenten van de 'Auschwitz-leugen' en een geschiedvervalser had genoemd.

Op zichzelf is die beschuldiging voor Irving niets nieuws; zijn al jaren openlijk geuite twijfels aan het bestaan van de gaskamers hebben hem in landen als Canada, Australië, Duitsland en Italië tot persona non grata gemaakt. Maar nu uitgeverij St. Martin's Press in New York zijn biografie van Goebbels weigerde, dreigt Irvings belangrijkste markt weg te vallen.

Het is goed te bedenken dat Irving aanvankelijk - hoe controversieel ook - een serieuze reputatie als historicus wist op te bouwen. Zijn biografie van Goebbels oogstte lof van befaamde historici als Hugh Trevor-Roper en zijn boek 'Hitler's War' uit 1977 deed een heftig debat ontbranden over de vraag in hoeverre Hitler persoonlijk van de holocaust op de hoogte was. Irving, die bijna obsessief in nazi-archieven heeft gespeurd, ontkent overigens die holocaust niet, maar laat hem van toepassing zijn op álle burgerslachtoffers van het nazi-regime. Het leven in de kampen - ook dat ontkent hij niet - was zwaar en onmenselijk, maar de doden die vielen waren het slachtoffer van executie-pelotons of van honger, uitputting en ziekte.

Irving heeft zichzelf eens omschreven als 'een één-mans-intifada tegen de officiële geschiedschrijving van de holocaust'. En zo zit hij ook als aanklager in zaal 73 van het Londense Hooggerechtshof. Zonder advocaten en alleen met een vijf meter lange houten tafel vol archiefstukken. Tegenover hem Deborah Lipstadt en dertien met laptops uitgeruste advocaten die tot de besten van hun soort behoren - Richard Rampton, specialist in smaadprocessen en Anthony Julius bijvoorbeeld, die prinses Diana in haar echtscheidingsprocedure vertegenwoordigde. De verdediging zal ook een keur van getuige-deskundigen oproepen: de historici Christopher Browning en Richard Evans, de holocaust-kenner Peter Longerich en de Nederlandse architectuurprofessor en Auschwitz-specialist Robert Jan van Pelt. Hier, lijkt het, staat geen misdaad, maar de Waarheid zelf voor de rechter.

Die bepruikte rechter is Charles Gray, die hoofdzakelijk zwijgend dag na dag de uiteenzettingen en ondervragingen volgt in een proces dat twaalf weken zal duren en dat zonder een jury gevoerd wordt: dat laatste waren beide partijen, gezien de complexiteit van het onderwerp, vooraf overeengekomen. Engelse en Duitse kranten zijn vrijwel dagelijks op de tribune aanwezig en berichten hun lezers over soms surrealistisch aandoende dialogen.

Een aantal voorbeelden die voor zichzelf spreken. Rampton ondervraagt Irving. Rampton: ,,In een rede heeft u gezegd: 'In mijn boek zult u het woord 'holocaust' niet aantreffen, want waarom zou ik iets vermelden dat helemaal niet heeft plaatsgevonden?''' Irving: ,,Wat wilt u onder het begrip holocaust verstaan?'' Rampton: ,,Wat dacht u van het systematisch vermoorden van miljoenen onschuldige burgers?'' Irving: ,,Als u dat 'systematisch' weglaat, ga ik akkoord.''

Rampton: ,,U ontkent het bestaan van de gaskamers.'' Irving: ,,Ik ontken... eh, ik trek het bestaan van de gaskamers in twijfel.'' Rampton: ,,Sobibor?'' Irving: ,,Daar zeker niet.'' Rampton: ,,Majdanek?'' Irving: ,,Nee.'' Rampton: ,,Belzec?'' Irving: ,,Hier twijfel ik.'' Rampton: ,,Chelmno?'' Irving: ,,Accepteer ik.''

Uiteindelijk wordt in het protocol opgenomen dat Irving vergassingen op kleine experimentele basis in Chelmno en Auschwitz voor mogelijk houdt. Maar ook roept hij nog: ,,Denkt u toch eens na, een miljoen vergasten, dat is 100 000 ton aan lijken. We hebben hier te maken met een gigantisch logistiek probleem!'' Irving bestrijdt niet ooit eens te hebben opgemerkt dat 'op de achterbank van Edward Kennedy's auto in Chappaquiddick meer vrouwen zijn gestorven dan in de gaskamers van Auschwitz.' Maar soms is de Waarheid nu eenmaal smakeloos.

De logistiek van Auschwitz komt ook ter sprake als Irving Robert Jan van Pelt een uur lang pijnlijk ondervraagt. Irving komt hier met zijn lievelingsargument aan, het argument van de flessenhals. Daarmee wordt de lift bedoeld die de ondergrondse gaskamer van crematorium 2 in Auschwitz-Birkenau verbond met de ruimte waarin de verbrandingsovens zich bevonden. Volgens Irving pasten in die lift maar twee, drie mensen. Hoeveel lijken van zeg, zestig kilo, pasten hierin, hoeveel gewicht kon hij dragen, 750 kilo, 1500 kilo, 3000 kilo? Hoe lang duurde het voor hij boven was? Zulke vragen stelde Irving. Hij vroeg Van Pelt voor te rekenen hoeveel die lift maximaal had kunnen vervoeren. Van Pelt weigerde, maar verzekerde de rechter dat de lift groot genoeg was.

Een ander argument van Irving betrof het dak van het crematorium. ,,Als er geen gaten in het dak waren, dan was er ook geen gaskamer'', hield hij het hof voor. ,,Het hele verhaal van 500 000 mensen die zouden zijn vergast, staat of valt toch bij die gaten?'' Door die gaten zou immers het Zyklon B-gas naar binnen zijn gebracht. Van Pelt, die jarenlang de ruïnes van Auschwitz (de Duitsers hebben de crematoria kort voor de Russen kwamen opgeblazen) heeft onderzocht, aarzelde met een reactie. ,,Dat dak is in de afgelopen vijftig jaar in weer en wind weggerot, het is onmogelijk dat te onderzoeken.'' Voor Irving was dat antwoord zoiets als een triomf. Eerder had hij vage Amerikaanse luchtopnames uit 1944 en bouwtekeningen als vervalsingen afgedaan. Schrijnend was het verslag van een journalist van The Independent. Hij betrapte zich erop op zijn zakrekenmachine de flessenhals-theorie van Irving na te rekenen. Hij kwam uit op 25 lijken per liftgang van tien minuten. Dat is 150 per uur, 3600 per dag, per jaar meer dan 1,3 miljoen. ,,Gelukkig,'' schreef hij, ,, de berekening klopt.''

Zo smakeloos kan de Waarheid zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden