Zo rijst ze op uit het lawaai

Onder woorden brengen waarom muziek ons raakt, lijkt onmogelijk. Michel Serres en Henri Oosthout probeerden het gelukkig toch.

0osthout biedt een boeiende inventaris van ideeën over muziek, Serres' boek is allereerst een poëtisch avontuur

"De taal zal de muziek nooit begrijpen", stelt de Franse filosoof Michel Serres enigszins verdedigend aan het begin van zijn prachtige, zojuist in een razendknappe Nederlandse vertaling verschenen studie 'Muziek'.

De Griekse filosoof Epicurus gaf dan ook vele eeuwen geleden al de raad om maar niet over muziek te schrijven. Die aansporing heeft niet belet dat vele schrijvers zo sterk door muziek werden geboeid dat zij toch poogden om hun fascinatie te verwoorden.

Onder hen is Serres een van de opmerkelijkste. Zijn boek verscheen nagenoeg gelijktijdig met de studie 'Over muziek' van de Nederlandse classicus, wiskundige, klassiek pianist en organist Henri Oosthout, die zich al evenmin door het onderwerp heeft laten intimideren.

Oosthouts boek, om daar maar mee te beginnen, is een stuk traditioneler en toegankelijker dan dat van de Fransman. Het bestaat uit een dozijn zeer zorgvuldig geformuleerde en tot nadenken stemmende essays waarin de schrijver een reeks pogingen doet om de betekenis die muziek door de eeuwen voor de mens heeft gehad te achterhalen.

De speurtocht begint bij de oude Grieken. De Griekse mythologie en de plaats die Plato en Aristoteles in hun mens- en wereldbeeld aan de muziek toekenden, passeren de revue, waarna de schrijver te rade gaat bij onder meer - ik doe een beperkte greep - Dante, Goethe, Schopenhauer, Tolstoj, Strawinsky, Hindemith en de eigentijdse, tegendraadse Engelse denker Roger Scruton.

Maar Oosthout vindt ook stof tot overweging in een achttiende-eeuws traktaat met de heerlijke titel 'Der vollkommene Kapellmeister - Das ist gründliche Anzeige aller derjenigen Sachen, die einer wissen, können, und Vollkommen inne haben muss, der eine Kapelle met Ehren und Nutzen vorstehen will'.

Oosthouts boek gaat uit van de vraag waarom muziek, in de kern niet meer dan een zekere hoeveelheid binnen een bepaald tijdsbestek georganiseerd geluid, ons zo raakt en boeit. "Wie muziek als betekenisloos in de taalkundige zin beschouwt, ontkent daarmee nog niet dat muziek aangrijpend of mooi kan zijn, dat zij dus in de vagere zin van het woord iets voor ons 'betekent' of ons iets 'doet' (zoals men van een activiteit, een plaats of de aanwezigheid van een persoon kan zeggen: 'Dat betekent veel voor mij')."

Het resultaat van Oosthouts onderzoek is een boeiende inventaris en confrontatie van standpunten en filosofische begrippen, waarvan de merites door de schrijver zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen, uitmondend in een even bescheiden als sympathiek slotakkoord.

Want hoeveel behartigenswaardigs Oosthout ook over zijn onderwerp te berde weet te brengen, na afloop van zijn onderzoek moet hij toch toegeven dat het diepste mysterie van de muziek zich aan analyse onttrekt, en alleen in en door de muziek zelf kan worden uitgedrukt: "Het slot van Mozarts pianosonate in c, KV 547, volstaat. Onmogelijk om deze passage te spelen en niet de leegte, de afgrond te voelen die zich onder alle schoonheid en achter alle hartstocht verbergt."

Volstrekt anders, maar niet minder boeiend, is de benadering van hetzelfde onderwerp in het boek 'Muziek' van de tachtigjarige Franse filosoof Michel Serres. Serres is in zijn vaderland een onomstreden grootheid, een van de avontuurlijkste denkers van dit moment, nog altijd jong van geest.

Hij behoort tot de prominentste leden van de Académie Française, en is daarnaast docent aan de universiteit van Stanford in de Verenigde Staten. De voormalig rugbyspeler, marineofficier en bergwandelaar, ook actief als wiskundige, zeiler en oceanograaf, staat nog steeds midden in het leven. En hij geniet er met volle teugen van.

Serres wil zowel de lezer als zichzelf een indruk geven van de manier waarop muziek tot stand komt. Hij ontrafelt de wijze waarop georganiseerde klanken zich losmaken van de ruis die de achtergrondklank van het bestaan is, en hoe zij tot een georganiseerde vorm komen.

Hij doet dat door het oproepen van een macht aan poëtische beelden die navoelbaar moeten maken wat met nauwkeurige omschrijvingen in woorden niet te vangen is. "Metaforen zijn in het spreken over muziek onvermijdelijk", merkte Simon Vestdijk, zelf de auteur van een tiental boeken over muziek en puttend uit eigen ervaring, ooit al eens op.

Het gevolg daarvan is dat Serres' zeer intuïtieve betoog zich eigenlijk nauwelijks laat samenvatten of met argumenten aanvechten, maar het moet hebben van de overtuigende beelden zelf. "Zoals Afrodite, de moeder van alle schoonheid, geboren werd uit schuim en branding, zo rijst de muziek plotseling op uit de chaotische zee van het lawaai."

De lezer moet de tekst bijna lezen zoals hij dat met een gedicht zou doen.

Wat mij betreft slaagt Serres op bewonderenswaardige wijze in zijn opzet, waarbij hij in de drie delen achtereenvolgens uitgaat van de Orpheusmythe, zijn eigen ervaringen en de bijbelse verhalen.

Zeer behulpzaam om de gedachten van de schrijver te kunnen volgen, is het heldere nawoord van René ten Bos. Daarin legt hij onder meer uit dat Serres niet dingen uit elkaar wil halen, zoals het wetenschappelijk denken pleegt te doen, maar ze juist bij elkaar wil laten komen.

Hij probeert de hele wereld in zijn teksten aanwezig te laten zijn, en verwijst daarom veelvuldig naar weinig concrete begrippen als trillingen, wervelingen, spanningen en elasticiteiten. Concepten en woorden, legt Ten Bos uit, zijn in het denken van Serres nooit glashelder afgebakend, maar dragers van poëtische waarden waarmee de lezer aan de slag moet.

Wie zich voor deze aanpak openstelt en bereid is zijn mogelijk aanvankelijke scepsis tegen zoveel voortvarendheid op te schorten, wordt beloond met een onvergetelijk leesavontuur.

Voor de liefhebber van klassieke muziek die in deze donkere dagen na Kerstmis zin heeft in het aanpakken van een persoonlijk projectje, loont het zeker de moeite deze twee zo verschillende boeken te lezen. Bij voorkeur in combinatie, zodat zij elkaar kunnen verrijken.

Henri Oosthout: Over muziek. Klement, Zoetermeer; 207 blz. € 19,95

Michel Serres: Muziek. (Musique) Vertaald en geannoteerd door Jeanne Holierhoek. , met een nawoord door René ten Bos. Boom, Amsterdam; 198 blz. € 24,50

Het diepste mysterie van de muziek onttrekt zich uiteindelijk

aan analyse

Violiste Liza Ferschtman, winnares van de Nederlandse Muziekprijs 2006

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden