Zo'n dochter willen we allemaal wel

reportage | Honderden verzorgingshuizen in Nederland gaan dicht. Trouw volgt zes bewoners van één zo'n huis: De Marckenburgh in Spijkenisse. De dochter van mevrouw Heijmanns helpt graag bij de verhuizing. Maar wie assisteert meneer Van Berkel bij het inpakken van dozen? Deel 3 van een serie: De mantelzorgers.

Ik wil iedereen wel helpen", zegt Susan Numans (64). Dat is geen bluf: Susan - Suus voor intimi - is bovengemiddeld aardig en hulpvaardig. Ze verzorgt maar liefst drie ouderen: haar schoonmoeder, haar moeder en Theo, haar moeders vriend. Thuis heeft ze een hele kast gevuld met hun boekhouding, post en schriften waarin ze hun medische dossier bijhoudt. Daarnaast is ze vrijwilliger bij de borstkankerpatiëntenvereniging en heeft ze een man en twee volwassen kinderen. "Doe je niet te veel?" vraagt haar moeder Ger Heijmanns (101) weleens. Dat ontkent Suus steevast. "Ik ben heel positief. Helpen gaat vanzelf."

Geen wonder dat zij in verzorgingshuis De Marckenburgh bekendstaat als de ideale mantelzorger. Niks is haar te veel volgens de zusters van de vijfde etage, waar mevrouw Heijmanns sinds drie jaar woont. Suus neemt hen veel werk uit handen; eigenlijk helpt ze de zusters óók. Ze leegt de urinezak, verzorgt wonden, helpt haar moeder op de postoel, druppelt de ogen, wast en zalft haar, prakt de stamppot door de jus, snijdt de blinde vink. Dit alles minstens drie keer per week en zonder mopperen, uit liefde voor haar moeder. Zolang die nog zelfstandig woonde - en dat deed ze tot haar 98ste - verzorgde zij haar zelfs dagelijks. "Ik wilde haar niet in een tehuis hebben", aldus Suus. Maar toen mevrouw Heijmanns het loopje naar de wc niet meer kon maken, verzoenden zij zich met De Marckenburgh.

Over de zusters hier zegt Suus: "Die lopen zich de benen uit hun lijf om iedereen te helpen." En over haar eigen inzet: "Dit is het minste wat je kunt doen."

Daarbij hoort ook een maandelijks arrangement voor mevrouw Heijmanns en Theo (84), haar amant sinds meer dan dertig jaar. Theo heeft alzheimer, hij woont in een verzorgingshuis in Middelburg en is nog altijd smoorverliefd op zijn vriendin. Dat deze slanke weduwe met hoge hak en strakke rok zeventien jaar ouder was dan hij, ontdekte hij pas na jaren relatie. Wat betekent leeftijd als de liefde bloeit? "Toen ze vorig jaar honderd werd, zei Theo: Zullen we trouwen? De burgemeester is er nu toch", vertelt Suus.

Toewijding

Hun rendez-vous vindt altijd plaats in de knusse kamer van mevrouw Heijmanns. Suus' zoon haalt en brengt zijn stiefopa, Suus maakt het intussen gezellig: verse bloemen, champagne en vishapjes op tafel. "Zo vertroetel ik ze lekker." Wie wil zo'n dochter niet?

Mevrouw Heijmanns bevestigt desgevraagd dat Suus "ontzettend lief" is. Maar haar toewijding verbaast haar niet. Met haar man, met wie zij een fotozaak runde, en Suus en haar broer vormden ze "gewoon een fijn gezin".

Binnenkort gaat De Marckenburgh dicht en moet mevrouw Heijmanns verhuizen naar een nieuw appartement. Bij vragen over de voorbereidingen - en trouwens ook over veel andere onderwerpen - verwijst deze 101-jarige naar haar dochter. Ze maakt er een elegant wegwerpgebaartje bij: "Op mijn leeftijd hoef ik dát niet meer te weten." Op haar leeftijd mag je achterover leunen. Alles komt goed.

Er zijn minder-gelukkigen in De Marckenburgh: minstens een kwart van de 125 bewoners heeft niet echt betrokken familie, dertien mensen hebben zelfs nooit familiecontact. De één is ongetrouwd gebleven, de ander verloor door echtscheiding de band met zijn kinderen. Het contrast tussen de met bloemen en champagne vertroetelde mevrouw Heijmanns en de familielozen lijkt in deze verhuisperiode extra scherp. Wie helpt de laatsten met het geregel, het inpakken van dozen?

Dat valt te observeren in de sober ingerichte kamer 107 van Henk van Berkel (74), één van de dertien bewoners zonder familiebanden. Zijn fysieke conditie versterkt zijn isolement: door een hersenbloeding raakte hij halfzijdig verlamd en kreeg hij afasie, een taalstoornis die maakt dat hij niet kan praten. Communiceren doet hij met één hand en zijn expressieve gezicht. Dat gaat hem aardig af, meneer Van Berkel is een charmeur. 'Je ziet er goed uit!' gebaart hij met zijn duim omhoog en zijn lippen goedkeurend getuit. Het maakt deze voormalige amateurbokser populair bij vrijwel de hele vrouwelijke bevolking van De Marckenburgh.

Maar dat is het vrolijke, snelle contact in de gang of het restaurant. Wat meneer Van Berkel echt beweegt, blijft voor veel mensen een raadsel. Al denkt vrijwilliger Jan Verschuren (78) dat hij een eindje komt: bijna 50 procent van wat meneer Van Berkel wil uitdrukken, begrijpt hij wel. Dat komt door een oude band: de twee waren vroeger collega's in Termeulen Warenhuis Rotterdam. Nadat ze elkaar decennia uit het oog waren verloren, "pikten we in De Marckenburgh de oude vriendschap weer op," zegt Jan.

Behalve een oude vriend is Jan nu ook het 'Marckenburghmaatje' van meneer Van Berkel. Dat fenomeen bedacht het management speciaal voor dit roerige verhuisjaar: de dertien familieloze bewoners krijgen allemaal extra hulp van een vrijwilliger. In kamer 107 pakken Jan en meneer Van Berkel samen dozen in. "Dan vraag ik: 'Wat doen we hiermee? Kan dat niet de vuilnisbak in?' Dat gaat heel makkelijk.", zegt Jan. Klopt, knikt meneer Van Berkel.

Wat Jan verder voor meneer Van Berkel doet? "We gaan samen wandelen, naar de dokter, ik timmer wat voor hem, hang een schilderijtje op, we drinken samen koffie. Alles wat nodig is om het gezellig te maken. Het stukje dat normaal de familie doet, dat doe ik."

Dus tegenover Suus, die samen met haar kinderen en echtgenoot een kring vormt rondom mevrouw Heijmanns, staat in kamer 107 alleen vrijwilliger Jan? Niks ten nadele van Jan hoor, die ook voor andere bewoners kastjes in elkaar timmert en boodschapjes doet en volgens sommigen moet worden ingelijst of op een sokkel gezet, maar toch?

Steunpilaar

Nee, meneer Van Berkels eerste steunpilaar is verzorgster Christien Rink. Iedere bewoner heeft zijn eigen EVV'er, de Eerst Verantwoordelijke Verzorgende, en Christien is die van meneer Van Berkel sinds hij vijf jaar geleden binnenkwam in De Marckenburgh, diep bedroefd om de dood van zijn tweede vrouw en grote liefde Geer. Nog altijd barst hij in tranen uit zodra haar naam valt; van verdriet én omdat de hersenbloeding zijn emotieregulatie heeft verstoord.

In aanwezigheid van meneer Van Berkel en met zijn toestemming vertelt Christien hoe dat ging, met Geer. Na zijn hersenbloeding regelde zij een aangepaste woning, ook toegankelijk voor een rolstoel. Het echtpaar woonde er nog maar net - samen met Geers zoon Wesley, indertijd achttien jaar - toen zij dood neerviel op de grond. Gestorven aan ook al een hersenbloeding. Meneer Van Berkel zag het voor zijn ogen gebeuren en moet woordeloos hebben geschreeuwd.

Sinds drie jaar heeft hij geen contact meer met zijn nu 23-jarige stiefzoon, tot zijn spijt. Ook de zoon uit zijn eerste huwelijk is uit het zicht verdwenen. Vandaar dat meneer Van Berkel het moet hebben van zijn contacten in het verzorgingshuis.

Christiens zorg voor hem gaat soms verder dan het puur professionele. Ze houdt zijn kledingkast op orde, maakt zijn scheerapparaat schoon, brengt een miskoop terug naar de winkel omdat hij iets anders had willen hebben, maar de verkoopster hem niet begreep. Voor zijn nieuwe appartement, ruim twee keer zo groot als zijn huidige kamer, regelde ze lampen en meubels via online winkel Otto. Samen uitgezocht hoor, gebaart meneer Van Berkel. Gewoonlijk is dat eerder een taak van mantelzorgers, zegt Christien. Maar ja.

Vanochtend hebben ze zijn crematie doorgesproken: geen koffie met droge cake, maar een bitterbal met borrel en muziek van André Hazes, Frans Bauer en Jan Smit. "Jammer dat je er niet bij kan zijn, hè", zegt Christien tegen meneer Van Berkel. Belangrijkste punt in zijn wilsbeschikking: de urn met de as van Geer - die nu in zijn buffetkast staat en straks natuurlijk mee verhuist naar de nieuwbouw - moet na zijn overlijden naar Wesley.

"We zijn soms net een getrouwd stel", zo beschrijft Christien haar relatie met meneer Van Berkel; omdat ze dol zijn op elkaar, maar ook wel kunnen kibbelen, bijvoorbeeld over geld. Hij wil meer spenderen, zij vindt dat hij moet sparen.

Maar daar ligt het niet aan dat het stel aankoerst op scheiding; na de verhuizing woont hij in het ene gebouw en werkt zij in het andere. Wat meneer Van Berkel daarvan vindt? Duim en mondhoeken naar beneden. En Christien? Die vindt het best 'emotioneel'. Maar ze komt straks wel bij hem langs hoor, in zijn nieuwe huis. "De heer Van Berkel weet dat we bevriend blijven."

MEVROUW BESTEBROER

Drie tot vijf keer per dag belt mevrouw Bestebroer met haar kleindochter Bianca (39). Die is haar steun en toeverlaat: Bianca regelt van alles rondom de verhuizing en doet ook de was voor haar oma. Ze heeft namelijk ooit gezien hoe de kleren van haar overgrootmoeder "door de instanties werden verwassen" tot grauwe ellende: "Toen heb ik me voorgenomen: al is het het laatste wat ik doe, ik was voor oma."

MENEER DE KREEK

Met zijn familie heeft meneer De Kreek, die altijd vrijgezel is gebleven, geen contact meer. Gelukkig krijgt hij geregeld bezoek van vrijwilligster Anja. Ze is getrouwd, dat weet hij wel, maar toch ziet hij haar als 'mijn vriendin'. Het liefst zou hij haar op de Chinees trakteren. "Als je een vrouw bij je hebt, dan moet je voor d'r zorgen."

Verzorgingshuizen hebben de familie nodig om goede zorg te bieden, realiseren ze zich steeds meer. Het personeel heeft het druk en kan bewoners niet ook nog eens helpen om nieuwe kleren te kopen, een defect scheerapparaat te repareren of een vakantie te boeken; acties die het welzijn van ouderen wel flink bevorderen. "Vroeger kwam de familie een bewoner gewoon afleveren", zegt zorgmanager Sylvia Koek van De Marckenburgh. "Nu gaan we samen zitten: wie kan wat doen?"

Maar hoe geef je zo'n samenwerking vorm? "Iedereen is aan het zoeken", zegt Henriette van Gils, beleidsmedewerker van Mezzo, de landelijke vereniging van mantelzorgers en vrijwilligers. De familie mag volgens de wet niet verplicht worden te helpen, maar toch voelen mantelzorgers vaak 'een morele claim' vanuit het verzorgingshuis. "Vooral bij dementerende ouderen die veel tijd kosten, laat het personeel merken dat het toch wel erg fijn zou zijn als er bij elke maaltijd een mantelzorger aanwezig zou zijn. De druk neemt toe. Dat wordt een steeds groter probleem."

Vrijwilligers of maatjes bieden zelden de 'warme zorg' waartoe familie bereid is, zegt Van Gils, hoe betrokken ze ook zijn. "Ze komen een of twee uur per week voor afgesproken activiteiten: een wandeling maken, een boodschap doen. Vrijwilligers kunnen ook altijd zeggen: ik stop ermee. Familie zegt dat niet gauw." En druk uitoefenen werkt averechts. "Dan haken ze af."

Het is een beeld dat het Marckenburgh-management graag nuanceert. "Wij hebben hier actieve maatjes die heel wat warmere zorg leveren dan vele familieleden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden