Reportage

Zo luid als de dodelijke knal op oudjaar, zo diep is de stilte sindsdien in het Friese dorpje Morra

Stille straten in Morra Beeld reyer boxem

In Morra, een piepklein dorpje in het noorden van Friesland, kwam op Oudejaarsavond een 41-jarige man om het leven door een vuurwerkongeluk. De hechte gemeenschap is verslagen. ‘Het schokt hier behoorlijk na.’ 

Verlaten wegen en zwijgzame mensen. Zo luid als de knal op oudjaar, zo diep is de stilte die sindsdien over Morra is neergedaald. Aan de rand van het idyllische Friese dorpje staan stille getuigen van wat een feestelijke nacht had moeten worden: een houten keet, witte statafels, een verzameling barkrukken. Daarnaast een carbidkanon met de tekst wat binne we moai fuort net?.

Maar ‘moai fuort’ (dat zoiets betekent als ‘lekker uit’) zijn de inwoners van Morra het nieuwe jaar geenszins begonnen. Terwijl de rest van Nederland kilo’s vuurwerk de lucht in schoot, zaten ze verslagen binnen. De bierkratten zijn een paar dagen later nog vol, op de bar in de keet staat een halfvolle fles Canei. Aan de overkant van de weg liggen de laatste houten pallets voor het grote vreugdevuur dat nooit werd aangestoken. 

Regen en zon wisselen elkaar in hoog tempo af en aan het eind van de akker kleurt een regenboog de wispelturige luchten. Op deze tot de verbeelding sprekende plek, de Achterwei, voltrekt zich op Oudejaarsdag een compleet onverwachte tragedie. Het feest is al aardig op gang als er rond acht uur ’s avonds een enorme knal klinkt. Niemand lijkt te weten wat er precies is gebeurd, maar een ding wordt al snel duidelijk: er is een dorpsbewoner getroffen door een zware vuurwerkexplosie. De 41-jarige Nutte Cuperus kan niet meer worden gered en overlijdt ter plekke.

De keet wordt opgeruimd. Beeld reyer boxem

Diep verslagen

Buurman Henk van Ommen, die vlak bij het dorpskerkje woont, kan het nog nauwelijks bevatten. Cuperus had een vrouw en twee jonge kinderen. Hij was net een eigen bouwbedrijfje gestart. Met vochtige ogen doet Van Ommen de deur open. Veel wil hij niet over de bewuste avond kwijt: “We zijn diep verslagen”. Hij zou – net als ieder jaar – met de rest van het dorp de jaarwisseling vieren bij het vreugdevuur in de Achterwei. Maar die avond bleef hij thuis, net als alle andere inwoners.

Klaas Veenstra, een blonde jongen met een zwarte pet en spijkerbroek, is vandaag met een groep vrienden naar de plek des onheils gekomen om de keet te ontmantelen en de tastbare herinneringen aan het collectieve trauma uit te wissen. Hij kent het gezin Cuperus goed, zegt hij, en geeft kaatsles aan een van de twee kinderen. Zelf was hij in het nabijgelegen Anjum tijdens de ontploffing, waar hij telefoontjes kreeg en berichten van vrienden. Wat hij voelde toen het slechte nieuws kwam? Klaas haalt zijn schouders op. “We zijn hiernaartoe gegaan en binnengebleven. Ik heb bij mijn broer gezeten. Het was gewoon stil.”

De politie wil over de toedracht van het ongeluk niet veel prijsgeven. Er werden eerder deze week drie verdachten opgepakt: een jongen van vijftien en een meerderjarige man uit Morra en een derde man uit Anjum. De eerste twee zijn inmiddels vrijgelaten, maar blijven wel verdachten in de zaak. Duidelijk is in ieder geval dat het ging om een fatale explosie van ‘professioneel vuurwerk dat illegaal is verkregen en onjuist is aangestoken’, zegt politiewoordvoerder Fred Kammenga. “We onderzoeken nog wie het heeft aangestoken en wie de leverancier is.”

Hoewel het bevoegd gezag in Morra soms ver weg is, heeft het dorp volgens de politie geen historie met illegaal vuurwerk. “Onze ervaring met het dorp is niet slecht”, zegt Kammenga. “Het is gewoon een heel klein plattelandsdorp waar iedereen elkaar kent en alles van elkaar weet. Een gemeenschap met een ­eigen cultuur, net als Urk of Scheveningen. De mensen zijn erg terughoudend.”

Het laatste wat Morra wil, is dat het dorp in de schijnwerpers komt te staan. Met ruim 200 inwoners en een paar straten is de lytse mienskip (Fries voor kleine gemeenschap) zeer hecht, zegt Jasper van de Veer. Hij is voorzitter van de dorpsvereniging en organiseerde op Nieuwjaarsdag een bijeenkomst in dorpshuis De Stikel. Met de nabestaanden heeft hij afgesproken om geen pers te woord te staan. “Maar ik kan wel melden dat het een emotionele bijeenkomst was. Rond de zestig tot zeventig mensen uit het dorp waren erbij, en ook de burgemeester, politie en slachtofferhulp. We zijn het nog aan het verwerken.”

Kwetsbaar

Die terughoudendheid is begrijpelijk, vindt kunstenaar en zanger Gerrit Breteler. Hij woont in een boerderij vlak bij Morra en noemt zichzelf een soort ‘streektroubadour’. Zelf is hij weliswaar geen geboren Fries, maar hij woont er al sinds zijn pubertijd en beheerst de taal perfect. De meeste verhalen in de kranten over Friesland vindt hij irritant stigmatiserend. “Het gaat meteen over klompen en trekkers. Dat is een cliché waarvan ik gruwel. Friesland is een buitengebied, maar nog steeds gewoon Nederland. Er wonen hier normale mensen.”

De plek waar het ongeluk gebeurde. Beeld reyer boxem

Wel komt het overlijden van een inwoner in zo’n klein dorpje harder aan dan in een grote stad, zegt Breteler. “Zo’n kleine gemeenschap is dan extra kwetsbaar. Zeker nu Friesland heel erg verandert. Het is niet meer het agrarische gebied dat het ooit was, maar raakt steeds verder geïndustrialiseerd. De kerken komen leeg te staan en door de krimp worden scholen en kroegen gesloten. Vroeger was er meer structuur in de samenleving. Nu zitten we in een overgangssituatie waardoor de gemeenschapszin wordt aangetast. Vooral de ouderen zien een heel andere cultuur ontstaan.”

Een gebeurtenis als het ongeluk in Morra zet het groeiende contrast tussen stad en ‘periferie’ op scherp, ziet Breteler. De inwoners ­raken in zichzelf gekeerd en zoeken elkaar op, argwanend naar journalisten en andere buitenstaanders. Een begrijpelijke reactie, maar op grotere schaal een contrast dat hij betreurt. “Mensen op het platteland voelen zich ­bedreigd en zijn achterdochtig. Ze worden als karikatuur weggezet, vinden ze.”

Vanuit de politiek is er meer visie nodig op hoe je het platteland leefbaar kunt houden, vindt Breteler. “Die visie ontbreekt weleens bij bestuurders. Je moet extra investeren. Het plattelandsprobleem is groter dan Nederland.”

Hij pleit ervoor om mensen weer dichter bij elkaar te brengen door ‘mensen uit de stad het platteland op te trekken’. “Niet met plaatselijke klompendansen of dat soort bullshit, maar met lezingen, literatuur en filosofie. In Nes hebben we van een overbodig geworden kerk een theaterkerk gemaakt. We willen kijken of we hier een nieuwe culturele dynamiek kunnen organiseren.”

Zijn vrouw speelt in theatergezelschap Mea Culpa van Lioessens (het dorp naast Morra), dat stukken maakt over de grote veranderingen in Friesland en de nieuwe situatie waar mensen mee moeten omgaan. “Ik zeg niet dat het eerder beter was”, benadrukt Breteler. “Het is geen nostalgie, maar een constatering dat er op het platteland een andere structuur ontstaat.”

Lyk alear

In Morra is van die veranderende structuur vooralsnog weinig te merken. Bij een kruispunt in het dorp staan twee houten bankjes. Op de een de tekst gjin sorgen mear (geen zorgen meer), op de ander lyk alear (zoals vroeger). Waar die eerste spreuk nu niet van toepassing is, geldt dat des te meer voor de tweede. De ­inwoners lijken bovendien een stilzwijgende afspraak met elkaar te hebben: ze praten niet over het ongeluk of Cuperus, maar wel over het dorp.

Zo ook Rein Ferwerda, een oudere man die er sinds zestien jaar woont. “De mienskip is zeer geschokt”, zegt hij. “Dit heeft een enorme impact op ons dorp. Er gebeurt hier van ­alles: we hebben een muziekvereniging, er ­wonen politici, we regelen samen duurzame projecten. De rol van de familie Cuperus is mij hierin niet bekend. Maar hoe dan ook: het is een enorm verlies.”

In stilte ontmantelen Klaas Veenstra en zijn vrienden de keet op de Achterwei. Ze stapelen de volle bierkratten in een aanhanger, takelen het dixietoilet ernaast en sjouwen af en aan met de overgebleven spullen. Af en toe klinkt er wat afgemeten Fries. “Het schokt hier wel aardig na”, zegt Veenstra. Hij is al jaren betrokken bij de organisatie van het feest voor Oud en Nieuw, dat de laatste tijd ‘wat meer in handen van de jeugd ligt’. Maar aan de volgende keer moet hij nog niet denken. Maandag wordt Nutte Cuperus begraven. “Oud en Nieuw zal nooit meer hetzelfde zijn.”

Lees ook:

Zijn vuurwerkvrije zones een wassen neus? 

De proef om burgers in Amsterdam zelf vuurwerkvrije straten te laten aanwijzen, is in ieder geval mislukt. Ook elders in het land werd tijdens de jaarwisseling veel overlast ervaren.

Is de overheid te bevoogdend geworden? 

Vuurwerk is gevaarlijk, roken ongezond en kerstbomen verbranden slecht voor het milieu. Is de overheid te bevoogdend geworden? In zekere zin wel, vindt Denker des Vaderlands René ten Bos

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden