op reis door Europa

Zo lang politici de Balkan niet te veel ophitsen, houdt de vrede stand

De oudere bevolking in Bosnië heeft zich over het oorlogstrauma heen gezet. Beeld EPA

In Bosnië en Kroatië wonen de vijanden uit de burgeroorlog naast elkaar. Hoe gevaarlijk is dat? Deel 12 van de reisserie van Jonathan Holslag langs de rafelranden van Europa.

Ik ben nog steeds onderweg op de Balkan, de immer rommelende onderbuik van Europa. De politieke kaart werd hier grondig hertekend door de Joegoslavië-oorlog in de jaren negentig. Dit conflict was voornamelijk een opstand van Albanezen, Kroaten en Slovenen tegen de Serviërs en hun sterke man, Slobodan Milosevic, die zich steeds dictatorialer en nationalistischer opstelde. In het eerste jaar van de oorlog kwamen tienduizenden mensen om. De Verenigde Naties stuurden troepen, maar de Serviërs weken niet, lieten sluipschutters burgers doden in de belegerde straten van Sarajevo en brachten in Srebrenica onder de neus van VN-blauwhelmen duizenden burgers om. Een volkerenmoord voltrok zich in het voorportaal van Europa.

"Is dit een tijd om afstandelijk te zijn? Is dit een tijd om je ogen af te wenden?", zongen U2 en de Passengers. Beelden van oorlog wennen, vooral als deze zich in een ver land afspeelt. Maar systematisch kinderen gemolesteerd zien worden tart ieders rechtvaardigheidsgevoel, zeker als die horror zich dicht bij huis voltrekt. 

De Joegoslavië-oorlog legde niet alleen de humanitaire betrokkenheid bloot, maar ook de geopolitieke belangen. Na het ineenstorten van Joegoslavië werd de regio meer dan ooit een arena voor de grootmachten - Rusland en de Verenigde Staten op kop - en begon duidelijk te worden dat anarchie ook de rest van Europa zou teisteren met vluchtelingenstromen, georganiseerde misdaad en radicalisme.

Als de Europese uitbreiding wordt beschouwd als een project om de veiligheid tussen de Zwarte Zee en de Atlantische Oceaan te verzekeren, dan blijft de Balkan in dat project de belangrijkste lacune. Er wordt steeds vaker gewaarschuwd dat staten er nog fragiel zijn en dat het geweld in de regio weer op kan laaien. Ik trek naar Kroatië en Bosnië-Herzegovina om er zicht te krijgen op de situatie vandaag. 

De ambities van Servië waren een belangrijke bron van ellende, maar wat de Joegoslavië-oorlog des te bloediger maakte, waren de spanningen tussen bevolkingsgroepen in de kleine dorpen, tussen Serviërs, Bosniërs, Kroaten enzovoort. Ik wil bestuderen of die groepen zich een generatie later verzoend hebben, en hoe ernstig we de berichten over religieuze radicalisering moeten nemen.

Tijgers en adelaars

Met een gehuurde witte Skoda verlaat ik Belgrado via de vlakke rechte weg naar Kroatië. In Vukovar ontmoet ik Ana Horvatinec. Vanonder de luifel van Taverne Dunavska kijken we uit op de Donau. Op de andere oever ligt Servië. Ana getuigde als eerste over de systematische verkrachtingen tijdens de oorlog. "Het was alsof iemand een kwaadaardig virus had verspreid. Mensen die onze buren waren, werden wilden. Witte Adelaars noemden ze zich, deze militie, aangevuurd door mannen uit Servië. Het ergste is dat ze nog steeds rondlopen en dat wekt woede bij de mensen. Politici hebben dat in de gaten en slaan er munt uit met anti-Servische propaganda. Kroatië is sterk, nu we lid zijn van Europa, maar vroeg of laat kan dit weer uitbarsten."

Hadden ze het geweld niet zien aankomen? Ana peinst: "Er was steeds ontevredenheid, maar mensen bleven stil. Het is ook maar een kleine groep Serviërs uit onze stad geweest die daadwerkelijk heeft gevochten. Mannen, herinner ik me, die daarvoor al een kort lontje hadden."

Van Vukovar in Kroatië steek ik door naar Bijeljina in Bosnië-Herzegovina, een stad met 60 procent Serviërs en 30 procent Bosniërs. De weg wordt in Bosnië een stuk slechter. Overal zitten mensen tomaten en paprika's te verkopen. Bosnië is een arm land en wordt bovenal geplaagd door onlusten tussen de twee landsdelen: de Servische Republiek en Bosnië. Vanuit Bijeljina zal ik de rivier de Drina tot in Srebrenica volgen. Dan rijd ik naar Sarajevo en Kosovo. Dit was het jachtterrein van de Tijgers van Arkan, een terreurgroep die het grensland wilde zuiveren van alle overwegend islamitische Bosniërs.

Jusuf Trbić werd door de mannen van Arkan gevangen, gefolterd en bijna geëxecuteerd. "Arkan was een gangster, een pooier en een gokker die rondreed in een roze cabriolet," vertelt hij me. "Hij heeft in de gevangenis gezeten in Europa en maakte daarna een fortuin in de misdaad. Hij trouwde met een lokale zangeres en riep zichzelf uit tot hoeder van de Servische Orthodoxen."

Terwijl ik met Jusuf converseer, is er een trouwfeest aan de gang. Een breedgeschouderde man met een gebit als een schietkraam stapt op ons af. "Ha die Jusuf," buldert hij. "Weet u mijnheer, we kunnen het hier best vinden met elkaar. Jusuf is moslim en ik ben een oude Chetnik (Servische nationalist, JH), maar we feesten en drinken samen. We laten ons het hoofd niet meer gek maken." 

De realiteit blijkt echter wat complexer, het verleden is nog lang niet verwerkt. De militie van Arkan vermoordde honderden mensen in Bijeljina. Buiten de stad was een concentratiekamp. Net als Ana bevestigt Jusuf dat de daders op vrije voeten zijn. "Ik zie iedere dag oorlogsmisdadigers, maar we kiezen ervoor er niet over te praten. Het is zo complex en mensen zijn bang voor nieuwe problemen. Veel Serviërs hebben ons overigens bijgestaan tijdens de oorlog. De bende van Arkan rekruteerde vooral in de dorpen rondom. Zolang de politici de spanningen niet ophitsen, kan de vrede standhouden."

De Drina

Die politici zijn evenwel weer in actie gekomen. De overheid van de Servische Republiek wil onafhankelijkheid. Omdat ruim 80 procent van haar bevolking uit Serviërs bestaat, loont het om hen op te zetten tegen de minderheid van 14 procent Bosniërs. De overheid werpt zich op als verdediger van het Orthodoxe geloof, de Servische belangen en de banden met Rusland. Aan de rand van de stad Bijeljina werd tussen oligarchenvilla's een gigantische Orthodoxe kerk met gouden koepels gebouwd. Een gift van de Russen, blijkt, en in het centrum staat er nog één. De kerkvoogd rijdt rond in een Audi A6, maar voor zijn mis strompelden slechts vier oudjes binnen. Overal in de stad staan verlaten huizen met Servische graffiti. In het dak van een enkel huis is nog steeds een mortierinslag te zien. Onder de kastanjes van het park verkoopt een man ballonnen, Russische vlaggen en speelgoedmachinegeweren.

's Avonds schuif ik aan voor wilde forel bij vier jonge Serviërs. "De wrok is nog steeds aanwezig," steekt Snezana Tomic van wal. "Het verleden is zwaar en politici maken het moeilijker om gewoon te leven. Hun tv-kanalen brengen haatberichten als was de oorlog nooit geëindigd." Aleksander Gligoric, pas terug van een jaar werken in Rusland, beaamt: "Het kan weer escaleren, zeker als de Servische Republiek zich volgend jaar met een referendum probeert af te scheiden."

Is Bijeljina nog een stad, de rest van de vallei van de smaragdblauwe Drina ontrolt zich daarna als een groene loper van velden, akkers en bossen. In Janja, een gehucht van slechts enkele honderden mensen, hebben de teruggekeerde Bosnische moslims zich gevestigd in een nieuwe wijk, slordig gebouwd met rode bakstenen en beton. Recent viel een Servische groep de kleine moskee aan. Zo heeft elk gehucht zijn verhaal.

Srebrenica

Hoe is het toch mogelijk dat in zulke kleine steden en dorpen zo'n bloedbad werd aangericht? Nobelprijswinnaar Ivo Andric beschreef in 'Brug over de Drina' dat de dorpen hier aaneengeregen zijn door onzichtbare draden van haat en wraak. Sommige academici doen dit af als Balkanromantiek, een poging de Balkan anders voor te stellen dan het beschaafde Europa. En toch heeft Andric gelijk. Er zijn weinig plekken in Europa waar etnische en religieuze verschillen zo zichtbaar zijn in zulke kleine gemeenschappen. Oud-president Josip Tito probeerde dat in deJoegoslavische staat te onderdrukken, maar de verschillen bleven bestaan en opvolger Slobodan Milosevic bespeelde die spanningen meedogenloos om zijn eigen politieke positie in elk geval bij de Serviërs veilig te stellen.

Ik nader Srebrenica. Iets voor de stad werd een grote begraafplaats ingericht voor de duizenden lichamen die uit massagraven werden gehaald. Achtduizend mensen werden omgebracht. 'Art.22 Het is militairen verboden: het bezigen van vloeken', lees ik op een muur in een loods. Het is geschreven door een Nederlandse blauwhelm die in 1995 de inwoners van de stad moest beschermen. Via Jusuf heb ik afgesproken met een nabestaande. Alija Vrioni zag zijn oudste zoon worden geëxecuteerd. Zijn vrouw stierf kort daarop. We lopen langs de graven. Sommige zijn nog recent. De ogen van Alija worden poelen van verdriet. "Je moet weten dat zowat elke persoon hier in de vallei van de Drina iemand vermoord heeft zien worden. Het is als een gruwelijke film die zich elke dag afspeelt. Ik begrijp niet hoe dat kwaad kon gebeuren, maar we worden er elke dag mee geconfronteerd. Het verdriet is groot, maar vooral de woede wordt groter. Niemand neemt de verantwoordelijkheid."

Ik vraag hem hoe die woede zich uit. "Het is vooral opgekropte woede, heel veel opgekropte woede. Wat kunnen we doen? Vele gezinnen hebben hun wapens nog, maar niemand wil een nieuwe oorlog. Ik ben echter bang dat als er iets gebeurt, het erg snel kan gaan. Nu schijnt de zon, maar morgen kan het onweren en stormen." Ik moet opnieuw denken aan de woorden van Andric. 'Dronken met bitterheid', schreef hij. De overheid van de Servische Republiek doet weinig om dat te vermijden. Er wordt haattaal gesproken aan het adres van moslims zoals Alija en in de scholen worden regels verzonnen ten koste van hun kinderen. De armoede is schrijnend en daardoor wordt de steun van islamitische organisaties met open armen ontvangen. Er zijn radicale Chetniks, maar ook radicale Bosnische moslims waarvan sommigen zich profileren als sympathisant van IS. In Novo Kasaba zijn er op verschillende plekken graffiti met radicaal-islamitische symbolen zichtbaar.

Sarajevo

Nabij Sarajevo wordt het landschap eerst weidser en vervolgens gaat het door smalle ravijnen en tunnels tot de stad opdoemt. Sarajevo is de hoofdstad van het Bosnische deel en tegenwoordig een vakantieparadijs voor tienduizenden toeristen uit het Midden-Oosten. Er werden zelfs vakantieparken opgetrokken waar gefortuneerde toeristen uit de Golfstaten koetjes kunnen aaien. In mijn hotel ben ik zowat de enige westerling. "Moslimmannen kunnen hier veilig bier drinken", vertrouwt men me toe, maar de Saudiërs sponsorden ook de bouw van een grote moskee die met het strikte salafisme gelovigen van de prachtige oude Ottomaanse moskee in het centrum moet weglokken.

In de Bosnische hoofdstad Sarajevo komen tegenwoordig tienduizenden toeristen. Beeld Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

Yeluda Kolonomos, een joodse leraar, stelt dat de oudere bevolking zich over het oorlogstrauma heen heeft gezet en dat religie niet zo'n rol speelt. "Bier of geen bier, het maakt niet zoveel. Halal en kosjer worden niet zo nauw genomen, maar bij de jongeren is er vooral een probleem van werkloosheid en doelloosheid waarop radicale ideeën opnieuw gedijen." 

Dat is ook de analyse bij de Europese troepen die in Kamp Butmir gelegerd zijn, iets buiten de stad. "Vooral de jongeren in dit land zijn rusteloos. Er is radicalisering aan twee kanten. Je hebt de Serviërs, gesteund door Belgrado en Rusland en je hebt de Bosnische moslims, gesteund door de Golfstaten, predikers van het kalifaat en even radicale orthodoxe priesters. Predikers in dienst van Bosnische politici en predikers in dienst van Servische politici. Een scheiding van kerk en staat heb je hier niet. En vergis je niet. Bijna elke volwassene heeft wel een wapen onder zijn matras."

Ik laat het Kamp Butmir achter me. Een paar honderd Europese militairen blijven hier de stabiliteit bewaken en dat is nodig. De meeste mensen dragen hun zware oorlogsverleden stilzwijgend. De meerderheid is vooral erg cynisch en gelooft nauwelijks in een betere toekomst. Een kleine minderheid echter blijft bijzonder strijdvaardig en wordt bespeeld door nationalistische politici. En zo begon het ook een kleine dertig jaar geleden.

Lees alle afleveringen van deze reisserie terug in ons dossier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden