Zo karakteristiek: bobbelig en kleurig

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Museumgouda: een gehavende siervaas.

HENNY DE LANGE

Van de hals is een stuk afgebroken. En er loopt een flinke scheur door de wand tot onder één van oren. Dat is de reden dat deze siervaas (amfoor) nog nooit het depot van Museumgouda in Gouda heeft verlaten. Doodzonde, vindt conservator Hans Vogels, want het is een prachtige vaas. "Een karakteristiek voorbeeld van het expressieve schilderwerk waarmee de plateelschilder Henri Breetvelt zo beroemd is geworden. Ondanks de beschadigingen zie ik het als een topstuk uit zijn oeuvre."

Het is niet toevallig dat het Goudse museum uitgerekend deze gehavende vaas uit de kelder heeft gehaald, vult directeur Gerard de Kleijn aan. Deze keuze zegt iets over de nieuwe weg die het museum wil inslaan en waarbij het zich nadrukkelijk wil concentreren op de drie kerncollecties: religieuze kunst, Gouds plateel en schilderijen van de Haagse school. De collecties hedendaagse kunst en speelgoed worden grotendeels afgestoten.Wel zal het museum het werk van kunstenaars uit de regio Gouda blijven volgen en exposeren. Volgens De Kleijn komen mensen niet meer voor hedendaagse kunst naar Gouda.

Het zijn roerige tijden voor het museum, dat al tijden in de schulden zit. Toen daar dit jaar nog een flinke subsidiekorting van de gemeente bovenop kwam, moest in korte tijd een reddingsplan worden bedacht. Het museum besloot het schilderij 'The Schoolboys' van Marlene Dumas naar de veiling te brengen, waar het werd gekocht door een Aziatische verzamelaar. Met de opbrengst, bijna een miljoen euro, kon een faillissement worden afgewend. Maar het kwam het museum op een storm van protesten te staan uit de museumwereld, omdat De Kleijn het werk volgens de Leidraad Afstoting Museale Objecten (Lamo) eerst aan andere musea in Nederland had moeten aanbieden. Maar die hebben niet het geld om op korte termijn zo'n grote aankoop te doen, aldus De Kleijn. Museumgouda dreigt nu uit de Museumvereniging gezet te worden, maar de directeur hoopt dat deze gebeurtenis ook zal leiden tot een inhoudelijk debat over de Lamo, die werd opgesteld toen er van forse bezuinigingen op musea geen sprake was.

Maar nu het verhaal van deze kapotte vaas, die al bijna 25 jaar in het depot stond. Ook sommige medewerkers van het museum hadden hem nog nooit gezien. Het museum kreeg de vaas in 1987 als onderdeel van de nalatenschap van de Haagse verzamelaar Rob Hageman, die het jaar ervoor plotseling was overleden. Zo'n duizend stuks keramiek, waarvan lang niet alles in goede staat, liet hij na. Hageman verzamelde alles wat te maken had met de NV Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda, die van 1898 tot 1965 heeft bestaan.

Over de geschiedenis van deze fabriek is weinig bewaard gebleven, omdat na het faillissement alle archieven zijn vernietigd. De eigenaren wilden daarmee voorkomen dat bedrijfsgeheimen terecht zouden komen bij concurrerende fabrieken. De boedel werd verkocht op een veiling, maar veel belangstelling was er niet. Conservator Hans Vogels: "In de jaren zestig waren art nouveau en art deco niet populair. Dat kwam pas in de jaren zeventig. Het is aan Rob Hageman te danken dat er toch veel bewaard is gebleven uit deze fabriek. Hij had zich voorgenomen om van alle objecten die daar waren geproduceerd, één voorbeeld te verzamelen. En zijn speciale belangstelling ging daarbij uit naar alles wat de plateelschilder Henri Breetvelt had gemaakt."

Het werk van Breetvelt sprong er ook echt uit, vertelt de conservator. Niet voor niets werd hij de Koning der Plateelschilders genoemd en onder die titel werd in 2007 in het Goudse museum ook een grote tentoonstelling gewijd aan Breetvelt. Deze vaas was daar overigens niet te zien.

In de periode 1916 tot 1923 werkte Breetvelt nog figuratief, vooral bloemen en planten, maar daarna durfde hij steeds meer en ging hij ook steeds abstracter werken. Hij mengde ook kleuren, wat niet gebruikelijk was. Deze vaas is een mooi voorbeeld van die expressieve werkwijze. Waar andere plateelschilders alleen maar vaste patronen inkleurden, zette hij zelf met krijt en potlood de motieven uit op vazen en schotels. Hij had een goed oog voor kleuren en durfde die ook te mengen, wat risico's inhield, aangezien keramische verf van kleur verandert bij het bakken in de oven.

Maar Breetvelt schuwde het experiment niet met als resultaat dat zijn kleuren altijd anders en vaak feller waren. Bovendien werkte hij behoorlijk pasteus, wat je ook afziet aan deze vaas. Hij smeerde er zulke dikke lagen verf op, dat die tijdens het bakken in de oven soms gingen koken, waardoor er bobbeltjes ontstonden. Deze vaas is ook vrij bobbelig en dat maakt hem zo karakteristiek voor het werk van Breetvelt.

Breetvelt was rond 1885 opgeleid in Delft waar hij les kreeg van Adolf le Comte, die ook werkzaam was bij De Porceleyne Fles. Hij begon zijn loopbaan bij de plateelfabriek Zuid-Holland in Gouda in 1900. Daarna vertrok hij naar Maastricht om bij de Société Céramique te gaan werken. Later stapte hij over naar porseleinfabriek De Kroon in Noordwijk. Toen dit bedrijf in 1910 failliet ging, werkte hij enige tijd voor zichzelf in Den Haag, maar in 1916 ging hij terug naar de plateelbakkerij Zuid-Holland. Daar kreeg hij zijn eigen atelier en alle vrijheid bij het ontwerpen en schilderen. Vanaf die tijd maakte hij vooral unica, die hij voorzag van zijn signatuur 'Breetvelt'. Over zijn persoonlijke leven is weinig bekend. Breetvelt overleed in 1923, nog maar 59 jaar oud.

Breetvelt dateerde zijn voorwerpen niet, maar het ligt voor de hand dat hij deze vaas rond 1920 heeft gemaakt, toen hij er lustig op los kon experimenteren. De vaas is uitgevoerd in matglazuur, wat betekent dat hij eerst is geglazuurd in de oven. Daarna heeft Breetvelt de schilderingen aangebracht op het nog niet helemaal uitgeharde glazuur. Vervolgens is de vaas nog een keer de oven ingegaan. Vogels: "De schildering ligt dus in feite op het glazuur. Bij glansglazuur wordt het voorwerp eerst beschilderd en gaat pas daarna het glazuur eroverheen."

Het museum laat de vaas tot 20 november in gehavende staat zien. Daarna wordt hij gerestaureerd. Mede dankzij de verkoop van het schilderij van Marlene Dumas is er geld voor restauraties van stukken die soms al jarenlang in het depot liggen. Bovendien heeft de Vriendenvereniging van Museumgouda 5000 euro bijeengebracht voor het restaureren van kleine objecten. En deze vaas profiteert daar als eerste van. Daarna wordt de vaas opgenomen in de vaste presentatie van Gouds plateel. Vogels: "Als één van onze topstukken. Want zo zien we hem wel, ook al zou hij bij verkoop na restauratie hooguit 2500 euro opbrengen."

Zou er ooit een tijd kunnen aanbreken dat het museum ook dit topstuk verkoopt? Nee, zegt Vogels beslist. Want deze vaas is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Gouda en hoort echt in dit museum thuis. Wat overigens niet wegneemt dat Vogels de verkoop van Dumas' schilderij erg pijnlijk vond. "Ik heb het nota bene zelf in 1988 bij de galerie in Amsterdam voor het museum gekocht en niet met de intentie om het later weer te verkopen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden