TEGENPOLEN

'Zo jammer dat je het theater verliet'

Bodil de la Parra en Colla Marsman Beeld Patrick Post

In de serie Tegenpolen belichten we opmerkelijke vriendschappen. Dit keer twee vriendinnen die samen op de toneelschool zaten, maar nu in totaal verschillende werelden werken. Een rubriek tegen het hokjesdenken. Aflevering 8: Bodil de la Parra (foto rechts) en Colla Marsman.

Actrice en toneel- en scenarioschrijfster Bodil de la Parra (53) & thuiszorgverpleegkundige Colla Marsman (53).

Jullie kennen elkaar van de toneelschool toch?

Bodil de la Parra: "Nee, al veel langer, vanaf ons zesde! Onze ouders kenden elkaar (filmregisseur Pim de la Parra en schrijver J. Bernlef, AS). We werden vrienden toen we op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam bij elkaar in de klas zaten."

Colla Marsman: "We komen allebei uit een beetje bohémien-achtig, artistiek gezin. Dat van jou was alleen wat exotischer. Op ons elfde kwamen we elkaar tegen bij een zwemwedstrijd van Amsterdamse basisscholen."

De la Parra: "Ik zat in Osdorp op de toen wat suffe Louis Bouwmeesterschool en jij op de jaloersmakend hippe Nicolaas Maesschool. Ik las op die leeftijd nog kinderboeken. Jij hing in dat zwembad aan de kant en gaf me een knipoog. Ik wist: die is echt leuk. Niet lang daarna gingen we allebei naar het Barlaeus, en ik bad dat ik bij jou in de klas kwam."

Marsman: "Sindsdien is Bodil heel gelovig, haha. Ze zat halve dagen te bidden, voor iedereen die ze lief vond."

De la Parra: "Het heeft wel geholpen, we zaten zes jaar bij elkaar in de klas. We hadden een leuke club vriendinnen."

Marsman: "Na school ging jij - na een half jaar antropologie aan de UvA - naar de kleinkunstacademie. Ik was een idealist, ik wilde de wereld verbeteren, dus begon ik aan rechten. Maar ik stelde net als Bodil aan de universiteit vragen die alle studenten irriteerden, over dat veel dingen niet rechtvaardig waren, enzo. In 1986 belandde ik op de toneelschool. Ik dacht eerst dat ik mijn auditie had verknald, want zo'n docente zei op een gegeven moment: 'Jij hebt een heel goede band met je vader.' Ik dacht: hoe weet zij dat nou? Maar ik moest met dat gegeven dus improviseren en een scène spelen. Haha."

De la Parra: "In het laatste jaar van de kleinkunstacademie wilde ik echt repertoire leren, Shakespeare spelen, op de toneelschool dus. Toen kwamen wij daar weer bij elkaar in de klas, onder meer bij Ton Lutz. We speelden samen in Tsjechov, de 'Driestuiversopera' van Bertold Brecht en Kurt Weill, een geweldige tijd."

Marsman: "Ik kwam bij het MUZtheater terecht, in Bussum, waar ik vijftien jaar met veel plezier ben gebleven. We begonnen met een jaar lang langs scholen te toeren. Heel leerzaam als acteur. Later deed ik nog wat tv, 'Goede Tijden, Slechte Tijden' en 'We zijn weer thuis' met Wim T. Schippers. Maar van de camera heb ik nooit echt gehouden."

De la Parra: "Die camera blijft lastig, ja. Ik heb net in de tv-serie 'Klem' gespeeld met Barry Atsma, waar trouwens een vervolg op komt. Hij heeft van nature gevoel voor de camera, waar ik veel meer moeite voor moet doen. Toch kom je met techniek een heel eind."

Toen kwam voor jou, Colla, de omslag in je carrière. Je stopte, nu veertien jaar geleden, met theater.

Marsman: "Omdat mijn maatje ermee ophield, ging ik weg bij het MUZtheater. Daarna heb ik nog even bij mijn man op kantoor gewerkt, hij heeft een agentschap voor acteurs. Ik dacht al eerder na over de zorg, en ik wist nu zeker: dat ga ik doen. Als je vijftien jaar bij een groot gezelschap als Toneelgroep Amsterdam hebt gezeten is het niet erg, dan rol je wel weer ergens in, maar anders is het echt heel lastig om er nog tussen te komen. En ik had het wereldje na vijftien jaar ook wel gezien."

Hoe doe je dat, beginnen in de thuiszorg?

Marsman: "Nou gewoon, bij het begin, als huishoudelijke hulp bij mensen thuis. Een vriend van mij deed dat ook al, hij was ook acteur, maar kon niet rondkomen. Na een tijd schoonmaken mocht ik mensen ook injecties geven, en nu doe ik de hbo-v-opleidingin deeltijd. Ja, de zorg is lichamelijk zwaar, maar dat waren theatervoorstellingen ook. Weet je dat ik onder mijn collega's een van de weinigen ben die nooit last van zijn rug heeft? Ik heb op het toneel echt geleerd hoe ik mijn lijf moet gebruiken."

De la Parra: "Weet je wat leuk is? Ze komt nu met waanzinnige verhalen langs. Zoals die keer dat je in een huis kwam waar een dode man naast zijn bed bleek te liggen. Dan moet jij melden dat hij voor 99 procent zeker overleden is. Alleen een arts mag de dood vaststellen. Bizar."

Marsman: "Ik heb laatst met een collega nog eens zo'n situatie meegemaakt toen we bij een oude meneer binnenkwamen. De man zat ik in zijn stoel, maar zei geen goedemorgen terug. Hij bleek ook dood. De zon scheen naar binnen in dat overvolle huis waar alles bedekt was met een laag stof. Alsof we in een absurd schilderij waren gestapt. Bijna niet echt. De gordijnen vielen bijna uit elkaar toen we die dichttrokken. We schrokken ons te pletter toen de klok ook nog ging praten: 'Het is twaalf uur vijf.' Wisten jullie dat die bestond, een pratende klok?"

De la Parra: "Jij kwam ineens met de mededeling dat je de zorg in ging. Dat heb ik gerespecteerd. Ik vond het wel even heel erg jammer, omdat ik jou heel goed vond als actrice, je hebt een enorm inlevingsvermogen en veel humor op het toneel. Ik dacht eerst dat je niet genoeg had doorgezet. Hoewel ik ook weet hoe moeilijk het is. Maar bij jou was die innerlijke noodzaak om te spelen weg, het was niet levensvervullend meer."

Marsman: "Ik wist dat ik de beslissing om iets heel anders te gaan doen helemaal zelf moest nemen. Ik vond het geweldig om voor die pubers te hebben gespeeld, wat veel collega-acteurs als tweederangstheater zien. Ik heb zulke leuke dingen gedaan, het was toen heel bevredigend: het circusachtige, decors zelf opbouwen, gekke dingen doen."

De la Parra: "Zelf geniet ik nog steeds erg van het theater, ik acteer, ik schrijf mijn eigen stukken, soms in opdracht, ik geef les op de Schrijversvakschool, ik heb nog steeds de behoefte verhalen over te brengen. En ik pak alles aan wat op mijn weg komt."

Colla, ben jij jaloers op Bodil?

Marsman: "Nee, helemaal niet."

De la Parra: "Ik dacht nog wel lang dat ik jou meer had moeten overhalen om te blijven, want ik geniet er nog steeds zo van. Ik heb net 'Gouwe pinda's' geschreven, over drie oudere Indische zussen in een serviceflat. Esther Scheldwacht en Nadja Hüpscher, met wie ik dat stuk eind dit jaar speel, delen dezelfde achtergrond. Ook hún moeders kwamen uit Indonesië. De mijne kwam op haar negende naar Nederland. Een cultuur-shock. Die verhalen moet ik vertellen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden