Essay

Zo houdt de democratie stand

Beeld ANP

Op Bevrijdingsdag vraagt dichter en jurist Afshin Ellian zich af, waar democratie aan moet voldoen om die eretitel te dragen - en welke gevaren er op de loer liggen.

Zij heeft altijd meer vijanden dan vrienden gekend. Als de waarheid een vrouw is, zoals Nietzsche schreef, dan rijst de vraag of filosofen verstand hebben van vrouwen. We zouden hetzelfde kunnen beweren over democratie. Nietzsche verweet de filosofen lompe opdringerigheid waarmee ze vrouwe waarheid voor zich wilden winnen.

Laten we ons ook onthouden van die opdringerigheid jegens de democratie. De meeste filosofen waren er geen echte liefhebbers van. Sterker nog, volgens Hannah Arendt (1906-1975) is de filosofie er sinds de antieke tijd mee in conflict. Ook de antieke Perzen waren er niet van gecharmeerd, zij achtten Athene een broeinest van een verwijfd volkje. De Perzen stonden niet alleen in hun afkeer. Ook Voltaire vond een verlichte despoot acceptabeler dan democratie: “Het volk is niet geschikt om te regeren. Ik zou het niet kunnen verdragen als mijn pruikenmaker een wetgever was.” Wie moet dan regeren? Alleen zij die een zeer goede opleiding hebben gehad. Dit staatsmodel mogen we wel diplomacratie noemen.

Wellicht is de democratie het enige staatsmodel (of regiem) dat door velen - gediplomeerden, niet-gediplomeerden, geleerden en niet-geleerden - werd gehaat. Democratie is een kwetsbaar regiem. Maar zonder haar bestaat er geen vrijheid.

Ook het Nederlandse volk werd ooit uitgeleverd aan de totale afwezigheid van democratie en vrijheid. Aan het donkere tijdperk van het nationaal-socialisme kwam een einde doordat men naar onafhankelijkheid, vrijheid en democratie verlangde. Op 4 mei herdenken wij de gevallenen voor vrijheid en democratie en vandaag de wedergeboorte van democratie en vrijheid.

Deze donkere periode uit de geschiedenis wordt niet zelden aangegrepen om de ernst van - en het inherente gevaar voor - de democratie te benadrukken. De stelling luidt dan dat de democratie de machtsgreep van nazi’s heeft toegestaan. De ondergang van de Weimarrepubliek (1918-1933) kun je aan de democratie toeschrijven. In 1928 schreef Joseph Goebbels in zijn dagboek: “We komen het parlement binnen om ons te bewapenen met de wapens van de democratie. Zoals een wolf een schaap aanvalt, zo komen wij ook.”

De Weimarrepubliek

Maar het Europese noodlot voltrok zich in de Weimarrepubliek langs drie lijnen: de economische crisis, de constitutionele crisis en de toename van het straatgeweld. Dus niet alleen de verkiezingen, maar vooral andere factoren hebben de machtsgreep van nazi’s mogelijk gemaakt. De Britse historicus Ian Kershaw laat in zijn gedetailleerde studies zien hoe de ontmanteling van de Weimarrepubliek plaatsvond.

1932 was het jaar dat de democratie op de slachtbank van twee verkiezingen werd gelegd. De NSDAP bereikte bij de parlementsverkiezingen in juli 1932 haar hoogtepunt: 37,3 procent. Omdat men er niet in slaagde een stabiele regering te vormen, volgden in november nieuwe verkiezingen. De NSDAP haalde daarbij 33,1 procent van alle stemmen, goed voor 196 zetels, een verlies van 34 zetels. De communisten haalden 16,9 procent (100 zetels) en de sociaal-democraten 20,4 procent.

De tegenstanders van Hitler konden getalsmatig gesproken gemakkelijk een regering vormen, maar dat deden ze niet ofschoon de NSDAP bij de laatste democratische verkiezingen in vier maanden tijd bijna twee miljoen stemmen had verloren.

Via vrije verkiezingen behaalden de nazi’s geen meerderheid. Tegelijkertijd waren geweld en intimidatie aan de orde van de dag. In 1931 riep Hitler Ernst Röhm op om de SA (Sturmabteilung - bruinhemden) opnieuw te gaan leiden. Hitler wenste een aanzienlijke toename van geweld en intimidatie. Binnen dat jaar steeg het aantal SA-mannen volgens Kershaw van 88.000 tot 260.000. Dit is een omvangrijke gewelddadige militie naast de SS.

De staat kon het geweldsmonopolie niet effectief handhaven door wat in werkelijkheid een terreurorganisatie was. De terrorist stelt telkens dat als zijn organisatie aan de macht komt, er ook een einde komt aan ongeregeldheden en buitenwettelijk geweld. En inderdaad konden nazi’s een einde maken aan het buitenwettelijk geweld door hun eigen straatterreur te transformeren in staatsterreur.

Geweld

Kershaw trekt een heldere maar angstaanjagende conclusie: “Paradoxaal genoeg kon de partij die een belangrijk aandeel had in het oproer, de NSDAP, er tegelijkertijd van profiteren door zich voor te doen als de enige partij die in staat was het geweld te beteugelen en in het nationale belang de orde te herstellen. Dit was mede te danken aan de gesloten rijen van marcherende SA-mannen, wat voor iedereen een bekend beeld was. De Weimarrepubliek had al vanaf haar geboorte te kampen met openlijk geweld, en in de crisisjaren was het geweld alleen maar toegenomen. De acceptatie van dat geweld in die tijd droeg ertoe bij dat men in de periode na de machtsovername bereid was de terreur van de nazi’s te accepteren.”

Al voor 1932 was de vrijheid van meningsuiting mede dankzij terreur en intimidatie van nazi’s de facto opgeheven. Persvrijheid en zelfcensuur gaan niet samen. De vrijheid van meningsuiting functioneert wanneer de staat haar beschermt. Geen vrijheid zonder veiligheid. Waar de vrijheid wegebt, dooft langzaam het licht van de democratie. In deze duisternis moeten burgers hun politieke keuzes maken.

Alleen vrijheid van meningsuiting stelt burgers (kiezers) in staat om de daden en meningen van politici te controleren en te bediscussiëren. De botsing der opvattingen leidt in de democratie tot de verheldering van politieke handelingen. Deze fundamentele vrijheid verdween in de nadagen van de Weimarrepubliek niet door wetgeving of rechterlijke uitspraken maar door buitenwettelijk geweld en terreur. De fundamentele voorwaarden voor de democratie vielen weg.

Basisvoorwaarden

Er zijn minstens twee fundamentele basisvoorwaarden voor de democratie die nauw samenhangen met de essentie van de democratie: de staat dient te beschikken over een effectief geweldsmonopolie en de vrijheid van meningsuiting dient te allen tijde door de staat te worden gewaarborgd.

De Weimarrepubliek had het geweldsmonopolie uit handen gegeven: paramilitaire organisaties maakten zich schuldig aan intimidatie en geweld. Doordat de staat dat monopolie niet kon handhaven, kon ze ook de voor de vrijheid van meningsuiting noodzakelijke veiligheid niet waarborgen.

Hitlers regime kwam niet zozeer dankzij als wel ondanks de democratie aan de macht. Het naziregime werd vanaf 1933 niet met democratische middelen maar met bruut geweld gevestigd. De democratie kan alleen ademen in een vrije, geweldloze atmosfeer. De dictatuur van de rechtsstaat was de enige mogelijkheid die het Duitse volk kon behoeden voor een totalitair regiem.

Er bestaan wettelijke regelingen om antidemocratische partijen of stichtingen die geweld propageren te verbieden. Dit is geenszins in strijd met de mensenrechten. Toch zijn politici en bestuurders niet bereid om de gewelddadige propagandamachine van salafistische organisaties grondig aan te pakken. De onthullingen van Nieuwsuur en NRC over de buitenlandse financiering van de salafistische organisaties tonen hoe zelfs de staatsorganen elkaar saboteren: ministeries informeerden de gemeentes niet omtrent de lijst van salafistische organisaties die door buitenlandse mogendheden of rijke Arabieren werden gesteund in ruil voor het verspreiden van politieke islam en jihadisme.

Intimideren

Het gevaar ervan zien we al in ons land. De fundamentalistische islam slaagt erin menigeen te intimideren; cabaretiers als Hans Teeuwen laten het wel uit hun hoofd om nog grappen over Mohammed te maken. De politieke islam heeft dus niet eens bruinhemden nodig om critici tot zelfcensuur te bewegen.

Wie met religieus of politiek geweld (soms verpakt in religieuze dogma’s) dreigt, het propageert of cultiveert, plaatst zich buiten de spelregels van de democratie.

Wanneer de hoeders van de staat - politici, bestuurders - weigeren in actie te komen ter verdediging van rechtsstaat en democratie, laten ze de democratische rechtsstaat verworden tot een papieren tijger.

De democratie kent haar eigen zelfverdedigingsmechanismen. Zij is een staatsmodel waarin de wil van burgers wordt geopenbaard: hetzij in hun meningen, hetzij in hun stemgedrag. Daarom is de democratie in haar zuivere vorm een kwantitatief model: de wil van de meerderheid. Maar omdat de democratie periodieke verkiezingen veronderstelt, is elke meerderheid tijdelijk. De meerderheid van vandaag kan de minderheid van morgen zijn. Precies om deze reden voorkomt de democratie de eliminatie van de politieke minderheid. Want het democratische staatsmodel veronderstelt periodieke verkiezingen: dus niet nog één stemming om daarna nooit meer verkiezingen te organiseren. Wie dus de uitslag van de verkiezingen afkeurt, moet niet de democratie opheffen, maar zijn best doen om bij de volgende ronde zoveel mogelijk burgers van zijn opvatting te overtuigen.

Wantrouwen

Velen - ook juristen en filosofen - wantrouwen het getalsmatige wezen van de democratie. Maar als zij onder de genoemde voorwaarden (vrijheid en veiligheid) functioneert, is dit wantrouwen misplaatst, want democratie weerspiegelt de tijdelijke wil van de meerderheid. In die temporaliteit bevindt zich het zelfverdedigingsmechanisme: de verkeerde besluiten kunnen bij de volgende periodieke verkiezingen worden rechtgezet.

Rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema noemt dit het zelfcorrigerende vermogen van de democratie. De tijdelijkheid houdt de democratie open, de Grondwet bepaalt de spelregels van de politieke strijd.

In 2006 zei toenmalig minister van justitie Piet Hein Donner: “Als tweederde van alle Nederlanders morgen de sharia zou willen invoeren, dan moet die mogelijkheid toch bestaan?” Dat noemde hij ‘de essentie van democratie’.

Maar sharia is onverenigbaar met democratie en rechtsstaat. De minister van justitie hoort juist de hoeder daarvan te zijn, en desnoods alle middelen in te zetten ter voorkoming van een dodelijke aanslag erop.

Kennelijk had minister Donner geen zin om de democratische rechtsstaat te verdedigen. De democratie bestaat bij de gratie van democraten. Het is de taak van de staat om ervoor te zorgen dat minder anti-democraten uit andere landen over het stemrecht beschikken. Daarvoor is immigratiebeperking noodzakelijk, gepaard aan het bevorderen van integratie (het aanvaarden en verinnerlijken van de democratische rechtsstaat). Het toekennen van het stemrecht, het toelaten van vreemdelingen tot het spel der democratie, wordt door de rechtsstaat bepaald. Donner scheen de democratie als een zelfmoordpact te hebben opgevat.

Société politique

De moderne democratie brengt een bepaalde maatschappijvorm voort: gepolitiseerd en conflictueus. Ze floreert op een société politique. Daarentegen depolitiseert en neutraliseert de dictatuur het domein van het politieke.

De Franse filosoof Claude Lefort (1924-2010) leerde ons dat de moderne democratie de ervaring van een ongrijpbare en onbeheersbare samenleving in het leven roept. In Libération (10 juli 1989) schreef hij: “De democratie laat zich niet reduceren tot een aantal instituties en regels waarvan we het gebruik kunnen vatten in wettelijke termen door middel van een vergelijking met andere stelsels. Zij vereist dat men zich aan haar hecht. En deze hechting is niet in politieke termen te definiëren. Niemand die een publieke verantwoordelijkheid draagt, wordt verplicht om trouw te zweren aan de grondwet.”

De democratie politiseert, polariseert en institutionaliseert tenslotte maatschappelijke conflicten. Zij loopt vaak langs de afgrond. Wie bang is in de democratie te leven, moet uitkijken dat die niet door een despoot omhelsd wordt. Geen democratie zonder het principiële vertrouwen in een collectieve vorm van common sense.

De democratie wordt ook bedreigd wanneer de niet-gewelddadige partijen worden uitgesloten van bestuursdeelname, zoals nu het geval met de PVV en in mindere mate met Leefbaar Rotterdam vanwege de alliantie met Forum voor Democratie. Hen uitsluiten zonder politieke onderhandelingen getuigt van wantrouwen in de collectieve common sense. Dat schaadt de democratie. De verdedigers van die uitsluiting zijn onnozele vrienden van de democratie, en gevaarlijker dan bloeddorstige vijanden! Bovendien ontstaat er een soort romantiek rond de geblokkeerde partijen. De nuchterheid van de democratie verdraagt zich nauwelijks met het romantische denken.

De geest van gelijkheid en vrijheid behoort tot de essenties van de democratie. Gaat zij verloren, dan tast dat de democratie ernstig aan, leerde ons een andere meester uit Europa, Montesquieu. Hij waarschuwde ons ook voor de situatie waarin de geest van gelijkheid tot in het extreme wordt doorgevoerd en iedereen gelijk wil zijn aan degene die hij kiest om gezag over hem uit te oefenen. Dit, de verabsolutering van gelijkheid, is een constante dreiging voor de democratie. De obsessie met gelijkheid krijgt nu vorm in inclusiviteit. Die mondt uit in ‘positieve discriminatie’, ironisch genoeg een ondermijning van een fundamenteel beginsel van de democratie: gelijkheid.

Niet het brute geweld, ook niet de rechterlijke uitspraken, maar ‘liefde voor de democratie’ (Montesquieu) moet de democratie in stand houden en behoeden voor een existentiële dreiging. Zonder haar is democratie tot mislukken gedoemd.

Een weerbare democratie is geen zelfmoordpact. Wanneer een volk beslist om nooit meer te beslissen over zijn eigen politieke wil, is de democratie al doodverklaard. Natuurlijk kan de staat zichzelf verdedigen door in naam van de gestorven democratie een (tijdelijke) dictatuur te vestigen. Natuurlijk kan de rechter in naam van verdraagzaamheid abjecte meningen bestraffen. Maar eerst en vooral is het de heilige plicht van burgers en politici om dergelijke afgronden te mijden. Wie bang is voor de democratie en haar société politique en al haar conflicten, zal slechts de eeuwige rust vinden in een despotisch land. De democratie vereist dat men zich aan haar hecht, haar liefheeft.

Dichter en jurist Afshin Ellian (Teheran, 1966) is hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap in Leiden.

Dit essay is geschreven voor het Vrijheidscollege dat Afshin Ellian vanmiddag (17.30u) geeft in Het Ketelhuis, Pazzanistraat 4, Amsterdam.

Lees ook: Het is de vraag of zuivere democratie wel wenselijk is

Nederland is geen zuivere democratie, al zijn er partijen die menen dat deze vorm nog om de hoek ligt.

Lees ook: Plato, een groot tegenstander van de democratie

Democratisch zijn wereldproblemen niet op te lossen, wist Plato al. Maar ja, wie wil nou de democratie afschaffen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden