Zo helpen we de paling een handje

Het zou slecht gaan met de paling. Maar hoe slecht eigenlijk? En helpt de hulp die de vis geboden wordt?

De paling is een mysterie en Ale de Jager weet dat. Twaalf jaar verdient hij nu zijn geld als visser op aal, hij ving ooit een exemplaar zo dik als een melkfles. Maar, weet hij, sinds mensenheugenis breken vissers en wetenschappers zich het hoofd over de aard van het beest. Waar komt hij bijvoorbeeld vandaan?

De grote Griekse filosoof Aristoteles dacht dat palingen spontaan omhoogkomen uit de 'ingewanden van de aarde' en dan verschijnen in moerassen en rivieren waar veel rottende materie is. Aan voortplanting deden de dieren volgens Aristoteles niet. 'De paling is een mannetje noch een vrouwtje en brengt geen nakomelingen voort.' Drie eeuwen later concludeerde de Romeinse letterkundige Plinius de Oudere dat palingen zich wel degelijk vermenigvuldigen. Ze zouden voor dat doel met hun lijf over de rotsen schuren, waarna de losgeraakte stukjes huid nieuwe palinkjes werden.

Pas in de twintigste eeuw, vertelt Ale de Jager, loste een Deense bioloog het mysterie van de paling op. Nu ja, gedeeltelijk. Hij ontdekte dat volwassen palingen vanuit Europa westwaarts de Atlantische Oceaan doorzwemmen naar de Sargassozee. Daar schieten ze kuit, al is dat tot op heden een mysterie. "Geen mens heeft ooit palingen zien paaien", zegt De Jager. Sterker nog: na het paaien zijn de volwassen palingen verdwenen, mogelijk gestorven. Hun jongen laten zich op de golfstroom weer meevoeren naar Europa, waar ze in zoet binnenwater opgroeien.

Voor de hele Europese kust, van Scandinavië tot Noord-Afrika, komen jonge aaltjes voor. Maar wel steeds minder. De aantallen die nu worden waargenomen zijn nog geen tiende van wat ze een halve eeuw geleden waren. De paling staat op de internationale Rode Lijst van 'ernstig bedreigde soorten'. Ale de Jager kent de waarschijnlijke oorzaken: overbevissing, vervuiling, en niet in de laatste plaats de afgesloten kusten. Dijken en dammen blokkeren de route naar zoet binnenwater. Daarom is hulp geboden.

Franse busjes

Voor De Jagers huis in Reduzum, bij Leeuwarden, staan twee witte Mercedesbusjes met een Frans kenteken. 'Transport animaux vivants' staat er op de deuren van de laadruimte: vervoer van levende dieren. De busjes zijn afgelopen nacht uit Hendaye, in het uiterste zuidwesten van Frankrijk, komen rijden. Ze zijn gevuld met platte witte piepschuimen dozen. De dozen worden uit de busjes geladen en in de schuur van Ale de Jager opgestapeld.

Mannen in blauwe jassen van Dupan, de stichting Duurzame Palingsector Nederland, cirkelen er als aalscholvers omheen. Ze wegen de dozen, die ieder tussen de 6 en 7 kilo zwaar zijn. Het exacte gewicht wordt genoteerd op een lijst. Daarna wordt het deksel van de doos gelicht. Een kluwen van krioelende wormpjes wordt zichtbaar. Ze zwemmen in water, dat volgens een van de blauwe jassen niet meer dan 4 à 5 graden warm is. De wormpjes zijn doorzichtig, ze lijken wel van glas. Het zijn jonge palinkjes, glasaaltjes, gevangen in de Golf van Biskaje.

De communicatie tussen de Friezen en de Fransen verloopt moeizaam. Maar de bedoeling is iedereen duidelijk: de aaltjes worden verdeeld onder Friese vissers, met namen als Visser (37 witte dozen), Visserman (14 stuks) en Van Netten (19). De vissers zullen de diertjes, in totaal 3,5 miljoen stuks, in het zoete water brengen dat ze op eigen kracht niet konden bereiken. Sinds de afsluiting van het IJsselmeer wordt er in Friesland glasaal uitgezet. Dupan, een samenwerking van beroepsvissers, palingkwekers en palinghandelaren, betaalt dat. "We hebben ons land heel veilig gemaakt tegen water", zegt Ale de Jager. "Maar we vergeten de vissen die heen en weer zwemmen."

En 'we', dat zijn niet alleen Nederlanders. In hele delen van Italië, weet De Jager, komt de paling niet meer voor. "Mussolini heeft in de jaren dertig op grote schaal moerassen laten droogleggen, omdat dat volgens hem waardeloos land was. Maar de paling leefde daar." En in Nederland hadden we Cornelis Lely met zijn Afsluitdijk. Later kwam daar nog de Oosterscheldekering bij als visblokkade. "Nu is alleen de Westerschelde nog een getijdengebied", zegt De Jager. "De kust zit op slot, de paling kan er niet in." En dat terwijl het Nederlandse binnenwater volgens folders van Dupan een paradijs voor de paling is. Ale de Jager: "De oplossing zou zijn om Hansje Brinker zijn vinger uit de dijk te laten halen. Maar ja, niemand wil Nederland onder water zetten."

Vangstquotum

Daarom zijn er andere maatregelen bedacht, zoals het uitzetten van aaltjes. In Friesland geldt er bovendien een vangstquotum voor paling. Dertien vissers mogen paling vangen en elke vangst moeten ze per sms aanmelden. In een antwoordbericht kunnen ze meteen zien wat hun resterende saldo is. Van de niet gevangen volwassen paling wordt een deel weer uitgezet in zee, want de dijken en dammen die de vissen buitensluiten, houden ze juist opgesloten als ze eenmaal binnen zijn. Als ze hulp krijgen om over de dijk te komen, kunnen ze aan de tocht naar de Sargassozee beginnen.

Zulke hulp is tijdelijk, vertelt Ale de Jager. Uiteindelijk moeten de barrières voor de paling weggenomen worden. In de Afsluitdijk komt bijvoorbeeld een gat om vis door te laten. Ale de Jager: "Zo zie je maar hoe innovatief we in Nederland zijn. Eerst met het maken van waterkeringen en nu met visdoorgangen."

Dupan durft voorzichtig te stellen, met een beroep op Zweeds onderzoek, dat haar aanpak werkt. Er waren dit jaar erg veel jonge aaltjes voor de Europese kust. Alarmerende cijfers over teruggang neemt de stichting met een korreltje zout. Het ligt er volgens Dupan maar aan wanneer je vissen telt. Doe je dat elk jaar op een vast moment, dan houd je geen rekening met weersomstandigheden en stromingen waarvan de aaltjes afhankelijk zijn. Is het meetmoment toevallig ongunstig, dan vertekenen de statistieken. Maar ongetwijfeld heeft de paling er ook baat bij dat hij sinds 2009 in de maanden september, oktober en november niet gevangen mag worden.

De vissers die bij De Jagers schuur dozen meenemen, krijgen een papier in handen gedrukt: een ontheffing voor het vervoer van ondermaatse paling. "Succes mannen", zeggen ze ten afscheid. De muts gaat over de oren, de brand in een shaggie. Daar gaat een aanhangwagen vol aaltjes naar het Heegermeer en de Grote Gaastmeer, tussen Workum en Woudsend.

Zelf zet De Jager vandaag met een bootje 14 dozen met glasaal uit in It Swin, het vaarwater achter zijn huis. Bij een rietkraag neemt hij een schepnetje vol uit de piepschuim doos en laat de wormpjes voorzichtig in het water glijden. Tevreden blik: "Als dit allemaal groot wordt, stikt het hier straks van de aal."

Maar is dit alles toch niet een beetje omslachtig? Jonge aaltjes van Frankrijk naar Friesland verhuizen, om er zo voor te zorgen dat we ze kunnen blijven eten? Ale de Jager zet grote ogen op. "Wat moeten we dan? Moeten we dan tegen zo'n beestje zeggen: wij willen dijken, dus sterf jij maar uit? De paling hoort bij Nederland, er zijn wel acht of negen gemeenten die een paling in het wapen hebben. Die vis zit ons in het bloed."

Strijd over metingen

De Europese Unie hanteert als regel dat de palingstand op peil blijft als er zoveel glasaaltjes binnenkomen als gemiddeld in de periode 1960 tot 1979. In Nederland wordt op 12 punten gemeten hoeveel glasaal er binnentrekt, in Den Oever, Termunterzijl, Nieuwe Statenzijl, Lauwersoog, Harlingen, IJmuiden, Katwijk, Stellendam, de Kreekraksluizen, de Bergse Diepsluis, Bath en Terneuzen. Den Oever geldt daarbij als maatstaf, omdat daar al sinds 1938 wordt geteld. Op basis van deze criteria concludeert het ministerie van economische zaken dat het de laatste jaren erg slecht met de paling gaat. Maar, zeggen critici, in de periode 1960-1979 waren er erg veel aaltjes. Wie de getelde aantallen van de afgelopen jaren afzet tegen een periode vóór 1960 komt tot een veel minder ongunstig beeld. Ook worden er op andere meetpunten soms hogere aantallen geregistreerd dan in Den Oever.

Palingvisser Ale de Jager zet glasaaltjes uit in It Swin, achter zijn huis in Reduzum. Ze zijn gevangen bij de Franse Zuid-Westkust, en per auto naar Nederland gebracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden