Zo heilig waren die tochten niet

Morgen, precies negenhonderd jaar geleden, is het gebeurd. Toen werd Jeruzalem door de kruisvaarders veroverd en de hele islamitische en joodse bevolking, vrouwen en kinderen incluis, over de kling gejaagd. Zeventigduizend in getal. In een tweedaagse orgie van vuur en bloed. De Frankische geschiedschrijver Raymond van Aguilers was er bij en smulde ervan:

,,Er waren schitterende dingen te zien. Sommige van onze mannen (dat was nog het meest genadig) onthoofdden hun vijanden; anderen schoten hen dood met pijlen, zodat ze van de torens vielen; weer anderen folterden hen langer door hen in het vuur te werpen. Je zag stapels hoofden, handen en voeten in de straten van de stad. Je moest je een weg banen door de dode lichamen van mannen en paarden. Maar dat was nog niets vergeleken bij wat er gebeurde in de tempel van Salomo, waar gewoonlijk de godsdienstoefeningen werden gehouden. Wat gebeurde daar? Als ik dat vertel, zult u het niet geloven. Laat ik althans dit zeggen, dat de mannen in de tempel en het voorhof van Salomo tot aan hun knieën en de teugels van hun paarden door het bloed waadden. Het was een rechtvaardige en prachtige straf van God dat deze plaats onder het bloed van de ongelovigen zat, omdat Hij zo lang te lijden had gehad van hun godslastering'' (Uit: Historia Francorum qui ceperunt Jerusalem).

De slachting vormde het sluitstuk van de eerste kruistocht (1096-'99), waartoe paus Urbanus II in 1095 de westerse christenheid had opgeroepen, na een verzoek van Alexius I, keizer van Byzantium, om militaire hulp tegen de in Klein-Azië tegen Constantinopel oprukkende Turkse Seldjoeken.

Het schijnt dat veel christenen, de paus voorop, eerst nogal geschokt waren over het nieuws van de massamoord, maar al snel sloeg de afschuw om in laaiend enthousiasme. Jeruzalem, de heilige stad waar ,,de infame joden onze goddelijke verlosser aan het kruis hebben genageld en waar de ongelovige saracenen vrome pelgrims afslachtten'' (Willem van Tyrus) was weer in handen van het 'ware geloof'. Waarom dan getreurd over wat collateral damage?

In de brute verovering kwam volgens de hedendaagse historicus Nico Lettinck (Kruis en Zwaard, terugblik op de kruistochten, Meinema 1996) ,,de verwachtingsvolle collectieve boetetocht tot een ongeremde ontlading''.

De kruisvaarders waren naar de stad getrokken in de hoop er een glimp op te vangen van het hemelse Jeruzalem. Zoals in onze tijd al vijf jaar lang drommen 'eindtijdtoeristen' de stad overspoelen. Daar, in het theologisch-religieuze brandpunt van de christelijke wereld, vindt volgens hen rond de millenniumwisseling de grote ontknoping van de heilsgeschiedenis plaats. Eenzelfde soort apocalyptische illusie bezielde negen eeuwen geleden de naar schatting 15 000 kruisvaarders die uit West- en Zuid-Europa op pad gingen.

In haar imposante, onlangs bij Anthos vertaalde, studie Holy War, the crusades and their impact on today's world omschrijft Karen Armstrong hun stemming als volgt: ,,Tijdens de de lange, afschuwelijke mars naar Jeruzalem, waarbij de kruisvaarders ternauwernood aan uitroeiing ontsnapten, konden ze hun overleving alleen maar toeschrijven aan het feit dat ze kennelijk Gods uitverkoren volk waren en Zijn specifieke bescherming genoten. Hij leidde hen naar het Heilige Land, zoals indertijd de Israëlieten (...) Toen ze tenslotte (... ) Jeruzalem veroverden, stortten zij zich met de ijver van een Jozua op joden en islamieten en slachtten hen af.''

Ook wie haar stelling niet deelt dat de kruistochten een van de directe oorzaken zijn van het huidige conflict in het Midden-Oosten, kan moeilijk ontkennen dat ze in delen van de christelijke en moslimwereld nog steeds een rol spelen. Zo droegen in het begin van de jaren tachtig de christelijke falangisten tijdens de Libanese burgeroorlog met de sji'itische milities witte kruisen op hun uniform. Net als de kruisvaarders. En een paar jaar later graveerden christelijke Armeniërs in hun strijd tegen de islamitische Azerbeidzjanen een kruis op de loop van hun geweer. Dit ter herinnering aan het feit dat hun land door de kruistochten tot wederopstanding was gewekt, en in de overtuiging dat het na de val van het communisme opnieuw zou fungeren als belangrijkste bolwerk van christelijk Europa tegen de ,,weer oprukkende Turks-Mongoolse horden''.

In soortgelijke kruisvaarderstermen sprak de Servisch-orthodoxe bisschop van Kosovo, Artemije - inmiddels tot een genuanceerdere opstelling bekeerd - lange tijd over de noodzaak het ,,heilige kernland van Servië te zuiveren van de pest van de islam''.

Omgekeerd was het evenmin toeval dat op 28 juli '96, drie dagen na de bloedige bomaanslag in een Parijs' metrostation, een clandestien islamitisch blad (El Ansar) meldde dat de explosie ,,de hoofdstad van de kruisvaarders had doen schokken op zijn broze grondvesten''. Een indirecte verwijzing naar de 'heilige' Franse kruisvaarder-koning Lodewijk IX (1214-'70).

Zeven jaar eerder was op de jongerenpagina van al-Dawa, het blad van de Egyptische Moslim Broederschap, een serie verschenen over 'De vier ruiters van de Apocalyps'. Deze symboliseerden volgens de auteur de doodsvijanden van de islam, van wie de ,,moderne kruisvaarder, de christelijk-westerse imperialist die uit is op de vernietiging van ons geloof'', het ergste was.

Er zijn nog veel meer voorbeelden te geven waaruit blijkt dat de mythologie van de kruistochten, met Jeruzalem als mystiek symbool, ook nu mensen blijft bewegen: Van de inmiddels vermoorde joodse extremist Meir Kahane die het moderne Israël vergeleek met de kruisvaardersstaten, ,,omspoeld door een zee van vijandig moslimgebied'', tot en met de Turk Mehemet Ali Agca die in 1981 zijn aanslag op Johannes Paulus II motiveerde met: ,,Ik wilde de gemaskerde commandant van de kruisvaarders doden''. Dezelfde paus die vier jaar later in Casablanca 80.000 jonge moslims voorhield: ,,Wij, christenen en moslims, hebben veel gemeen, als gelovigen en als mensen.'' Urbanus II draaide zich hoorbaar om in zijn graf.

En dan was er Saddam Hoessein die tijdens de Golfoorlog (1991/92) de militaire coalitie die de Iraakse bezetting van Koeweit ongedaan maakte, een nieuw kruisvaardersleger noemde dat optrok om de islam te vernietigen. Dat staten als Saoedi-Arabië en Turkije ook deel uitmaakten van het anti-Iraakse verbond werd door de, plotseling in een vrome moslim veranderde, dictator wijselijk verzwegen. ln een tijd waarin religieuze tegenstellingen tussen moslims en christenen weer actueel zijn, trachten aan beide kanten fundamentalistische groepen de geschiedenis van de kruistochten te herschrijven op basis van cliché's en simplificaties. Om de acht officiële kruistochten (1096-1270) te misvormen tot heilige oorlogen tegen de islam getuigt van een zelfde eenzijdigheid als om de reacties van de moslims daartegen te bestempelen als ,,een bloedige jihad tegen de beesten uit het noorden'' (pamflet van Soedanese moslim-extremisten uit 1991).

De realiteit van toen vertoonde veel meer grijze tinten dan de zwart-wittekening die men ons nu voorhoudt. Zeker, bepaald niet alles tussen de representanten van beide geloofsrichtingen was koek en ei, maar een beeld van louter haat, bloed en tranen biedt de geschiedenis van de kruistochten niet.

De houding van patriarch Arnulf van Jeruzalem lijkt veel meer in overeenstemming met de werkelijke gang van zaken. Die kreeg in 1114 een reprimande van paus Paschalis II omdat hij het huwelijk had ingezegend tussen een christelijke ridder en een moslimdame. En een eeuw later, in 1216, beklaagde de nieuw benoemde bisschop van Akko, Jean de Vitry, zich bij paus Honorius III over het ,,droeve feit'' dat de Franken in zijn bisdom hun echtgenotes slechts één keer per jaar naar de kerk lieten gaan, maar hen drie keer per week naar de hamman (moslimvrouwenbad) stuurden.

Toen midden twaalfde eeuw de Arabier Ibn Djoebajr door het christelijke koninkrijk Jeruzalem trok zag hij tot zijn verbijstering dat in de buurt van Tyrus de moslimbevolking door de Franken beter werd behandeld dan haar broeders en zusters die in de omringende islamitische staten woonden. ,,Zij leden zwaar onder het onrechtvaardig bewind van hun geloofsgenoten''. Inderdaad traden de Turkse machthebbers tegen de sji'itische moslims harder op dan tegen de kruisvaarders. Een feit dat Arabische historici meestal negeren. Omgekeerd waren de kruisvaarders feller gebeten op de oosterse christenen dan op de moslims.

Waarom liep het tenslotte dan toch mis tussen moslims en christenen? De verklaring ligt ten dele in het feit dat de moslimvriendelijke houding van veel kruisridders door de achterban in Europa niet werd gedeeld. Deze hield de islam voor een geperverteerde vorm van christendom die eerder bestreden dan bestudeerd diende te worden. Uit dit mengsel van onkunde, wanbegrip en misplaatste angst vormde zich de brandstof die ook nu het vuur van het anti-islamisme aanwakkert. Het feit dat menigeen in het Westen de islam nog altijd ziet in termen van geweld, religieus obscurantisme en veelwijverij staat daar niet los van.

Omgekeerd leidde in de moslimwereld het succes tegen de kruisvaarders - de laatste werden in 1291 uit Tyrus en Akko verdreven - tot misplaatste gevoelens van superioriteit. Conservatisme en sluipend verval waren het gevolg. En toen na de vijftiende eeuw het Westen het Oosten langzaam begon te overvleugelen, bracht dat binnen de Arabische wereld gevoelens van minderwaardigheid en haat tot ontwikkeling die tot op de dag van vandaag voortduren. Vandaar dat men er de kruistochten niet simpelweg kan afdoen als een afgesloten tijdperk.

Wat dat betreft verdient de Libanese publicist Amin Maalouf het om uitvoerig geciteerd te worden. In zijn boek Rovers, christenhonden, vrouwenschenners schrijft hij: ,,Door alle aanvallen schrompelde de moslimwereld ineen, werd onverschillig, defensief, onverdraagzaam, onvruchtbaar. Al die eigenschappen verergerden naarmate de ontwikkeling van de andere 'werelden' vorderde en de Arabische wereld zich steeds meer buitengesloten voelde. Moest ze haar culturele en godsdienstige identiteit behouden en zo het modernisme dat het Westen karakteriseerde verwerpen? Of diende zij juist vastberaden de weg van de modernisering in te slaan en het risico te nemen haar eigen identiteit te verliezen? Noch Iran, noch Turkije, noch de Arabische wereld is er tot dusver in geslaagd dit moeilijke probleem op te lossen. En zo kan men nog altijd getuige zijn van een vaak onbeholpen afwisseling tussen geforceerde aanpassingen aan het Westen en overdreven pogingen tot behoud van eigen identiteit, waarbij alles wat daar vreemd aan is wordt geweerd''.

Wie dit leest beseft dat het meer dan tijd wordt dat tussen moslims, christenen en joden de dialoog over de kruistochten wordt geopend. Excuses, zoals die morgen door Amerikaanse en Europese christenen in Jeruzalem worden aangeboden zijn daartoe een mooi begin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden