Review

Zo heeft de missionaris zijn dagen. Heerlijke ogenblikken.

Zaterdag zal tijdens de manifestatie van de Acht Mei Beweging in Zwolle het boek De Afrikaanse Mythe aangeboden worden aan o.a. minister Jan Pronk. Kerkhistoricus Theo Salemink reconstrueert hierin de katholieke variant van de 'Afrikaanse Mythe', het verwrongen beeld van het achterlijke continent in onze westerse hoofden. Hij baseert zich op twee familiebladen die tussen 1867-1968 verschenen zijn: het weekblad De Katholieke Illustratie, voortgezet als De Nieuwe Revu. En het maandblad De Katholieke Missien, voortgezet als BijEEN. Hieronder drie fragmenten. Theo Salemink, De Afrikaanse Mythe, Uitgever Kok Kampen 1997, 240 blz., f 29,50.

Als in een miniatuur wordt het katholieke beeld over Afrika aan het begin van de westerse kolonisatieperiode zichtbaar. Al heel vroeg hebben de missionarissen in Gabon succes bij deze vriendelijke stam, schrijft de journalist. Natuurlijk zijn er incidenten. De ouderen blijven heidense dansen uitvoeren, de koster steelt de kippen tijdens de preek van de missionaris, de voorraadschuur van de missie wordt geroofd, de ijverige catechist door een jaloerse fetisj-priester vergiftigd, en pater Roussot krijgt een houw met een sabel in zijn gezicht. En o ja, een van de zusters valt in zee en verdrinkt. Maar dat zijn normale dingen in een beginnende missie, zegt de tekst.

Dan wordt de idylle verstoord. Door gebrek aan menskracht verlaat de missie kaap Esterias. Na verloop van tijd zijn er weer genoeg missionarissen in Gabon. De Bengas vragen om een eigen pater. De missie reageert voorzichtig positief. Er begint een proeftijd. De missie besluit echter in tweede instantie de proeftijd niet te verlengen. De apostolisch vicaris Mgr. Le Roy begeeft zich naar kaap Esterias en legt de Bengas uit waarom de missie zich terugtrekt uit hun dorp. De Bengas hebben nog te veel heidense gebruiken, met name tegenover vrouwen, zegt hij. De Bengas zijn zeer verontrust. Een zekere Hyacinth Lengwee, twintig jaar oud, van goede komaf, gedoopt en in staat tot lezen en schrijven, stelt namens de gemeenschap een petitie aan de blanke priesters op. De brief wordt aan Mgr. Le Roy overhandigd. Hij zegt waardering te hebben voor hun bedoelingen, maar hij is door schade en schande wijs geworden. Uiteindelijk vindt er een volksvergadering plaats. Enige paters die met Mgr. Le Roy meegekomen zijn belasten zich met het rangschikken van de menigte. Mannen en vrouwen worden gescheiden, leeftijden bij elkaar. Hyacinth voert het woord namens de Bengas. Mgr. Le Roy treedt op als de opperrechter.

Er zijn een aantal slechte gewoontes onder u, zegt hij. Zoek de bron van waaruit die gewoontes voortkomen, zegt hij. Een man roept: “Weg met het vrouwvolk!” Een vrouw antwoordt: “Neen, de mannen deugen niet. Wij, wat hebben wij in te brengen, zijn wij niet slavinnen!” Groot rumoer, vermeldt de tekst. De bisschop: we zijn hier gekomen op uw verzoek en wij willen de zielen de weg naar de hemel wijzen. Maar wil een ziel de hemel binnengaan dan moet het een zegelmerk van God dragen: het doopsel. En daar begint het probleem, aldus de bisschop. “De missionarissen hebben kleine meisjes gedoopt op het verzoek van haar ouders. Nauwelijks echter konden die kinderen alleen lopen, of haar eigen ouders hebben haar overgeleverd aan heidenen, aan mannen die reeds een of meer vrouwen hadden, aan vreemden die van godsdienst geen begrip hebben.”

“Die kinderen kunnen dus niet meer leven als christinnen, en het doopsel wordt geschonden. Toen hebben wij overleg gepleegd, en gezegd: het doopsel wordt niet geschonken aan kippen, noch aan geiten, noch aan apen. En daar nu de Bengas in de mening verkeren dat vrouwen kunnen verkocht worden gelijk men kippen verkoopt, en hun huwelijk veel gelijkt op dat van de vogels, willen wij geen vrouwen meer dopen. Wee over de dochteren van de Bengas, want voor haar bestaat geen hemel!” Na dit woord rezen alle vrouwen overeind; er ontstond een vreselijk gehuil en misbaar. (..) Een vrouw: “Zo wordt er dan niemand buiten de hemel gesloten tenzij de beesten en wij! Nu vraag ik op mijn beurt: hebben wij dan geen ziel? En is mijn ziel niet evenveel waard als die van die oude woerd daarginds? En zij wees met de vinger naar een van de ouderlingen, die haar vrij uitdagend had aangezien.”

Lange en diepe stilte. Dan krijgt de bisschop steun van de jongeren. Zij kondigen een werkstaking af. De ouderen overleggen urenlang. Zij zien een groot bezwaar. Wie moet al het werk dan doen? Een vrouw is te weinig. Het antwoord van de bisschop is van grote schoonheid. Kijk naar Europa en Amerika, zegt hij. Daar kan het toch ook. Daar helpt men elkaar, man en vrouw. Daar huurt men dienstbodes in. Uiteindelijk wint de bisschop. Staande de vergadering wordt een nieuwe grondwet voor de Bengas opgesteld en ondertekend. Gedateerd: 14 januari 1894, St. Josephs missiehuis aan kaap Esterias, West-Afrika. De verkoop van meisjes wordt verboden, veelwijverij niet geaccepteerd, het huwelijk gegrondvest op de katholieke en Franse wetgeving. Geen meisje mag tegen haar wil uitgehuwelijkt worden en er wordt een nieuw systeem van onderling hulpbetoon ingevoerd, waaronder het systeem van dienstboden. En de missie bleef.

De Katholieke Missien 1915.

Het tweede verhaal speelt op dezelfde plek en bij hetzelfde volk in West-Afrika, maar nu bijna twintig jaar later. In Europa is de Eerste Wereldoorlog begonnen. De katechist Hyacinth roept opnieuw de hulp van de missie in. Twee paters en een broeder gaan, gewapend met geweren, lansen, gaffels, wolfsval en hemel weet wat voor folterwerktuigen naar kaap Esterias. Op zondag bij het uitgaan van de kerk wordt onder de oranjebomen van de missie een vergadering gehouden. De Bengas hebben de missionarissen te hulp geroepen omdat een kudde wilde varkens hun velden vernielt. De missionarissen willen er meteen op af. De dorpelingen roepen: ho! Het zijn geen echte varkens, zeggen ze, maar tovenaars in de gedaante van varkens.

Het grote zwijn, Emoli, is niemand anders dan een oude tovenares, die door de macht van een fetisj en uit louter slechtheid zich in een varken verandert om al deze verwoestingen aan te richten. De tovenares heeft een naam: Akele. Zij is een oude vrouw, vel over been, diepe rimpels in het gelaat, een tandeloze mond. Ze gilt en gooit met volle handen stof in de lucht. De dorpelingen willen de oude heks verbranden.

Dan ontvouwt zich een heilshistorisch drama. De paters trekken in processie naar het zevende dorp van de Punt, naar de laatste hut ter linker zijde. Daar is een fetisj-hut. Een van de paters vertelt over zijn ervaring. “Ik stoot de deur open en ...wijk van ontzetting terug! Overal grijnzen u doodskoppen tegen. Toverhorens zonder tal, de zonderlingste en bespottelijkste beelden, vieze dierenvellen, tamboerijnen, grof in hout gesneden grillige dierenfiguren. In het midden van de hut een grote inlandse zetel, waar de 'geest' komt nederzitten; een soort altaar voor de offers en aan weerszijden walmende hars-toortsen...Iedere morgen op hetzelfde uur, dat de missionaris het heilig Misoffer opdroeg, werd hier de duivelsmis gedaan. Ik moet bekennen dat het komische, waarmee wij onze wandeling begonnen waren, spoedig eraf was.”

“Ik werd meer dan ernstig. 'Irascimini et nolite peccare', zegt koning David, 'toornt maar zondig niet'. Onstuimig werp ik mij op al die afschuwelijke, vreemde dingen, waarvan zovele jaren de orakels uitgingen, die eindigden met de vergiftiging en de dood van zo talrijk onschuldigen. Ik werp alles omver, breek het aan stukken, vertrap het en sla zelfs het dak in. Pater Monnier zwoegt in een ware hercules-arbeid; en broeder Ubaldus verzamelt de belangrijkste stukken in een zak. Heerlijke vangst! Op een wijze, die geen goochelaar met borden of ballen kan verbeteren, draaien en vliegen en dansen schedels, allerhande beenderen, horens, beelden en amuletten in sierlijke, kunstige kringen door elkander en vallen voor de voeten van de ontstelde Bengas in stukken. Om kort te gaan: de staatsgreep, waarvan iedereen dacht dat hij onze dood of minstens een beroerte zou veroorzaken, vervulde de arme geesten met vrees en eerbied voor onze macht.”

De volgende dag, 's middags na het lof, trekken de paters en de dorpelingen naar de fetisj-boom. “Wat 'n heerlijke dag! 's Namiddags na het lof trekken we naar de fetisch-boom van Idolo. Enige forse bijlslagen, door een onbevooroordeelde Mpawin aangebracht, doen de kruin sidderen en weldra valt de boom, begroet door de vreugdekreten van het volk, krakend neer. Zo heeft de missionaris zijn dagen. Heerlijke ogenblikken, die alle zorgen, alle moeite doen vergeten. Zij zijn de keerpunten in de geschiedenis van een volk; zij scheiden het ineenstortend heidendom van het opkomende Christendom. Dezelfde avond nog werd de hele berg tovermiddelen op bootjes geladen. Onze jonge christenen voerden ze in volle zee, en onder het luiden van de klokken, het roffelen van de trommen en het vreugdegeroep van het volk werden de duivelse voorwerpen in zee gestort.”

De Katholieke Illustratie 1960.

Zij staan beide bij een vitrine in het Afrika-museum te Berg en Dal, de journalist en de pater. Het is vijfenveertig jaar later. In Afrika komen de volkeren in opstand tegen de westerse koloniale machthebbers: Afrika voor de Afrikanen. Het trauma van Auschwitz heeft in Europa een taboe gelegd op elk racistisch wereldbeeld. In de vitrine liggen houten vogelfiguurtjes van de Vatchiwokwe-stam uit Angola en Zaire.

Op het eerste gezicht zijn het simpele kunstvoorwerpen. Pater Pubben brengt ze tot leven. Hij woonde eens als missionaris in een dorp, waar deze vogels een rituele rol vervulden. Hij vertelt over de betekenis van deze vogels. Ze staan op de nok van de hutten. 's Morgens ontwaakt het dorp. De mensen komen naar buiten en kloppen hun slaapmat uit. Uit een hut met zo'n vruchtbaarheidsvogel op de nok komt een vrouw naar buiten. Ze strooit wat maismeel voor het vogeltje. Deze vrouw verlangt naar vruchtbaarheid, ze wil moeder worden. Ze strooit mais voor een houten vogel. Wat een ontroerend en simpel gebaar, zegt pater Pubben.

De journalist tekent vervolgens een lang, liefdevol en bewogen visie over zwart Afrika op, doorweven met kritiek op kolonialisme en missie en opgesierd met een nieuwe waardering voor de ziel van Afrika.

Het oude beeld over 'heidens zwart', de duivelse gebruiken van het heidendom, de gevaarlijke fetisjen, de reddende witte mannen met bijl, al die beelden zijn geschiedenis geworden. Weggevaagd door of overdekt met een radicaal nieuw beeld. Afrika heeft een ziel, Afrika heeft een sterke levensbeschouwing, voorbeeldig en ontroerend. Afrika heeft een eigen cultuur en kunst, die de moeite waard zijn door hun sterke menselijke inspiratie. En deze ziel van Afrika moet door het christendom niet uitgeroeid worden, de bijl moet niet aan de wortel. Deze ziel van Afrika moet juist het nieuwe fundament voor een Afrikaans christendom worden. Dat zegt pater Pubben, aangeraakt door de nieuwe tijd en de nieuwe geest, in het jaar 1960. Een revolutie in de katholieke beelden over Afrika en de Afrikanen.

“En hij (pater Pubben) vertelde, dat de natuurvolken van Afrika overtuigd zijn van het bestaan van een Opperwezen, dat uit zichzelf bestaat en alles geschapen heeft. Zij erkennen een afhankelijkheid van dit Opperwezen en zij geloven in een leven na de dood. De Afrikaan gelooft, dat de doden machtiger zijn dan de levenden en dat de gestorvenen, die altijd het goede hebben voorgehad met hun stam, dat ook na hun dood willen, zoals de boosaardigen ook dan nog onheil willen brengen. Die bescherming door de voorouders, die hem verbinden met de door God geschapen oervader, zoekt hij in de voorouderbeelden, die zich kenmerken door de goedheid en vrede, die ze uitdrukken, het onheil wil hij vangen en bezweren in de magische beelden en maskers, die dreigend zijn of smartelijk.”

De vooroudercultus is niet heidens, maar diep menselijk en ontroerend, zeer religieus, zegt pater Pubben. Er is een zichtbare eenheid met de overleden voorouders. Zij spreken mee in de vergadering. Moeten wij, als katholieken, hier niet denken, zegt hij, aan de gemeenschap van de heiligen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden