Zo had het in Bosnië nog jaren kunnen doorgaan

De auteur is Tweede-Kamerlid voor D66.

Tijdens het gesprek met collega-Kamerleden in het gebouw van het presidentschap dwaalt mijn blik onwillekeurig af naar buiten. Een winkelstraat die weer een beetje op een winkelstraat gaat lijken, met tram en al, een park waar, als enige plek in de hele stad, bomen staan. Zou het leven in Sarajevo ooit zijn normale loop hernemen? Zeshonderd schietincidenten, zo meldt het zaterdagse VN-bulletin, maken mij een illusie armer, zo ook de weer oplaaiende strijd tussen moslims en Serviërs die hier in Sarajevo elkaar wel van heel dichtbij rond de confrontatielijn belagen. De volslagen willekeurige en zinloze aanslagen van scherpschutters aan weerszijden van Sniper's Alley, verlenen daaraan nog steeds een macabere dimensie. Deze week werden er tot woede van de Serviërs, 'per ongeluk' twee kinderen van een hoge Servische militair doodgeschoten. “Toch een hele rustige week”, is de algemene mening. Alles went, ook de misère.

Vanaf het zwaar beschoten hotel Holiday Inn, geopend vlak voor de Olympische Winterspelen van 1984, rijdt om vijf uur een jeep met twee Nederlandse VN-marechaussees naar een grauwe flatwijk iets buiten Sarajevo's centrum. Op verzoek van Bosnische vluchtelingen in Nederland, die ik tijdens mijn vakantie heb ontmoet, overhandig ik een brief aan hun in Sarajevo achtergebleven vrienden. Ik word geacht een videocassette van de laatste gezamenlijk oudejaarsviering, 1991-1992, mee terug naar Nederland te nemen en foto's te maken van de eigen, door hen in de zomer van 1992 verlaten flat.

Samen met PvdA-collega Mieke Sterk, die ik gevraagd heb mee te gaan, stap ik toch wat gespannen de flat binnen, geflankeerd door onze blauwhelmen. De verrassing en de schok over het onverwachte bezoek zijn groot en traditioneel gastvrij worden we op (Turkse) koffie onthaald. De zestienjarige dochter zegt graag naar Nederland te willen, maar ja, haar ouders willen niet en dan blijf je. Vader, die om zes uur in full battledress van het Bosnische leger binnenkomt, peinst daar niet over. Moeder, die zich twee keer voor de foto verkleedt en zich uitvoerig opmaakt, vertrouwt me toe dat zij Mascha wel graag naar Nederland zou zien gaan: “Here, no future in Bosnia, Netherland good country!”

Het is Mascha, die met ons meegaat in de jeep om de flat te wijzen waar hun dierbare vrienden hebben gewoond; echtpaar met zoon van negentien, die na veel omzwervingen in Slovenië, Oostenrijk en Duitsland in een twee-kamerflat in Groningen zijn beland. De wereld is groot en klein tegelijk, denk ik. We rijden langs de geblakerde stadions van de Olympics en het beroemde Kosovo ziekenhuis en we komen in een wijk die zich met enige goede wil kan meten met een gegoede forensenbuurt in een modale Nederlandse stad. Boven de heuvels glinstert de sneeuw in het licht van de vallende avond. We nemen, zoals beloofd, foto's van de flat die nog recht overeind staat en waar slechts autowrakken en andere rotzooi aan de oorlog herinneren.

Het is al donker als we Mascha thuis afleveren. Ze laat een foto zien van Vedran, de negentienjarige jongen die met zijn ouders naar Nederland is gevlucht. De foto is gemaakt op Terschelling, op het strand bij het asielzoekerscentrum. Twee werelden schuiven ineen: Sarajevo-Terschelling. Terug bij het hotel ben ik geëmotioneerd en onder de indruk.

In groepsverband rijden we, beschermd, naar het avondmaal in de VN-kazerne. Mortiervuur ratelt bij het vertrek, het pantservoertuig schermt ons af op Sniper's Alley, een man met een geweer springt weg, naar twee kompanen achter in de bosjes.

Generaal Nicolai, de hoogste Nederlander in Bosnië, komt somber gestemd terug van zijn Servische collega: de oorlog zal weer oplaaien, zo zegt Karadzic hem 's avonds op tv na. Ik zie het op CNN in een verlaten Holiday Inn, kogelgaten in de muren van de hotelkamer, plastic voor de kapot geschoten ramen. De pianist speelt in de treurige bar: een gevoel van totale vervreemding overvalt me. Een door de oorlogscorrespondent van de BBC aangeboden borrel in kamer 309, die nu al bijna drie jaar als BBC-studio in Sarajevo in gebruik is, kan daarin weinig verandering brengen.

Thuis in Nederland beluister en zie ik de meegegeven videoband: vrolijke scènes van een gewone oudejaarsviering, veel muziek, eten, dans en zang. Zo had het nog jaren kunnen doorgaan, als niet . . . Ik licht het Bosnische gezin in Groningen telefonisch in over de geslaagde missie: “Thank you mr. Jan”. In hun flat, zo vertelt de vader, woont nu een oorlogswinst-maker.

Hij nodigt mij uit voor een bezoek aan Groningen, niet even, maar “two or three days”. Wat een gastvrijheid en wat een moed. Maar wat is de man in drie of vier jaar ouder geworden, denk ik, bij het bekijken van de videoband. Oorlog is onverbiddelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden