'Zo, en wanneer ga je nou een écht boek schrijven?'

Jong, vrouw, verhalenbundel, de één vlak voor en de ander vlak ná het debuut. Maartje Wortel en Sterre van Rossem over dat magische eerste boek.

Als haar boek verkocht wordt, is één euro vijftig voor haar. Maar echt leuk vindt Maartje Wortel het niet, dat haar gedachtengoed nu op straat ligt. Het liefst zou ze elke koper een leeswijzer geven. ’Begin met dat verhaal, sla dat maar over. En ja, er was nóg een mooi verhaal, maar dat staat er niet in.’ „Ík weet wat ik bedoelde toen ik het opschreef, dat weet de lezer niet. En nu kan ik er niks meer aan doen.”

Woensdagmiddag in café Stanislavski, bij de Amsterdamse Stadsschouwburg waar straks het Boekenbal wordt gehouden. Dat magische feest voor de boekenwereld. Mythischer nog voor wie net komen kijken: de jonge debutanten. Anders dan Mulisch, Reve en Zwagerman, moeten zij nog ’opgroeien in de letteren’.

Van Maartje Wortel (Eemnes, 1982) verscheen in september 2009 de verhalenbundel ’Dit is jouw huis’. Daarvóór studeerde ze journalistiek – waar ze niet meer terug hoefde te komen omdat ze alles bij elkaar verzon – en rondde ze de Rietveld Academie af. Volgens de achterflap van haar boek hangt in ieder van haar verhalen een ’onbestemde dreiging’ en gaat elk verhaal over de ’spanning tussen binnen- en buitenwereld’.

Sterre van Rossem (Groningen, 1984) debuteert zal precies een jaar later debuteren, in september 2010, met haar bundel die waarschijnlijk ’Een smaak van liefde’ gaat heten. Hoe ze de thema’s in háár bundel op de achterkant zullen samenvatten? Van Rossem heeft geen idee. „Mijn verhalen zijn absurd. Over aspecten van het menselijke: stemmen, schaduwen, echo’s en alles ertussenin. De verhalen beginnen alledaags en dan ontspoort het. Misschien kun je het magisch realistisch noemen? De dagelijkse dingen worden terloops naar een ander plan getild.”

Wortel: „Alsof je net langs het normale leven scheert.”

Van Rossem: „Ja, iets in het verhaal tikt je fantasie aan.”

Wortel: „Soms ervaar je dan even die puurheid. Dat je denkt: nu snap ik het leven en de liefde. Daarna komt er altijd weer ruis.”Jullie schrijven beiden korte verhalen. Makkelijker dan een roman?

Wortel: „Nee. Een roman is als een film. Daarin kun je nog eens opschrijven: ’ik voel me kut’. In een kort verhaal kan dat niet, dat zijn foto’s. De lezer moet het zelf invullen.”

Van Rossem: „Een roman mag wolliger. In een kort verhaal valt alles wat overbodig is onmiddellijk op. Bij mijn uitgeverij vroegen ze of ik geen roman wilde schrijven. Verhalen verkopen voor geen meter.”

Wortel: „Gek is dat. In Amerika is het klimaat anders. Daar kun je je bewijzen met korte verhalen en gedichten.”

Van Rossem: „In Nederland leren we niet hoe je een bundel korte verhalen moet lezen. Het hóeft niet achter elkaar, dat denken veel mensen. Je mag best één verhaal lezen en het een tijd laten inwerken.”

Wortel: „We nemen de rust niet voor een verhaal. Dat is raar: de wereld is kort en snel geworden, met youtube, twitter en blogs. De vader van een vriendin vroeg me: ’Zo, en wanneer ga je nou een écht boek schrijven?’”Van wie leerde je het vak?

Wortel: „Er waren heus docenten op de Rietveldacademie van wie ik veel geleerd heb. Ik heb er de kunst van het weglaten geleerd, ik had een docent die van ’kaal’ hield, maar mijn verhalen komen écht uit mezelf.”

Van Rossem: „Ik heb wel eens een cursus gevolgd, maar die docente vond mijn verhalen te absurd. Daar werd ik alleen maar onzeker van.”

Wortel: „Ik kijk de kunst ook niet af van andere schrijvers. Hooguit bewonder ik ze.”

Van Rossem: „Ik ook. Paul Auster, Roald Dahl, Annie M.G. Schmidt.”

Wortel: „Anke Scheeren, dat boek met dat badeendje op de voorkant. Na mijn debuut werd ik wel eens met Miranda July vergeleken. Daar was ik het niet mee eens. De Volkskrant had het over ’Grunberg-achtige kwaliteiten’.”

Nadat Maartje Wortel een schrijfwedstrijd won, stonden de uitgevers in de rij. Een redacteur van De Bezige Bij kocht het boekje dat ze op de Rietveld maakte. Wortel mailde hem, of hij misschien ook geïnteresseerd was en dat bleek het geval. „Toch wel een droom.”

Sterre van Rossem werd gevraagd door uitgeverij Prometheus. Ze had juist een literair-cultureel tijdschrift opgericht voor jonge schrijvers en bij gebrek aan kopij schreef ze zelf ook een verhaal. Prometheus belde: of ze niet een hele bundel wilde maken. Van Rossem: „En ik dacht: straks moet ik al die uitgeverijen langs en wordt mijn hart tachtig keer gebroken.” Dat hoefde niet. In augustus moet haar bundel af zijn. Misschien gaat het tweehonderd bladzijden tellen. „Ik vroeg of ik deadlines kon krijgen, dat gaat veel beter.”

Wortel: „Je moet vertrouwen op de tekst. Het gaat er niet om of er een boek van komt. Voor mij deed het eerder pijn dat dat boek er lag, dan dat het gelukkig maakte. Het was als mijn baby. Eerst was het veilig in mijn eigen wereld, nu ligt het op straat. Ergens wil je wel zichtbaar zijn, maar toch ook niet.” Worden jullie rijk?

Wortel: „Nee, niet van verhalen.”

Van Rossem: „Niet van deze bundel. En als ik dat vergeet, word ik er wel aan herinnerd. Mensen die verstand hebben van literatuur zeggen dan: ’Oh, een bundel, dat levert niks op’. Ik ben koppig en denk: ’Mijn bundel verkoopt wél’. Desnoods koop ik ze allemaal zelf.”Dromen jullie – net als Spinvis – van je eigen foto op de achterkant van het boek?

Van Rossem: „Zo groot als Franca Treur op de achterkant van haar boek staat, dat wil ik niet hoor!”

Wortel: „Dat wilden ze bij mij ook, zo groot, met mijn handen in mijn zakken. Ik zei: dat gaat niet door.”

Van Rossem: „Interessant wat je zelf te zeggen hebt. Het is echt een industrie, die marketing.”

Wortel: „Ik had zelf een cover ontworpen. Heel mooi, vond ik. De uitgever zei: ’Je bent toch geen dode dichter?’” Zoals in dat liedje van Spinvis, waarin de hoofdpersoon alvast oefent voor de pose op de achterflap, zo is het wél’. Niet die foto, maar wel het hele pakket dat hoort bij het uitgeven van een boek.”

Van Rossem: „Ik dacht dat het bevredigender zou zijn. Een contract krijgen voelt als iets bereikt hebben. Maar dat is nog niet zo.” Komt na de boekpresentatie het bekende zwarte gat?

Wortel: „Nee, want ik schreef gewoon door. Ik was al bezig met een roman. Hoewel ik in die tijd wel verdrietig was. Mijn relatie was uit, ik had geen huis. Maar dat had niet met het uitkomen van dat boek te maken. Het was gek: Ineens kon iedereen meekijken in mijn hoofd. Sommige vrienden waren kritisch. Een vriendinnetje zei: ’Nou, op sommige verhalen had je wel iets beter je best mogen doen.’ Nadat het boek uit was, dacht ik: Nu is er iets gebeurd. Maar dat is niet zo. Niemand interesseert het. Het is als met een verliefdheid: voor jou is het speciaal, maar anderen denken: ’Wat eten we morgen?’ Er komen zoveel titels uit en er verdwijnen zoveel zonder één recensie.”

Van Rossem: „Dat maakt me ook wel rustig. Het hóeft geen bestseller te worden.”

Wortel: „Maar zo’n Franca Treur verkocht veertigduizend boeken, dat kan dus óók. Ik weet niet hoeveel er van mijn boek zijn verkocht. Het kunnen er niet meer dan vijftienhonderd zijn, want zoveel zijn er gedrukt en er komt geen tweede druk. Waarschijnlijk zijn het er niet veel meer dan driehonderd. Ik durf er ook niet naar te vragen, bang dat ik ontmoedigd raak. Nou ja, mijn vrienden hebben het gekocht. En mijn ouders. Dat is ook leuk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden