Scheidslijnen

Zo diep is de kloof niet

Beeld Tjarko van der Pol

Nee, er gaapt in Nederland géén kloof tussen volk en elite of tussen hoog- en laagopgeleid. Daar moeten we zuinig op zijn, zegt Will Tiemeijer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Want het kán misgaan.

Nederland valt uit elkaar, klinkt het alom. Tussen hoog- en laagopgeleiden loopt een duidelijke scheidslijn, het volk zet zich af tegen de elite. Er ontstaat een tweedeling tussen autochtonen en Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf: die voelen zich steeds minder thuis in dit land. De bewoners van stad en platteland groeien uit elkaar in hun ideeën, hun inkomen, hun opleidingsniveau. En als het Sociaal en Cultureel Planbureau gelijk krijgt met zijn voorspellingen, gaapt er in het Nederland van 2050 een diepe kloof tussen de cans en de cannots.

Of niet? Politici waarschuwen ervoor, onderzoekers signaleren het, kranten schrijven erover. Maar klopt het ook? Groeien de verschillende bevolkingsgroepen in Nederland uit elkaar?

Gevaarlijk

Dat valt wel mee, stelt Will Tiemeijer, onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Nederland is een high trust society, een land dat als het gaat om vertrouwen tussen de inwoners onderling 'tot de wereldtop behoort', zegt hij. "In de meeste andere landen is dat onderlinge vertrouwen veel minder groot, en dat toont al aan dat dat vertrouwen geen gegeven is: een land kan het ook kwijtraken. We moeten dus wel oppassen, we moeten heel zuinig zijn op dat onderling vertrouwen."

Al die beweringen over een 'kloof' tussen bevolkingsgroepen, over een 'groeiende tweedeling', over 'maatschappelijke scheidslijnen', zijn niet zonder risico. "We moeten verschillen niet verzwijgen. Maar als we steeds maar blijven herhalen dat er diepe scheidslijnen door de samenleving lopen, krijgt dat invloed op hoe we de feiten waarnemen", benadrukt Tiemeijer. "Dan gaan we er zelf in geloven, dan wordt het een 'self fulfilling prophecy': het wordt vanzelf waar."

Dat zou een slechte zaak zijn. "Maatschappelijke cohesie ontstaat niet van de ene op de andere dag, die komt voort uit een lange geschiedenis van gedeelde ervaringen. Is er sprake van het tegenovergestelde, is de polarisatie te ver doorgeschoten, dan laat dat zich niet snel herstellen."

Nuance en precisie

Tiemeijer schreef voor de WRR de studie 'Wat is er mis met maatschappelijke scheidslijnen?', die vandaag openbaar wordt. Daarin gaat hij te rade bij de filosofie, de politicologie en de psychologie om heel precies te ontrafelen wat maatschappelijke scheidslijnen zijn en wat daar erg aan is. Zijn studie laat zich lezen als één groot pleidooi voor meer nuance en voor meer precisie in het maatschappelijk debat.

Neem alleen al het woord 'tweedeling'. Tiemeijer mijdt het. "Het woord suggereert dat de bevolking in tweeën uiteenvalt en dat leidt er bijna vanzelf toe dat het bestaan van middengroepen over het hoofd gezien wordt. Dat staat een helder zicht op wat er in de samenleving gebeurt in de weg."

Het begrip 'scheidslijnen' is preciezer, maar ook dat woord moeten we niet te pas en te onpas in de mond nemen, zegt Tiemeijer. In zijn studie betoogt hij dat er pas sprake is van echte maatschappelijke scheidslijnen als er aan drie voorwaarden is voldaan.

Echte scheidslijnen

Allereerst moeten er objectieve verschillen bestaan tussen bevolkingsgroepen (bijvoorbeeld in inkomen, opleiding of afkomst). Daarnaast moeten mensen zich ook echt identificeren met de groep die op grond van die objectieve verschillen te onderscheiden is: als iemand met weinig opleiding zich niet verbonden voelt met alle laagopgeleiden in Nederland, valt het met die scheidslijn nog steeds wel mee. En die verschillende groepen moeten ook in de politiek en in de media als gescheiden over het voetlicht komen.

Nee, ook met deze uitleg is niet precies te bepalen wanneer er wel of geen sprake is van een maatschappelijke scheidslijn, licht Tiemeijer toe. "Maar hoe hoger een bepaald onderscheid tussen bevolkingsgroepen scoort op deze drie punten, hoe meer reden er is te spreken van een echte scheidslijn."

Ter verduidelijking verwijst Tiemeijer naar de verzuiling die Nederland tot in de jaren zestig van de vorige eeuw kenmerkte. Nederland was destijds diep verdeeld langs levensbeschouwelijke lijnen (protestants-christelijk, rooms-katholiek, socialistisch, liberaal), met groepen die zich erg sterk identificeerden met hun eigen zuil, zich zelfs afzetten tegen anderen en hun eigen omroepen en politieke partijen hadden. De 'objectieve verschillen' waren weliswaar niet groot - die lagen vooral op levensbeschouwelijk terrein - maar toch is het niet vreemd te spreken van maatschappelijke scheidslijnen in het verzuilde Nederland.

Natuurlijk

Veelzeggend ook is dat het verzuilde Nederland decennialang heeft bestaan. Ook met diepe maatschappelijke scheidslijnen kan een land in bepaalde omstandigheden kennelijk heel goed voortbestaan. Scheidslijnen zijn pas onwenselijk als ze mensen in de weg staan om te verwerven wat ze nodig hebben voor een fatsoenlijk bestaan.

Tiemeijers studie bevat nog meer relativerends. Scheidslijnen aanbrengen, onderscheid maken tussen groepen is mensen van nature eigen, voert hij aan. Mensen delen elkaar nu eenmaal altijd in op grond van kenmerken als leeftijd, geslacht en huidskleur, ze maken op grond van zulke kenmerken onderscheid tussen 'wij' en 'zij' en staan vervolgens ook positiever tegenover hun eigen mensen dan tegenover buitenstaanders.

Pogingen om dit wij-zij-denken uit te wissen, zijn 'een gevecht tegen de bierkaai', schrijft Tiemeijer. En waarom zouden we dat willen? Verschillende groepen kunnen best naast elkaar leven zonder dat ze negatief tegenover elkaar staan, betoogt hij in zijn studie. "Voor vijandigheid ontstaat pas reden als van de andere groep een bedreiging uitgaat, bijvoorbeeld vanwege een strijd om schaarse middelen."

Niet overdrijven

Tot zover de theorie. Maken we ons al niet al te veel zorgen over de maatschappelijke scheidslijnen in het Nederland van nu? "Ja en nee", zo begint Tiemeijer zijn antwoord, om zichzelf meteen in de rede te vallen. "Kijk, nu dreigen we direct in misverstanden verstrikt te raken. Want over welke scheidslijnen hebben we het? Geef dat eerst heel specifiek aan. Zomaar in het algemeen spreken over scheidslijnen, dat werkt niet, daar schiet niemand iets mee op."

Laten we niet overdrijven, zegt Tiemeijer. Uit wetenschappelijke literatuur valt op te maken: de grootste bedreiging voor het onderling vertrouwen dat Nederland kenmerkt, zijn groeiende sociaal-economische verschillen. "Die verschillen zijn de afgelopen tien á twintig jaar toegenomen. Maar vergeleken met veel andere landen zijn ze in Nederland nog steeds vrij klein."

Beeld Tjarko van der Pol

De elite en het volk

Bestaat er dan geen 'tweedeling' tussen hoog- en laagopgeleiden, zoals in het publieke debat wordt geopperd? "Objectieve verschillen tussen die groepen zijn er zeker, en niet alleen in opleidingsniveau", zegt Tiemeijer. "Hoogopgeleiden verdienen meer, wonen in de betere buurten, zijn gezonder. Maar voelen mensen zich ook verbonden met anderen met hetzelfde opleidingsniveau? Nauwelijks. Niemand zegt: 'Ik ben er trots op tot de laagopgeleiden te behoren', of 'tot de hoogopgeleiden'. En zijn er politieke partijen die zich expliciet op hoog- of laagopgeleiden richten? Nee, niet echt."

Heeft het iets te betekenen dat in de discussie nu vaak de woorden 'elite' en 'volk' opduiken? Is 'elite' een scheldwoord geworden van laagopgeleiden, zijn die er trots op 'het volk' te zijn? En is dat een teken dat deze scheidslijn zich nu toch duidelijker aftekent?

"Een interessant verschijnsel", zegt Tiemeijer. "Het kan zijn dat die woorden een soort vermomming zijn van het onderscheid tussen hoog- en laagopgeleid, ja. Bij het volk horen, daar kun je wél trots op zijn, met het volk kan je je wél identificeren. Maar waar ligt de scheidslijn precies? Wie is het volk, wie is de elite en wat zijn de objectieve verschillen? Dat is volstrekt onhelder."

En de scheidslijn tussen autochtone Nederlanders en allochtonen dan? "Dat is zo mogelijk nog lastiger", zegt Tiemeijer. "Als het gaat om herkomst telt Nederland tientallen verschillende groepen. Ja, in de verbeelding van veel mensen bestaat een tweedeling. Maar wie staat tegenover wie? Hoe loopt die scheidslijn? Wees nou precies, gebruik niet steeds zulke grote woorden."

Verschillende belevingen

Is er dan niets waar van wat sinds de verkiezing van Trump vaak gezegd wordt, ook over Nederland: dat het ene deel van de bevolking nauwelijks weet wat er leeft onder het andere deel?

"Nederlanders zijn het tot op zekere hoogte eens over wat de grootste problemen van ons land zijn, blijkt uit onderzoek. Dus dat we elkaar volstrekt niet begrijpen, is onwaarschijnlijk", stelt Tiemeijer vast, opnieuw relativerend.

"Maar groepen kunnen die problemen wel verschillend beleven en heftig van mening verschillen over wat eraan gedaan moet worden. Als tegenstellingen in opvatting samenvallen met andere groepsverschillen, zoals in inkomen of leefomgeving, wordt het zorgelijk. Wat bindt groepen dan nog? De bereidheid er samen uit te komen, kan ondermijnd raken. In Amerika is dat al gebeurd en voor Nederland ben ik er niet helemaal gerust op."

Politieke agenda

Wees dus voorzichtig, herhaalt Tiemeijer nog maar eens, en jaag de verschillen niet aan met al te grote woorden.

Uiteindelijk zit er vaak ook een politieke bedoeling achter die woorden. "Wie zegt dat er in Nederland verschillen bestaan tussen bevolkingsgroepen, beschrijft de werkelijkheid. Maar wie zegt dat er sprake is van maatschappelijke scheidslijnen, doet nog iets extra's. Die beschrijft de werkelijkheid én zegt: 'Daar moeten we ons zorgen over maken'. Die wil dus iets op de politieke agenda zetten."

Tiemeijer besluit zijn studie met een pleidooi voor een soort anti-scheidslijnenbeleid, overigens zonder meteen maatregelen voor te stellen. Om te zorgen dat Nederland blijft horen bij het 'kleine maar fijne gezelschap' van landen waar mensen elkaar vertrouwen, zou de regering zich bij elk plan moeten afvragen: wat doet dat met de verschillen tussen bevolkingsgroepen?

Voor één kwestie vraagt Tiemeijer speciale aandacht: het belang van overeenstemming over de feiten. De Verenigde Staten zijn ook wat dat betreft een 'afschrikwekkend voorbeeld', zegt hij. Verschillende bevolkingsgroepen beschikken over verschillende, gescheiden informatiestromen die de afnemers van heel uiteenlopende feiten voorzien.

Feiten en meningen

De feiten die de wetenschap levert over bijvoorbeeld de opwarming van de aarde zijn allang niet meer onomstreden en dat verdiept de kloof tussen bevolkingsgroepen: de ene groep heeft volstrekt andere opvattingen over de klimaatproblematiek dan de andere.

In Nederland doen zich al symptomen van datzelfde verschijnsel voor, zegt Tiemeijer. Uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek worden soms afgedaan als 'ook maar een mening' en de gevestigde journalistiek wordt af en toe meesmuilend weggezet als mainstream media - en alleen al daarom onbetrouwbaar. Veel mensen vertrouwen liever op internet; dat betekent dat zij vaak alleen maar gelijkgezinden treffen, met feiten die bij hun standpunt passen.

"Neem vaccinatie. Dat zou autisme veroorzaken. Het is al vele malen weerlegd, maar veel mensen blíjven het toch geloven", zegt Tiemeijer. "Dat blijkt ook uit onderzoek: naarmate mensen vaster overtuigd zijn van hun eigen standpunt zijn ze zelfs in staat feiten die daarmee in tegenspraak zijn zó uit te leggen dat die hun standpunt ondersteunen. Een blik feiten opentrekken helpt dan niet meer, dat werkt zelfs averechts."

Goede nieuwsleveranciers

Willen we voorkomen dat het in Nederland zover komt dat consensus over de feiten wegvalt, stelt Tiemeijer, dan moeten we zuinig zijn op de huidige leveranciers van feiten: de wetenschap, de serieuze journalistiek, maar ook instanties als het Centraal Bureau voor de Statistiek.

"Als we de informatievoorziening volledig laten bepalen door de wetten van vraag en aanbod, krijgen we veel rotzooi over ons heen, dat zie je in de Verenigde Staten. Gelukkig heeft Nederland nog goede kranten, maar uiteindelijk zijn ook kranten bedrijven die iets moeten verkopen. Voor sociale media geldt dat nog meer: die verdienen niet aan wat mensen móeten weten, maar aan wat ze wíllen weten. Als we de zaak op z'n beloop laten, komt het niet vanzelf goed."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden