'Zo confronterend, maar ook zo mooi'

Zieltogend was ’Vrije Geluiden’ toen Hans Flupsen het tv-programma erfde. Nu viert het zijn twintigste verjaardag. Springlevend.

Deze maand bestaat het VPRO-televisieprogramma Vrije Geluiden twintig jaar. Dat is lang, want behalve het Journaal zullen niet veel programma’s de veranderingen en modes bij de publieke omroep hebben overleefd. Ooit begonnen met Han Reiziger als presentator, is Hans Flupsen (1956, bijnaam ’de best geklede Nederlandse man’) sinds 2002 het gezicht van het enige echte muziekprogramma op de Nederlandse tv.

Iedere week nodigt de redactie van Vrije Geluiden haar muzikale gasten uit in het Bimhuis, de jazz-zaal met prachtig uitzicht over Amsterdam. Musici die niet alleen hun muziek live ten gehore brengen, maar die er ook doorgezaagd worden over hun op handen zijnde optreden in dit land. Een zeldzaamheid, net zoals de veelkleurige keuze aan muziek die de afgelopen jaren aan bod kwam. Van klassiek en jazz tot fado en tango: geen genre is Flupsen te wild.

De goedgeklede presentator (er is zelfs een item aan zijn Aziz-kleding gewijd op de Vrije Geluiden-website) komt naar eigen zeggen uit een arbeidersmileu. De muziek die hij van huis uit meekreeg, was niet de klassieke: „Eerder Toon Hermans en het Nederlandse lied. Ik vond muziek al vroeg erg leuk. Wat precies? Geen idee. Hoewel ik later gitaar ben gaan spelen, wilde de muziekschool in Venlo dat ik viool leerde spelen, want het orkest had violen nodig. Dat deed ik dus. Geen idee wat voor muziekcultuur daarbij hoorde, maar ik deed het met veel plezier.”

Flupsen studeerde Nederlands in Amsterdam: „En daarna een kopstudie die heette ’Geschiedenis van de pers, propaganda en openbare mening’. Die ging over massacultuur. Met die sociale wetenschappen had ik wel wat.” In Amsterdam speelde hij in een studentenorkest, dat hem naar eigen zeggen muzikaal vormde. „Omdat die muziek thuis nooit was ingevuld, was de drang om alles te ontdekken enorm groot: niks was te gek. Ik vind nog steeds alles muziek. Het gaat voor mij altijd in de eerste plaats over intentie en over creativiteit.”

Na zijn studie kwam Flupsen bij de publieke omroep werken en hij presenteerde programma’s bij de Concertzender – over vrouwelijke componisten en over orgels in Nederland bijvoorbeeld. „Daar heb ik heel veel aan gehad en ik ben er met pijn in het hart weggegaan. Ik hoop dat je iets van die passie en gekte in Vrije Geluiden terugziet. We hebben af en toe gasten in de studio over wie ik mijn collega’s zie denken ’wie is DIT nu weer?’. Zo confronterend, maar ook zo mooi. Ik probeer altijd respons te krijgen van kijkers, met rare prijsvragen enzo. Daar kun je een beetje de tijd mee vangen.”

Flupsen werd televisiemaker, bedacht VPRO-programma’s zoals Open Deur TV en hij werkte voor Veldpost (’dat heeft nog een Nipkov Schijf gekregen’) en Waskracht!. „Ik heb altijd aan de rand van de journalistiek geopereerd”, zegt hij. „Zo filmde ik in volkswijken hoe mensen leefden in beroerde omstandigheden. ’Waskracht!’ maken was één groot feest, met getalenteerde mensen en heel veel gedoe. Daarna kwam 9/11, een echtscheiding en toen ben ik even in de luwte gaan werken, als redacteur bij Buitenhof.”

Die rust duurde niet lang, want Flupsen werd gevraagd of hij wilde kijken naar de toen noodlijdende opvolger van ’Reiziger in muziek’, Vrije Geluiden. Flupsen was een liefhebber van het programma, zag dat het niet goed ging en stortte zich er met veel enthousiasme op. „Meestal schipper je een beetje in het leven, maar ik heb hier meteen gezegd dat ik het wilde doen, als ik het mocht presenteren. Dat vonden ze een goed idee.”

Toen Flupsen aan Vrije Geluiden begon, stond het programma op de schraplijst. In 2002 is het een tijdje van de buis geweest. Maar dat belette Flupsen niet om tot die tijd het onderste uit de kan te halen: „Vrije Geluiden was een cadeautje! Voor ik het wist, zat Herbie Hancock in de studio, speelden Enrico Pace en Igor Roma samen en kwam er een gekke groep uit Algerije met rare puntmutsen op! Of neem de Moldy Peaches: mijn kinderen waren toen vijf jaar, maar ze hebben het er nu nog over. Volkomen maf! Ik kon mijn dromen letterlijk materialiseren.”

„Ik had geen trek in publiek dat tegen zijn zin met busladingen tegelijk naar de studio wordt vervoerd en dan uit zijn neus gaat zitten eten: eruit! Als er al publiek bij is, dan alleen uit vrije wil en bij bijzondere gelegenheden. Zo stonden er bij Hancock lange rijen voor de deur, terwijl we niet eens bekend hadden gemaakt dat we hem te gast hadden. Gewoon mond-tot-mondreclame!”

Toen het programma een poosje verdween, hield de VPRO de uitzendtijd vast. Zo kon het programma langzaam weer beginnen. Eerst met archiefopnames en documentaires, daarna met gesprekken en optredens. Sinds 2004 kwamen die vanuit het nieuwe Bimhuis aan het Amsterdamse IJ. Weer zo’n cadeautje.

Flupsen: „Een van de eerste nieuwe uitzendingen van Vrije Geluiden was een interview met Jan Wolff in het nieuwe Muziekgebouw aan ’t IJ. Toen dacht ik, stel dat het lukt om met het programma weer midden in het muziekleven te staan: tell-sell, daar gaat het mij om! In het Bimhuis valt alles op zijn plek: alle apparatuur is er, de mensen die er werken zijn geweldig. We draaien daar twee uitzendingen in één dag, als een soort militaire operatie. Dat doen niet veel programma’s ons na.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden