ZKH was een kleine Machiavelli

Historicus Cees Fasseurs benadering van de hoofdpersonen Bernard en Juliana lijkt evenwichtig, maar is dat ook zo?

We mogen blij zijn met ’Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk’ van Cees Fasseur, dat deze week uitkwam. Het verhaal van de rol die Greet Hofmans op Soestdijk speelde is dankzij Fasseur aangevuld met bronnen die tot dusver ontoegankelijk waren.

Er kleven ook nadelen aan deze manier van geschiedschrijving. We zijn namelijk volkomen overgeleverd aan de perceptie en de documentkeuze van Fasseur, althans wat het Koninklijk Huis Archief (KHA) betreft. De koningin bepaalt wie welkom is en in dit geval was dat uitsluitend Fasseur. In hoeverre de Majesteit invloed op het boek heeft gehad, zal wel altijd een open vraag blijven. Veel, weinig, geen?

Een ander nadeel is Fasseurs benadering van de beide hoofdpersonen, koningin Juliana en prins Bernhard. Die is evenwichtig, althans zo lijkt het aanvankelijk, maar dan begint de twijfel te knagen. Dat zijn sympathie bij Bernhard lag en niet bij Juliana was geen geheim. Helaas wreekt zich die voorkeur in zijn boek. De schuld komt vooral op het bordje van de koningin, terwijl het toch Bernhard was die Greet Hofmans ooit had binnengehaald.

Fasseur stelt min of meer dat Bernhard volkomen gelijk had toen hij contact met de pers zocht om via die weg een oplossing te forceren. Het is nog maar de vraag of er vanwege Hofmans inderdaad een constitutionele crisis op uitbreken stond, zoals Fasseur ons wil doen geloven. Bernhard kon de situatie weliswaar mooi verwoorden in zijn in extenso gepubliceerde ’Lieve Lula’ brief aan Juliana (p. 368-369 in Fasseurs boek), maar we moeten niet vergeten dat voor Bernhard alles op het spel stond toen Juliana aan echtscheiding begon te denken als mogelijke oplossing om uit de misère te raken. Bernhard zag absoluut niets in scheiding: hij zou alles zijn kwijt geraakt waaraan hij sinds zijn eerste, gearrangeerde ontmoeting met Juliana – die van hem uitging – zo hard had gewerkt.

Afkomstig uit een onbetekenend Duits vorstendommetje was zijn huwelijk met de aanstaande koningin der Nederlanden een uitgelezen kans. Van liefde was niet of nauwelijks sprake, wel van een ’uitdaging’ zoals hij later vertelde. Het allerlaatste wat hij kon gebruiken was een echtscheiding die hem zou hebben gedegradeerd tot een bescheiden status. Hij wilde zijn buitenlandse reizen, de glamour, de snelle auto’s, contacten met staatshoofden en ’celebrities all over the world’ niet opgeven. Hij besefte drommels goed dat hij zijn aanzien en status uitsluitend en alleen had te danken aan zijn positie als echtgenoot van de Nederlandse vorstin.

Gaandeweg besloop mij als lezer met enige kennis van Bernhards manipulatieve capaciteiten het gevoel dat Fasseur té weinig inzicht biedt in het karakter van ZKH. De prins was een onverbeterlijke charmeur en in het sociale verkeer buitengewoon bedreven. Dat maakte hem in de ogen van velen sympathiek; naar het zich laat aanzien ook in die van Fasseur. Het welbewust manipuleren van mensen door de prins tot meerdere glorie van de ’BV Bernhard Vooruit’ komt nergens uit de verf. Daarentegen krijgt de invloed van Hofmans op staatszaken (via Juliana) veel aandacht terwijl daar geen concrete bewijzen voor zijn. Als Hofmans een Raspoetin was dan was Bernhard een kleine Machiavelli. Weinigen – ook ministers - durfden hem iets te weigeren en hebben zich regelmatig door de prins laten corrumperen.

De leugen heeft Bernhard nooit geschuwd en hij gebruikte die zonder enige schroom, maar bij Fasseur gaan geen alarmbellen af. Eerder ziet hij dat als een handige zet. Het koninklijk paar doet op een gegeven moment een beroep op drie ’wijze mannen’ (commissie-Beel) om hen in de crisis bij te staan. Als Bernhard wordt gevraagd of hij het verhaal over Hofmans heeft gelekt, ontkent de prins glashard. Fasseur noteert: „Het krediet voor het forceren van een beslissing in de crisis komt Bernhard toe. Hij vervulde de als altijd ondankbare rol van klokkenluider.” Het lekken van Bernhard was een wilde gok met niet te voorspellen gevolgen voor de monarchie. Fasseur lijkt dat niet te zien. Het liep goed af en de auteur schrijft het klakkeloos bij op het conto van de prins.

De amoureuze escapades van Bernhards schoonvader, prins Hendrik, komen uitgebreid aan de orde. We lezen ook dat François van ’t Sant, de vertrouweling van koningin Wilhelmina, bijkans dagwerk had om de gevolgen zoveel mogelijk toe te dekken. Voor de bastaarden zocht hij een pleeggezin; mensen die dreigden met publiciteit (chantage) werden afgekocht.

Hoe zat dat eigenlijk bij Bernhard, die net als Hendrik zijn vertier buitenshuis zocht en vond? De parallellen zijn te evident om er zo maar aan voorbij te gaan, maar Fasseur laat ons daarover volkomen in het ongewisse.

We weten niet eens óf hij er naar gekeken heeft, en als er inderdaad stukken lagen, óf hij die dan had willen (of mogen) publiceren. Bernhards buitenechtelijke relaties verzwijgt Fasseur niet, maar hij plaatst die nadrukkelijk tegen de achtergrond van de oorlog en constateert dan inlevend dat zoiets ’zeker bij een man als Bernhard’ geen verbazing hoeft te wekken. Zo gaan die dingen nu eenmaal in de oorlog. ’Mars deelt het bed met Venus.’

De gevoelens van Juliana blijven praktisch buiten beeld. Gaandeweg neemt de onbalans in het boek toe. Het gevolg is dat Bernhard een status krijgt toegemeten die hij niet verdient en, omgekeerd maar dan aan de negatieve kant, Juliana ook.

Tot slot een vraag: welk belang heeft de koningin bij dit boek? Volgens president Roosevelt gebeurt in de politiek immers niets bij toeval.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden