Zittenblijven? Aandacht geven!

Leerlingen van het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond tijdens de wiskundeles. Beeld Ton Toemen

Het aantal zittenblijvers kan fors omlaag, zeggen scholen. 'Eigenlijk is het verrassend simpel om zittenblijven te voorkomen.'

Ik pak mijn tas uit en kijk uit het raam. Soms val ik even in slaap. De rest van de dag staar ik voor me uit." Zo zien de schooldagen van atheneum 3-leerling Yannai (15) eruit. Na school kijkt hij tv- series. "Ik doe niks meer aan school, heel heftig."

Vorig jaar zat Yannai in de derde klas van het gymnasium. Op zijn eindrapport stonden twee vijven en een vier: voor Engels, Latijn en Grieks. De oude talen vond hij vreselijk lastig. Omdat hij daar zoveel voor moest doen, schoot Engels erbij in, zegt hij. Hij wilde naar atheneum 4, maar de schoolleiding was onverbiddelijk: Yannai voldeed niet aan de overgangsnorm. Hij moest de derde overdoen, ook zonder Latijn en Grieks.

Ook Johanna (16) stond er vorig jaar zomer slecht voor. Ze zat in 3 vmbo. "Ik had mijn kop er niet bij. Het ging thuis niet zo goed." Ze mocht toch over naar de vierde en kreeg extra begeleiding. Ze leerde vragen stellen als ze iets niet snapt. "Stom, maar dat deed ik nooit." Vorig jaar volgde ze alle vakken op het niveau van vmbo-kader. "Wiskunde gaat nu zo goed dat ik daarvoor op tl-niveau eindexamen mag doen."

De school waar zittenblijven niet bestaat
Johanna zit op het Reitdiepcollege vestiging Leon van Gelder in Groningen, een school waar zittenblijven niet bestaat. Leren wordt er gezien als doorgaand proces, zonder hordes tussen de leerjaren. Vanaf het eerste tot het vierde leerjaar zitten leerlingen van vmbo tot atheneum bij elkaar in één klas, met dezelfde docenten. Ze volgen hun vakken op het niveau dat de basisschool als advies meegaf. Blijkt na verloop van tijd dat ze in bepaalde vakken beter of slechter zijn, dan kunnen ze die op een hoger of lager niveau volgen. Zo zijn er leerlingen die exacte vakken op atheneumniveau volgen en talen op havo- of tl-niveau. "Er zijn niet veel leerlingen die in alle vakken even sterk zijn", zegt directeur Hiltje Rookmaker van de Groningse school.

Maakt een leerling te weinig vorderingen, dan wordt dat vroeg bijgestuurd: door extra begeleiding of aanpassing van de leerstof. Rookmaker: "Bij ons hoeven ze geen heel jaar over te doen als ze op 1 of 2 vakken minder scoren. Wij stellen liever redelijke eisen die leerlingen op het goede spoor zetten." Ze ziet nooit leerlingen die berekenen of ze een 4,6 of een 5,1 moeten halen om over te gaan.

De eindexamenresultaten zijn niet lager dan op scholen waar kinderen wel blijven zitten, zegt Rookmaker. "Het verschil is dat leerlingen bij ons niet onnodig tijd verliezen en gemotiveerd blijven."

Zittenblijven is duur
Bijna de helft van alle leerlingen in Nederland blijft minimaal één keer zitten. Volgens een zeer recent onderzoeksrapport van het CPB kost zittenblijven de schatkist jaarlijks 500 miljoen euro aan directe kosten. Dit komt naast de geschatte 900 miljoen aan indirecte kosten door het later beginnen met werken. Staatssecretaris Sander Dekker noemt zittenblijven 'ouderwets en duur'.

Of de leerprestaties van doubleren beter van worden is nauwelijks onderzocht. Tenminste niet in het voortgezet onderwijs. "Op basis van onderzoek in het basisonderwijs denken we dat leerlingen er weinig mee opschieten", zegt onderzoeker Hans Luyten van Universiteit Twente. Toch heerst in de lerarenkamer nog vaak de overtuiging dat zittenblijven helpt. Luyten: "Dat doét het ook op het eerste gezicht: zittenblijvers presteren het eerste jaar iets beter. Maar docenten hebben een blinde vlek voor wat daarna gebeurt: dan zakken leerlingen snel terug naar hun oude niveau."

"Dat een leerling met enorme achterstand een jaar over moet doen, is begrijpelijk", vindt docent Jasper Rijpma. Maar op de school waar hij werkt, het Hyperion Lyceum in Amsterdam, halen veel leerlingen de overgangsnorm net niet. Hij had een mentorleerling die vorig jaar op tienden van punten bleef zitten. Voor de meeste vakken stond hij ruim voldoende. "Nu moet hij alles over doen. Met alle nadelen: lessen uitzitten die al bekend zijn, verlies van vrienden, het gevoel mislukt te zijn."

Voor deze groep leerlingen kan de zomer-school helpen. Op dertien scholen werden afgelopen zomer 241 aanvankelijke 'zittenblijvers' twee weken lang bijgespijkerd in één of enkele vakken. 85 procent ging alsnog over. Maar leerlingen die steeds struikelen over dezelfde vakken hebben er niet voldoende aan.

Vervroegd examen
Zelf deed Rijpma zeven jaar over de havo. Hij had weinig talent voor wiskunde. "De andere vakken haalde ik met twee vingers in mijn neus." Op zijn school zoekt een groepje docenten uit of leerlingen vervroegd examen kunnen doen in vakken waar ze goed in zijn. De tijd die overblijft, kunnen ze besteden aan vakken die meer moeite kosten. Rijpma: "Als ik geschiedenis en aardrijkskunde sneller had kunnen afsluiten, had ik meer tijd gehad voor wiskunde. Dan was ik waarschijnlijk niet blijven zitten."

Ook wil Rijpma onderzoeken of de overgangsvergadering vervroegd kan worden. Nu wordt vaak pas eind juni, begin juli over het lot van leerlingen beslist. "Als je die vergadering negen weken naar voren haalt, en docenten vraagt een programma te maken dat een leerling tot de zomervakantie kan afwerken, kan dat zittenblijvers schelen."

Nog liever zou hij zien dat er meer werd gedifferentieerd op tempo en niveau, zodat leerlingen een op maat gesneden leertraject kunnen volgen. Net als op de Leon van Gelder. "Dan behoort zittenblijven definitief tot het verleden." Scholen kunnen daar al mee experimenteren. Waarom gebeurt dat nog zo weinig? "Dat vraagt nogal wat van docenten", zegt Rijpma. "Andere roosters, een andere manier van lesgeven, op verschillende niveaus. Veel leraren zien daar tegenop."

Het kan ook simpeler, ontdekte het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond. Vijf jaar geleden was er een grote groep havo 4-leerlingen die niet voldeed aan de overgangsnorm. Ze hadden een behoorlijke achterstand. Van 15 leerlingen dachten docenten dat ze met extra begeleiding best de eindstreep konden halen. De schoolleiding besloot hen over te laten gaan, in een zogeheten kansstroom. Een paar enthousiaste docenten werden twee uur per week vrijgesteld om de leerlingen tijdens hun examenjaar bij te spijkeren. "We zeiden: regel het maar, op de manier die jullie het beste lijkt", vertelt afdelingsleider Frans Neiss. Veertien van de vijftien leerlingen slaagden dat jaar voor hun eindexamen.

De kansstroom, nu ook op het vmbo, is nog steeds succesvol, met elk jaar hoge slagingspercentages. De begeleiders bepalen in overleg met de leerlingen hoe de uren worden ingevuld. Vmbo-leerlingen krijgen vooral hulp bij planning, omdat ze daar het meeste moeite mee hebben. "Dat we docenten alle vrijheid geven, verklaart een groot deel van het succes", zegt Neiss. Het heeft voor een cultuurverandering op school gezorgd, ook bij docenten die aanvankelijk sceptisch waren. "Zittenblijven hoeft niet als je leerlingen voldoende individuele aandacht geeft. Eigenlijk is het verrassend eenvoudig."

Hoe zinvol is zittenblijven op de basisschool?
Vaak wordt gezegd dat het voor kinderen die 'jong' voor hun leeftijd zijn of te veel op hun tenen moeten lopen, beter is om jaartje over te doen. Maar zittenblijven op de basisschool levert een leerling weinig goeds op, zegt Hans Luyten, onderwijsonderzoeker aan de Universiteit Twente. Hij baseert zich op onderzoeken in binnen- en buitenland. "Een kind dat een groep voor de tweede keer doet, presteert dat jaar beter. Maar als je de leerling langer volgt, bungelt hij gewoon weer onderaan qua leerprestaties. Eigenlijk is de afstand met leeftijdsgenoten alleen maar groter geworden." De Belgische schoolpsychologe Mieke Goos komt tot dezelfde conclusie. Zij analyseerde de gegevens van 4.000 Vlaamse leerlingen gedurende de basisschool. Zittenblijvers presteren niet alleen minder, ze worden volgens Goos ook vaker gepest. Verder hebben leerkrachten soms lagere verwachtingen van kinderen die een keer zijn blijven zitten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden