Zitten, opstaan of wegblijven: een stemming met een staartje

Opnieuw onder uw aandacht: het sneuvelen van de wet Stroom, eind vorig jaar in de Eerste Kamer. De gebeurtenissen op die bewuste dinsdag 22 december zijn te interessant om hier te negeren.

Wat was het geval? De senaat keerde zich die avond tegen de nieuwe gas- en elektriciteitswet van minister Kamp, een grote tegenvaller voor het kabinet. De coalitie, een minderheid in de senaat, keek machteloos toe.

Twee weken geleden schreven we op deze plek dat VVD en PvdA hebben zitten slapen. Voor de stemming begon, was duidelijk dat slechts 37 Eerste Kamerleden de wet zouden steunen.

Senator Niko Koffeman van de Partij voor de Dieren, tegenstander van deze wet, was die dag afwezig. Omdat er met 'zitten en opstaan' werd gestemd, oftewel per fractie, werd de wet getorpedeerd (37-38).

Als een lid van de coalitie om hoofdelijke stemming had gevraagd, zou de stemming 37-37 zijn geweest. In dat geval zou de senaat zich pas begin 2016 opnieuw over de wet hebben gebogen.

Het leverde de Plein 2-redactie een ingezonden brief van Koffeman op, waarin hij repte over 'een paar onjuistheden' in onze berichtgeving. Een hoofdelijke stemming, schreef hij, moet in de senaat 'ten minste een week van tevoren worden aangevraagd'.

Dat was niet gebeurd. Dus de stemming had niet met een 'procedurele slimmigheid' kunnen worden beïnvloed, aldus de redenering van Koffeman.

Een interessant verhaal van de PvdD-senator. Maar het klopt niet.

Grondwet

Navraag bij de griffier leert dat ook Eerste Kamerleden op het laatste moment om hoofdelijke stemming kunnen vragen, net als de collega's in de Tweede Kamer.

Gevolg kan wel zijn dat de stemming wordt uitgesteld omdat (te) veel senatoren op dat moment reeds naar huis vertrokken zijn. Maar ook in dat geval zou de wet Stroom dus niet op die 22ste december zijn gesneuveld.

Parlementair historicus Bert van den Braak noemt in zijn column op de site van het Montesquieu Instituut het van tevoren aanvragen van hoofdelijke stemming niet meer dan een 'dames-en-heren-afspraak'. Van een ijzeren wet is volgens Van den Braak geen sprake.

"Dat is overigens maar goed ook, want dat zou in strijd met de Grondwet zijn", aldus Van den Braak. Artikel 67, vierde lid, bepaalt dat hoofdelijk wordt gestemd als één lid dit verlangt. Zonder beperkingen. Die regel was kennelijk onbekend bij Koffeman, die sinds 2007 senator is.

College van Senioren

Het wegstemmen van de wet Stroom is naderhand achter gesloten deuren besproken in het College van Senioren, bestaande uit alle fractievoorzitters in de senaat. Deugde de gang van zaken die avond wel? Ja, was de conclusie van het College. De stemming is volgens vaste procedure verlopen.

Maar, zegt Bert van den Braak: die vaste procedure rammelt. Omdat de Eerste Kamer per fractie stemde (zitten en opstaan), kon senator Christine Teunissen van de dierenpartij ook oordelen namens haar afwezige partijgenoot Koffeman. Volgens de parlementair historicus is hier sprake van stemoverdracht. En dat is, zegt hij, grondwettelijk niet toegestaan. "Het principieel staatsrechtelijke bezwaar daartegen is dat niet-aanwezige leden 'fictief' meestemmen en geen individuele afweging kunnen maken."Met als gevolg dat Kamp tijdens dat debat op zijn hoofd had kunnen gaan staan; senator Koffeman had hij onmogelijk kunnen overtuigen. Die was in het buitenland.

Jongste senatoren

1. Christine Teunissen (PvdD, 30)

2. Alexander Kops (PVV, 31)

3. Gabriëlle Popken (PVV, 32)

4. Alexander van Hattem (PVV, 32)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden