Zitkuil, partnerruil, Don Quishocking

Promotiefoto voor het programma ¿Zand in je badpak¿ van Don Quishocking uit 1973. (FOTO UIT BESPROKEN BOEK)

De cabaretgroep Don Quishocking had een hoog niveau. Maar hoort ze tot de nieuwe Grote Drie van het Nederlands cabaret? Een lid van de groep heeft zijn twijfels, net als recensent Paul van der Steen.

Plots stond in de jaren tachtig een nieuwe generatie cabaretiers op. Geen mannen en vrouwen van het grote verhaal. In plaats daarvan kwamen onbeholpenheid en absurdisme. Bij hen was het meligheid troef. Vaandeldragers van deze Nieuwe Lulligheid waren Herman Finkers en Birgitte Kaandorp.

Een aantal leden van Don Quishocking zag bij een bezoek aan Berlijn in 1972 al voorstellingen waarin van niets iets wordt gemaakt. Terug in Nederland resulteerde dat in scènes voor een nieuw programma. Tijdens de eerste try-outs werd echter duidelijk dat de lulligheid niet werkte. Jacques Klöters: „Wij wisten niet dat je voor dit materiaal zelf ook melig moet zijn. Het klopt niet als het gebracht wordt door serieuze mensen als wij.”

„Don Quishocking heeft altijd streng de kwaliteitsnorm gehanteerd, waarbij men niet bang was om zo nu en dan arrogant en elitair over te komen”, concludeert Patrick van den Hanenberg, recensent van de Volkskrant, aan het slot van zijn boek over de geschiedenis van de cabaretgroep. „Misschien leek het allemaal wel een beetje op elkaar, maar het is nu eenmaal erg moeilijk om je signatuur, de toon, de smaak die je met elkaar hebt opgebouwd, rigoureus om te gooien.”

Het tekstuele en muzikale niveau van Klöters, George en Anke Groot, Fred Florusse en Pieter van Empelen staat buiten kijf, wat niet betekent dat er geen kritiek mogelijk is. Drs. P vindt dat ze te veel wilden getuigen. Ivo de Wijs sneert over de parmantigheid: Don Quishocking als gezelschap dat erg druk was met de vouw in de broek en dat het zittend op een kruk over elkaar slaan van de benen tot kunstvorm had verheven. En: „Als je aan hun programma's schudde, dan was het eerste woord wat eruit viel Don Quishocking.”

Juist in dat kenmerk van de groep zit de aardigheid van ’Wij mogen alles zeggen’, het boek van Van den Hanenberg. Behalve cabaretgeschiedenis krijgt de lezer een prachtig tijdsbeeld voorgeschoteld. De programma's van Don Quishocking zijn een staalkaart van de geest van de jaren zestig, zeventig en begin jaren tachtig, de tijd van zitkuil en partnerruil. Jonge mensen bevechten hun plek, zijn begaan met de wereld en zijn met het klimmen der jaren ook steeds drukker met zichzelf.

Het hoge kringgesprekgehalte van Don Quishocking culmineert in 1981 in een voorstelling met de veelzeggende titel ’Wij zijn in de war’, waarin alle onderlinge twisten met de zaal gedeeld worden. Klöters ligt (voor de duur van de voorstelling) in bed. George Groot loopt (ook buiten het theater) in de huiskleuren van de Bhagwanbeweging. Misschien was het doorgeschoten openhartigheid, maar het had elk geval de persoonlijke toets die veel van het huidige cabaret mist.

Rest de vraag hoe we Don Quishocking moeten plaatsen in de cabaretgeschiedenis. Van den Hanenberg stelt dat dé Grote Drie (Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld) werden opgevolgd door een nieuwe Grote Drie: Neerlands Hoop, Kabaret Ivo de Wijs en Don Quishocking. George Groot vindt dat overschatting door cabarethistorici en journalisten. „Omdat niemand het meer weet, kan Jacques [Klöters] nu iedereen wijs maken dat Don Quishocking een voortrekkersfunctie had. Maar dat is niet waar. Die eer gaat naar Lurelei. Er is sprake van mythevorming.”

Waarschijnlijk zal de tijd Groot gelijk geven en zullen van de cabaretvernieuwers vooral Lurelei en Neerlands Hoop de boeken in gaan. Don Quishocking bood wel hoge kwaliteit, een podium voor veelbelovende tekstschrijvers (Jan Boerstoel, Hans Dorrestijn) en de individuele leden stonden aan de wieg van de loopbanen van een nieuwe cabaretgeneratie (Youp van 't Hek, Jack Spijkerman, Adelheid Roossen, Lenette van Dongen en vele anderen).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden