Zit onze smaak in de genen of is hij aangeleerd?

Aangeleerd natuurlijk. Zet een groentje op het gebied van spruiten of witlof een van de twee voor, en zijn gezicht zal ongetwijfeld het spreekwoord ’Wat de boer niet kent...’ uitbeelden. Smaken vergen oefening, en het gangbare menu in je omgeving bepaalt daarom wat tot je lekkernijen gaat behoren.

Dachten we. Maar acht jaar terug bracht onderzoek onder tweelingen aan het licht dat genen wel degelijk de smaak sturen. Het was een bescheiden studie, met 218 deelnemers, waarbij louter de voorkeur voor twee typen voedsel werd gemeten: een dis met veel vet, zout en suiker, en een met fruit, groenten, rijst, magere zuivel en volkoren.

Als vergelijking van eeneiige en twee-eiige tweelingen leert dat de eeneiige meer in smaak overeenkomen, mag je aannemen dat de genen mede de voedselvoorkeur dicteren. Daar kun je aan rekenen, en de conclusie luidde toen dat de variatie in smaak voor een derde in het DNA verankerd ligt. Bij mannen sturen de genen iets harder dan bij vrouwen.

Britse genetici hebben het nu uitgebreid uitgezocht, onder 3262 tweelingen van 18 tot 79 jaar. En weer komt eruit dat we al met een enigszins ingeprente smaak in de wieg liggen. Daarbij past direct één relativering: er deden alleen vrouwen aan de studie mee. Maar uit de vragenlijsten bleek dat die grote groep tweelingen wel representatief was voor wat heel Groot-Brittannië zo’n beetje eet.

Er kwamen vijf hoofdmenu’s uit naar voren: veel fruit en groenten, maar weinig gebakken aardappelen; weinig vezels en fruit, maar wel fors alcoholgebruik; typisch Engels, met veel gebakken vis, aardappelen, vlees en hartige groenten; een mager dieet, met weinig suiker, weinig vet en weinig zoetwaren; een vlees- en visarme pot, met bonen, pizza’s en sojaproducten.

De onderzoekers presenteren de resultaten deze maand in Twin Research and Human Genetics. Deelnemers neigden naar een van de vijf voedselpatronen en de variatie daarin zou voor 41 tot 48 procent aan de genen toegeschreven moeten worden. Opvallend was dat het DNA bij sommige tweelingen vooral om knoflook, koffie en sommige groenten zeurt. De onderzoekers vermoeden dat hier genen meespelen die maken of je goed bittere smaken kunt proeven. Bij gebrek daaraan word je mogelijk eerder een zoetekauw of vetliefhebber.

Met enige regelmaat kwamen 705 tweelingen nog eens terug, waarbij bleek dat hun genen nog altijd een woordje meespraken en dat hun smaakvoorkeur tamelijk hardnekkig was. Alleen de liefhebbers van traditioneel Engels (fish and chips) en de steviger drinkers toonden zich minder voedselvast. En bij ouderen lijkt de genetische component wat te groeien. Zij krijgen meer trek in groenten en fruit.

Beleidsmakers moeten deze studie goed tot zich door laten dringen, menen de genetici. Campagnes voor een gezond dieet halen weinig uit als je daarin geen rekening houdt met het feit dat in de supermarkt dwingende stemmen uit ons DNA meebeslissen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden