Zit de ziel in hoofd, buik, borst of pijnappelklier?

Michaela Huber: Meervoudige persoonlijkheden. Een handboek voor overlevenden van extreem geweld. Vert. Marion Op den Camp. Wereldbibliotheek, Amsterdam: 367 blz. - ¿ 49,50. Prof. dr. B. J. Kouwer: Het spel van de persoonlijkheid. Theorieën en systemen in de psychologie van de menselijke persoon. Bijleveld, Utrecht; 448 blz. - ¿ 49,90. Peter van der zwaal: De achtste vrije kunst: psychoanalyse als retorica. Boom, Amsterdam; 224 blz. - ¿ 39,50.

De vrouw leed aan onverklaarbare paniekaanvallen. Pas later bleek zij opgesplitst te zijn in vijftig deelpersoonlijkheden of alters, zoals gezien wordt bij mensen met een Meervoudige Persoonlijkheidssyndroom (MPS). Reeds kort na de geboorte zou ze geofferd zijn aan een Germaans-fascistische sekte en sindsdien had ze herhaaldelijk seksuele folteringen moeten doorstaan. Door middel van dissociatie (zichzelf wegmaken) was telkens weer een ander stuk van haar persoon ondergronds gegaan. Men beschouwt nieuwe alters veelal als ontsnapping aan levensbedreigende situaties.

In 'Meervoudige persoonlijkheden - Een handboek voor overlevenden van extreem geweld' schetst psychotherapeute Michaela Huber een helder maar niet altijd even geloofwaardig beeld van dit probleem. Zo lijkt me haar bewering dat 40 procent van de schizofrene patiënten aan deze stoornis lijdt, volkomen onjuist. Een MPS-patiënt zou anders dan bij schizofrenie wel stemmen maar nooit wanen hebben.

Of MPS eigenlijk wel bestaat, is trouwens uiterst dubieus. Met de opvatting dat het bij MPS vaak om borderline patiënten gaat - een rijpingsstoornis die vaak gepaard gaat met zelfbeschadigend gedrag - zal menig psychiater instemmen. De in het boek beschreven satansrituelen grenzen aan het ongelooflijke, maar sinds de gruwelijke zaak-Dutroux zijn we wat meer geneigd dat soort smeerlapperij voor waar te houden. De kern van dat boek luidt dat de psychotherapie kan worden afgeleerd.

Veel populaire troostboeken nemen een aspect van de persoonlijkheid tot onderwerp, zoals 'Emotionele intelligentie' van Daniel Goleman. Zijn boodschap dat aardig zijn belangrijker is dan echte intelligentie, past uitstekend in onze door oppervlakkigheid en snelheid aangevreten tijd.

Gedegen en prikkelende cultuurfilosofische studies zijn in het algemeen heel wat interessanter, zij het dat die steeds zeldzamer beginnen te worden. Exemplarisch vind ik 'De achtste vrije kunst' over retorica, van psychiater Peter van der Zwaal (1943-1996) of 'Het spel van de persoonlijkheid' over wat nu eigenlijk een persoon is, van de vroegere Groningse hoogleraar psychologie B. J. Kouwer (1921-1968).

Het is onmogelijk een mens echt te typeren of te doorgronden, betoogt Kouwer tegen het einde van zijn boek. Als voorbeeld van de schier onmogelijke opgave van de psychologie om een mens in zijn ware motieven te doorgronden noemt hij Ersilia Drei uit het toneelstuk 'Het kleden van de naakten' van Luigi Pirandello.

Ersilia is een meisje van een jaar of twintig, dat net op tijd wordt belet zelfmoord te plegen. Iedereen meent te weten wat Ersilia tot haar wanhoopsdaad dreef. De kranten maken haar tot slachtoffer van het noodlot, harteloos verlaten door haar toekomstige echtgenoot. Maar van een 'verloving' blijkt in het geheel geen sprake. Na haar redding wordt zij in huis genomen door een bekende romanschrijver, voor wie zij een tot leven gekomen personage is. Met haar wil hij een verhaal scheppen dat 'echt' is.

Als gouvernante in een klein gezin kreeg zij de verantwoordelijkheid voor het dochtertje, dat op een onbewaakt ogenblik van een balkon viel en dodelijk verongelukt. Aan een journalist legde Ersilia uit waarom zij niet in staat was dit ongeval te voorkomen. De moeder van het kind gaf een geheel andere lezing. Op het moment dat haar dochter verongelukte, vond zij Ersilia in de armen van haar man. Door deze lichtzinnigheid en dit onverantwoordelijke gedrag acht zij Ersilia schuldig aan de dood van haar kind.

Ersilia bleek al veel langer de maîtresse van de vader van het meisje te zijn, die op zijn beurt verklaarde haar te hebben leren kennen als een intrigerende, leugenachtige en sadistische verleidster. Volgens hem heeft ze zijn dochtertje met opzet van het balkon laten vallen.

In dit conflict van meningen voelt Ersilia zich eenzaam en naakt. Iedereen heeft volgens haar de feiten uit egoïsme en kwaadaardigheid verdraaid. De hulp van de schrijver ziet ze als laatste strohalm. Via hem hoopt zij haar eigen waarheid te vinden: in plaats van een feilbaar iemand krijgt haar diepste wezen uiteindelijk het karakter van een mooie droom.

Het indringende van Pirandello's stuk is dat hij ons confronteert met onze maskerades en schijngewaden. Steeds weer verschijnt iemand anders op het toneel om Ersilia een volgend masker af te rukken en de rest te tonen wat hij of zij als de ultieme waarheid ziet. Het tragische van Ersilia is dat haar zelfs de sluier van zelfmoord niet wordt gegund. Zij had de dood in willen gaan als 'onschuldig-meisje-dat-op-de-dag-voor-haar-huwelijk-wreed-is-verlaten- door-haar-verloofde'. Maar ze valt ten prooi aan een verkeerd soort zielkundigen dat hardnekkig door wil dringen in de naakte waarheid van haar persoon.

Je kunt het ook anders zeggen. Bijvoorbeeld dat we allemaal uien zijn. Zo'n ui kun je aan het afpellen blijven zonder dat je ooit de ware inhoud tegenkomt. Alles aan ons blijkt illusie. We zijn niet onszelf, maar we 'brengen' een persoonlijkheid, met zoveel overtuiging dat die vaak nog echt lijkt ook. De hele dag spelen we toneel. Van binnen gaapt echter leegte, loze afgrond. Een soortgelijke conclusie wil dat de mens op een watermeloen lijkt met oneindig veel pitten, drijvend in een zoetig sap, maar geen pit in het midden. Zet je er een mes in, dan spuit er onmiddellijk sap uit. Snijd je de meloen doormidden, dan blijkt die in wezen hol te zijn.

Over het wezen van de mens durft men in onze tijd nog nauwelijks te spreken. Dat begrip hoort meer thuis in de negentiende eeuw. En hoe zit het met de plaats van de ziel? Zit die in hoofd, borst of buik? Of zoals Huarte meende in de 'hersenbuikjes'? Of, wat Descartes dacht, in de pijnappelklier? Wellicht moet je de ziel zoeken in de synapsen, de minuscule spleten waar de ene zenuwcel op de andere overschakelt. Eén synaps als ruimte voor onze innerlijkheid is vast niet genoeg, schertst Kouwer, maar met al die miljoenen synapsen bij elkaar moet je toch een heel eind kunnen komen.

Als de kern van de persoon ongrijpbaar is, dan zit er niets anders op dan die holle ruimte te vullen met vaagheden als zielenstof, libido, bewustzijnsinhouden, voorstellingen, ideeën, prikkels, aanleg en gewoonten, karakter en temperament. We moeten toch wat. Het niets-zijn van de menselijke waarheid is immers onverdraaglijk. Aan de exacte wetenschap hebben we in dit opzicht geen fluit. Alleen de taal met haar metaforen kan ons verder helpen. Zo noemt Descartes de menselijke geest “ijl fladderend tussen de tandraderen, de katrollen en het ijzeren gietwerk van een meedogenloze wereldmachine”.

“De psychologie moet het diepste wezen van de mens benaderen langs een omweg”, geeft Kouwer ten slotte toe. Fraaie schema's met sanguïnische, flegmatieke, cholerische en melancholische typen en dito illustraties over het verband tussen lichaamsbouw en karakter geven 'Het spel van de persoonlijkheid' een klassiek aanzien. Het boek beleefde in 1963 zijn eerste druk. Onlangs verscheen de vierde druk: Chapeau.

De vorig jaar overleden psychiater Peter van der Zwaal gaat in 'De achtste vrije kunst: psychoanalyse als retorica' ook al in op de geschiedenis van het persoonsbegrip. Voor zijn compacte oeuvre kreeg hij de Van Helsdingenprijs 1995 toegekend. In zeven inspirerende essays ontpopt hij zich als meester van het persuasieve betoog. Hoe je een persoon precies beschrijft, hangt af van het gekozen paradigma: als machine, opgraving of verhaal. In 'De macht van het woord' is Van der Zwaal het best op dreef. Daarin trekt hij één lijn van de klassieke retorica naar de moderne psychoanalyse.

Van de zeven vrije kunsten, dialectica, rhetorica, grammatica, geometrica, arithmetica, musica en astronomia, staat slechts Vrouwe Rhetorica op de cover afgebeeld die de schoon sprekende dichter Cicero schild en zwaard overhandigt: 'Age et defende' (poneer en verdedig, breng naar voren en houd stand). De bundel sluit af met een gloedvol betoog over de twee talen in de psychiatrie, die van de natuurwetenschap (de synapsen) en de geesteswetenschap (de geschiedenis van de ziel).

Tenslotte kun je het beste naar de uitdrukkingen van depressieve mensen luisteren om te weten wat tijdloze leegte is. “Ik heb geen ander leven dan deze beelden: afgrond en gejaagdheid naast elkaar”, zegt een 42-jarige vrouw met een geagiteerde depressie. “Het vallen gaat steil omlaag, het jagen rond in een kring.” Of deze beelden, ontleend aan de mechanica, objectief sporen met de fysiologische stoornis in de hersenen, weet ik niet. Maar door de taal weet ze in elk geval wel haar gejaagdheid en leegte profiel te geven. Haar naam, gezicht en levensgeschiedenis doen de rest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden