Zinnelijke kruisweg

Zeven kunstenaars gaan op bedevaart naar de passietijd in ’Cold Turkey – van carnaval tot Pasen’ in het Utrechtse Catharijneconvent.

’Cold turkey’: afkicken van harddrugs of een andere verslaving? En dat in het Utrechtse Catharijneconvent, het museum voor christelijke kunst? Dat klinkt bizar. Maar de ondertitel ’Van carnaval tot Pasen’ geeft je gedachten een andere richting.

„Natuurlijk hebben we deze titel gekozen omdat hij direct de aandacht vraagt”, licht Wout Herfkens (1962), een van de initiatiefnemers, toe. „Maar er is ook een duidelijk inhoudelijk verband. Als Stichting De Vrienden van Job hebben we het alomtegenwoordige lijden (oorlog, natuurrampen, ziekte en psychisch lijden) willen plaatsen tussen twee schijnbaar tegengestelde vieringen uit de rooms-katholieke traditie: carnaval en vasten, die samen uitmonden in Pasen.”

Dat zij het menselijk lijden als uitgangpunt hebben genomen, is voor de initiatiefnemers niet verwonderlijk. Herfkens richtte in 2000 samen met collega-beeldend kunstenaar Rinke Nijburg (1964) de stichting op. „In ons werk kwam dat lijden eigenlijk altijd al voor. We houden ons allebei bezig met religie en filosofie. In een tijd van soms stuitende materiële overvloed, van toenemend geweld en individualisme, raken thema’s als geboorte, lijden, dood en verlossing te veel op de achtergrond. Daarom wilden wij daar, in het verlengde van ons werk, tentoonstellingen en projecten over organiseren.”

Met ’Cold Turkey’ maken ze een krachtige en aantrekkelijke expositie. In zeven opeenvolgende ruimtes hebben evenveel kunstenaars op hun uitnodiging de zeven onderdelen van de passietijd verbeeld en tegelijkertijd de ruimte ingericht.

Paul de Reus neemt carnaval voor zijn rekening, Dieuwke Spaans Aswoensdag, Wout Herfkens vasten, Gijs Assmann Palmzondag, Rini Hurkmans Witte Donderdag, Rinke Nijburg Goede Vrijdag en Erzsébet Baerveldt Pasen. Stuk voor stuk goede, bekende kunstenaars.

Maar de kunst alleen is in ’Cold Turkey’ nog niet alles. „Parallel aan de rituelen in de kerk hebben we willen ervaren wat er zou gebeuren als je er ook kleur, geur en geluid bij betrekt. De cyclische rondgang langs de zeven ruimtes moest een totaalervaring worden zoals een bedevaart of een kruisweg dat ook kan zijn.”

Om dat gevoel van bedevaart te versterken, is Jan Meijering uitgenodigd om iets met kleur te doen. Geurenspecialist Babita Versluis werd gevraagd om geur voor haar rekening te nemen, terwijl componist Andries van Rossem het verzoek kreeg bij elke zaal een ander geluid te produceren.

Voor Meijering vormden de zeven kleuren van de regenboog – het signaal van God aan de mens na de zondvloed – het uitgangspunt. Iets te voor de hand liggend misschien. Desondanks is het uitzinnige kanariegeel in Assmanns zaal ijzersterk.

Groter dan de impact van de kleuren is het subtiele, maar niet te missen effect van de geuren en vooral ook de geluiden. Geen misselijkmakende chemische luchtjes van de reclame, maar authentieke, natuurlijke geuren. Voor carnaval stelde Versluis een zware, overvloedige geur samen uit zeven componenten. In iedere zaal gaat er een component vanaf, totdat er bij Pasen een ’schone’ geur overblijft. Daar resteren alleen nog lavendel en rozen: een beetje een babygeur, die uitstekend past bij Pasen als nieuw begin.

Van Rossem liet zich voor zijn geluiden inspireren door de thema’s en het werk van de kunstenaars. Sterk is de combinatie van vogelgefluit met Assmanns zaal en de signaaltonen bij de tekeningen van Nijburg.

Al deze ’extra’s’ versterken inderdaad je rondgang langs de kunstwerken. Maar ook de individuele kunstwerken overtuigen. Met het bizarre ’Flessenoog’ van De Reus word je aan het begin van de expositie in de kelder ondergedompeld in het zinnelijke carnaval, om na veel drank, dubbelzien, losbandigheid en chaos bovenaan de trap over de grond te kruipen op weg naar de ontnuchtering en versobering van Aswoensdag.

In de tekeningen van Spaans zijn dood en seksualiteit metaforen voor de vergankelijkheid en vruchtbaarheid – twee begrippen die aan de as van Aswoensdag kleven. Herfkens verbeeldt in zijn soms sprookjesachtige sculpturen zoals ’De denker’ lichamelijke reiniging en het loslaten van vastgeroeste denkbeelden: gevolgen van het vasten. Hurkmans video van de fraai gedekte tafel die door een plensbui wordt overvallen, verwijst zonder twijfel naar het Laatste Avondmaal, en Baerveldt geeft met haar net ontwaakte, verwonderde Christus een ongebruikelijk fragment weer van het paasverhaal.

Twee hoogtepunten zijn onmiskenbaar de ruimtes van Assmann en Nijburg. De eerste omdat hij de hele ruimte in beslag neemt, er de museumcollectie bij betrekt en zijn als altijd raadselachtige sculptuur het dubbele in het verhaal van Palmzondag weerspiegelt. De vreugde van de intocht slaat immers vijf dagen later om, als Christus met kruis door dezelfde poort naar buiten gaat.

Nijburg mag zijn ruimte dan ongemoeid laten, zijn tekeningen ’Skin Flowers’ doen dat allerminst. Op de ruggen van zeven personen heeft hij ’tatoeages’ aangebracht als een eigentijdse vertaling van de geselingen die Christus moest ondergaan. Bloeiende bloemen ernaast maken duidelijk dat het leven ondanks het lijden gewoon doorgaat.

Als je gewend bent te kijken naar oude christelijke kunst, waarin de bijbelverhalen vaak vrij letterlijk en goed herkenbaar zijn weergegeven, dan is ’Cold Turkey’ beslist hermetisch. De kunstenaars hebben niet de beeldtaal (lees: iconografie) van de oudere christelijke kunst geleend of overgenomen, en op een eigentijdse wijze verwerkt. Zij zijn juist vertrokken vanuit de inhoudelijke kant van die oude verhalen. Die inhoud hebben ze geactualiseerd. Hun werkwijze levert een ander soort kunst op. Dat was ook de bedoeling van de initiatiefnemers. „We hebben bij onze selectie de kunstenaars niet uitgekozen op hun geloof. Wel speelde hun artistieke kwaliteit een rol, evenals een serieuze affiniteit met het onderwerp. Ironisch commentaar, daar zaten we niet op te wachten.”

’Cold Turkey’ toont hedendaagse verbeeldingen van religieuze onderwerpen. Dat daarbij nergens aanstootgevende beelden of blasfemische taferelen te bekennen zijn en evenmin concessies zijn gedaan aan de artistieke kwaliteit, is een grote verdienste van De Vrienden van Job en het museum. Maar ’Cold Turkey’ is bovenal een genot om als geheel te ondergaan. Of die ervaring religieus is, hangt af van de kijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden