Zingeving

In 1994 werd ik door het Nationaal Comité 4 en 5 mei uitgenodigd om de jaarlijkse voordracht te houden bij de dodenherdenking op de Dam. Ik weigerde, omdat ik gekant ben tegen de wijze waarop in nationaal verband de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht. Blijkbaar heeft men daar weinig van begrepen, want laatst benaderde het comité me nogmaals met hetzelfde verzoek. Ik ontving een brief, waarin me werd meegedeeld dat ik uitverkoren was om op 4 mei 2001 in De Nieuwe Kerk te spreken. Of ik me in verbinding wilde stellen met de directeur van het comité, mevrouw zus en zo? Ik belde haar dadelijk op. ,,Mevrouw'', zei ik vinnig, ,,ik peins er niet over om uw uitnodiging aan te nemen.'' Ze toonde zich hogelijk verbaasd. Besefte ik wel dat het ging om de voordracht in De Nieuwe Kerk? Waarbij leden van het koninklijk huis, het kabinet en het parlement aanwezig zouden zijn? En die zou worden uitgezonden op de televisie, rechtstreeks, voor een breed publiek?

Jazeker, daarvan was ik me bewust, maar het kon me niet schelen, ik deed het niet. Zij wrong zich in bochten om me op andere gedachten te brengen. Ten slotte probeerde ze me met geld te paaien. ,,Weet u wel dat u vierduizend gulden honorarium ontvangt?'', zei ze triomfantelijk. ,,Bovendien verschijnt de toespraak in boekvorm. Daaraan verdienen u en uw uitgever ook nog een aardig bedrag.'' Kennelijk heeft dit argument in het verleden zijn doeltreffendheid bewezen. Menige schrijver is, sinds de voordracht in 1992 ingang vond, voor de verleiding bezweken om in De Nieuwe Kerk op te draven. Om het geld? Om de roem? Want niet alleen krijgt deze schrijver gratis publiciteit, hij wordt voortaan vereenzelvigd met de Goede Zaak, hij staat in de reuk van heiligheid. En het enige wat hij daarvoor moet doen is een praatje afsteken van twaalf minuten.

Maar ik bedankte. Zowel voor de centen als voor de zogenaamde eer. Ik kan niets eervols aan zo'n optreden in De Nieuwe Kerk ontdekken. Integendeel, ik zou me schamen om op 4 mei het Nederlandse volk toe te spreken. Ik zou me schamen wanneer mijn lullige voordrachtje in boekvorm in de handel kwam. Tien pagina's tekst voor de prijs van vijftig gulden, het is een gotspe. Daarbij komt nog dat een schrijver die zich voor het karretje van het Nationaal Comité laat spannen een verplicht nummer moet afdraaien. Hij dient zijn toehoorders ervan te doordringen dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Hij dient op te roepen tot waakzaamheid voor de gevaren die onze beschaving bedreigen. Hij moet waarschuwen tegen rassenwaan. Hij moet waarschuwen tegen vreemdelingenhaat. Hij moet waarschuwen tegen onrecht. Hij moet waarschuwen tegen geweld. Hij moet waarschuwen tegen onderdrukking. Hij moet waarschuwen tegen normvervaging. Hij moet waarschuwen tegen alles dat maar enigszins met Adolf Hitler in verband kan worden gebracht. Hij moet, om in de termen van het Nationaal Comité te spreken, ,,het verleden plaatsen in het heden''. Hij moet in zijn voordracht ,,zin geven aan herdenken''.

Zingeving. Dat is zijn taak. En dat is ook de taak waarvoor het comité zich gesteld ziet. Hoezo zingeving? Hebben wij soms geen verdomd goeie reden om te herdenken? Een volk dat vele duizenden oorlogsslachtoffers betreurt hoeft toch niet uit te leggen waarom het eenmaal per jaar de vlag halfstok hijst? Het heeft daarvoor toch geen rechtvaardiging nodig? Wat is er mis met dit volk, dat het niet zonder meer kan wenen, zoals Rachel weende om haar dode kinderen? Waarom hebben wij aan onze doden niet genoeg? Het zijn vragen waardoor ik op 4 mei word bestormd, wanneer ik op de televisie zie hoe de zoveelste schrijver in De Nieuwe Kerk de passie preekt. Doet hij het om vierduizend gulden te verdienen? Doet hij het voor de publiciteit? Veel beklemmender is de derde mogelijkheid. Hij doet het omdat hij de doelstellingen van het Nationaal Comité onderschrijft. Hij doet het omdat hij ervan overtuigd is dat hij een opdracht te vervullen heeft. Hij doet het omdat hij meent dat de doden het niet zonder zingeving kunnen stellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden