Column

Zingeving is keihard – ontdekt de Belastingdienst

Beeld ANP

‘Zingeving is soft,’ hoor ik nog al eens van werknemers uit het bedrijfsleven. En soft is dan geen geuzennaam of compliment. Vreemd is het vervolgens te zien dat een falende organisatie de schuld graag bij die softe kant van de bedrijfsvoering legt.

 Neem de Belastingdienst, waar de afgelopen twintig jaar het aantal boekenonderzoeken met 70 procent daalde. Niet omdat het personeel iets te gretig gebruik had gemaakt van een afvloeiingsregeling, maar omdat de dienst experimenteerde met ‘horizontaal toezicht’, zoals Trouw  woensdag beschreef. Dit is een systeem waarin bedrijven kunnen kiezen voor minder controle van de fiscus. Wanneer ondernemingen hun administratie op orde hebben en meer informatie met de dienst delen, doet die in principe geen boekenonderzoeken meer. Het systeem is gebaseerd op wederzijds vertrouwen: de Belastingdienst vertrouwt erop dat ze bedrijven kunnen vertrouwen, als die bedrijven door de belastingdienst vertrouwd worden.

The Social Virtues and the Creation of Prosperity

Dit wederzijdse vertrouwen lijkt goed te passen in een high trust society die Nederland zou zijn. In 1995 publiceerde de Amerikaans-Japanse socioloog Francis Fukuyama het boek Trust: The Social Virtues and the Creation of Prosperity. Hoe hoger het maatschappelijk vertrouwen van een land, hoe hoger de welvaart, betoogde Fukuyama. In landen waarin het vertrouwen (Trust) in elkaar groot was, zou het makkelijker zijn sociale hervormingen tot stand te brengen dan in een low trust society. Of makkelijker zijn succesvol innovatieve bedrijven op te richten. Of slim belasting te heffen – dat laatste stelde Fukuyama niet, maar moet gedacht zijn door de Belastingdienst toen het plan bedacht werd.

Daar is ook wel wat voor te zeggen. De filosoof René ten Bos noemt vertrouwen economisch gezien goedkoper: vertrouwen kost geen geld, wantrouwen wel. Ten Bos: “Ik geef soms lezingen voor het Nederlands Instituut van Registeraccountants. Na afloop zeggen de accountants: ‘Meneer Ten Bos, vertrouwen is goed, controle is beter.’ Ik antwoord dan: ‘Ik heb een hard economisch argument dat dit bestrijdt: reductie van transactiekosten’.”

Die reductie van transactiekosten lag ook ten grondslag aan het vertrouwen van de Belastingdienst. Het vertrouwen van bedrijven zou tijd sparen, en daardoor geld opleveren. Die tijd blijkt niet bespaard, geeft de Belastingdienst nu toe. En hoeveel geld dit vertrouwen gekost heeft is door gebrekkige registratie niet meer te achterhalen.

Verschil tussen vertrouwen en betrouwbaarheid

Tjeerd Roozendaal, directeur Ingenieursbureau van de Gemeente Amsterdam legde mij deze week het verschil uit tussen vertrouwen en betrouwbaarheid. Naar zijn idee is er iets aan de hand als je vertrouwen moet gaan benoemen. “Als jij thuis zegt: ‘Schat vertrouw je me nog?’ heb je heel snel een probleemgesprek en moet je voor je het weet samen naar een psycholoog.” In een low trust society als de VS praten ze volgens Roozendaal ook niet over vertrouwen. Zij gebruiken veel eerder de term reliability, betrouwbaarheid. “Vertrouwen kun je niet organiseren, maar of iemand betrouwbaar is blijkt uit de afspraken die je onderling kunt maken en kunt nakomen. Zorg dat je aan betrouwbaarheid werkt, bijvoorbeeld door de helderheid van informatie die je levert. Hoe harder de informatie, hoe betrouwbaarder de partner, de medewerker, de expert. Dat vertrouwen komt wel, als je werk betrouwbaar is.”

Roozendaal vergelijkt vertrouwen met gezelligheid. “Je kunt ook geen gezellig feest organiseren. Je kunt de voorwaarden voor een feest zo vaststellen, dat de uitkomst naar allerwaarschijnlijkheid een goed feest is. Die voorwaarden kun je organiseren, de uitkomst niet.”

Richt je je onderneming in op vertrouwen of kies je voor betrouwbaarheid? En wat vraagt dat van je medewerkers? Wat moeten ze doen, wat laten? Wat controleren? Wat niet? Hoe houden werknemers en werkgevers vertrouwen in elkaar? Hoe zorgen ze ervoor dat ze betrouwbaar zijn? Deze vragen behoren tot de zingevende aspecten van het werk, tot de verwoording van je taken en je opdrachten, tot de definiëring van werk of de herdefiniëring ervan. Dat scharen wij onder het kopje zinrijk, Z3. Je kunt dit soft noemen. Maar de Belastingdienst weet inmiddels dat softe zingeving peperduur kan zijn.  

Hebben we nog zin in ons werk?

Dat onderzoekt Peter Henk Steenhuis in een serie columns. Daarbij maakt hij gebruik van de inzichten van de in 2015 overleden 'Denker des Vaderlands' René Gude (1957-2015).

Gude onderscheidde vier soorten zin. De eerste noemt Gude het Zinnelijke, het lekkere, het lijfelijke aspect, het lustvolle. De tweede het zintuiglijke, het esthetische. De derde het zinrijke. Gude: 'We ervaren zin, doordat we volzinnen maken, in staat zijn te verwoorden wat we beleven, ervaren, maken, doen. Dit is de meest letterlijke vorm van zingeving door betekenisgeving.' Als laatste onderscheidt Gude het zinvolle, dat je bijvoorbeeld achter de doelstelling staat van de ondernemingen waar je werkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden