Zin in het dagelijks werk

De wekelijkse serie 'Zin in werk' verschijnt in boekvorm. Aanleiding voor de makers om zichzelf en hun werk onder de loep te nemen.

'Op de vraag wat de zin van het leven is, antwoordt iedereen met een opsomming van zijn levensloop", schrijft György Konrád op de eerste bladzijde van zijn roman 'Tuinfeest'. Bij een dergelijke opsomming wordt de invulling van ons dagelijkse werk steeds belangrijker. Kwam je een eeuw geleden op een verjaardag, dan sprak je over familie, de kerk, de partij, het verenigingsleven. Nu praat je over je werk.

Ons werk is tegenwoordig meer dan levensonderhoud alleen - het is onlosmakelijk verbonden met ons gevoel van eigenwaarde. Alleen weet bijna niemand wat zijn buurman precies doet. Goed, iets op Schiphol, of in het vastgoed, of in de haven. Maar wat dan? Geen idee.

Een paar jaar geleden werd ons huis verbouwd. Het kreeg onder meer een nieuw fundament. Terwijl ik op zolder zat te werken, stond het pand te trillen op zijn grondvesten. Het gedreun was dof en leek in de verste verte niet op het rauwe geluid dat heien gewoonlijk maakt. Ook bleef de gebruikelijke echo weg. Hoe ging dat eigenlijk in zijn werk, heien in een bestaand pand? Ik liep naar beneden en raakte met de heiers aan de praat. Het viel me op met hoeveel kennis en plezier zij vertelden over holle buizen, zandlagen en trillingsarm heien. Daarna sprak ik ook met timmerlieden, elektriciens, loodgieters. In de verhalen over hun werk lag altijd een zekere trots, als ik tenminste de goede vragen stelde - anders trakteerden ze me op een dooddoener en gelach.

Met fotograaf en filmmaker Marcel Prins besloot ik werkend Nederland in kaart te brengen, inzoomend op het detail. Eerst zochten we de heier op. Hij vertelde ons dat de hedendaagse heipalen niet meer van hout zijn, maar uit ijzeren, holle buizen bestaan die aan elkaar worden gelast tot ze de gewenste lengte hebben. "Met een krijtje schrijf ik op de buizen hoe diep we in de grond zitten, dat noemen we kalenderen. Ik heb nu drie buizen weggeslagen, zevenenhalve meter."

Ik probeerde die ochtend zo precies mogelijk te beschrijven hoe de heier één paal de grond in sloeg. Marcel fotografeerde het krijtje. Na afloop wisten we: zo moest het worden. Wij wilden een pars pro toto van iemands baan maken, een deel van het werk zo gedetailleerd beschrijven en fotograferen dat je zicht krijgt op het hele beroep.

Een paar jaar geleden besprak ik met de filosoof Theo de Boer het gedicht 'Praise Song for the Day' van Elizabeth Alexander. Dat gedicht begint met de woorden: Each day we go about our business. Een krant had die zin vertaald als 'Elke dag doen we onze dingen'. Naar mijn idee was dit een waardeloze vertaling, het gedicht begon nu met een stoplap. "Nee hoor", zei Theo de Boer. "Wie de dagelijkse werkelijkheid wil verbeelden, moet de dagelijkse taal toelaten in zijn poëzie." Hetzelfde geldt voor de dagelijkse werkelijkheid van iemands baan. Als je die wilt verbeelden, dan moet je de dagelijkse taal ervan toelaten in je verhaal.

Fietsenmaker Jos Dol vertelde hoe zorgvuldig hij een slag uit een achterwiel haalde: "Met twee handen pak ik aan beide kanten van het wiel telkens twee spaken vast, alsof ik een harp bespeel. Zo voel ik hoeveel spanning op de afzonderlijke spaken staat. Hoe vaster de spaak, hoe hoger de spanning. Door met die spanning te spelen, haal ik de golf uit het wiel."

Op dat stukje kregen we een reactie van Barbara Zwaan, theologe aan de Universiteit Leiden. Zij vergeleek Jos Dol met filosofe en mystica Simone Weil. Zwaan: "Wanneer Weil over aandacht schrijft, gebruikt ze grote, hoogstaande bewoordingen. Deze fietsenmaker zegt eigenlijk precies hetzelfde, maar impliciet en misschien daarom nog indrukwekkender. Dit is levende aandacht, aandacht voor het werk. De mensen in 'Zin in werk' vallen samen met wat ze doen. Ze zijn één met hun bezigheid, die daardoor voor mij iets mystieks of spiritueels krijgt, zonder dat het hier gaat om een hogere werkelijkheid: de mensen voeren immers gewoon hun beroep uit."

Hoe kunnen mensen zo opgaan in iets wat eigenlijk doodgewoon is: hun dagelijks werk? Socioloog Richard Sennett schrijft in 'The Craftsman' (2009) dat mensen door het leren van een vak een gevoel van eigenwaarde of zelfrespect krijgen, onafhankelijk van de erkenning van anderen. Het is een misvatting te denken dat de beloning voor ons werk buiten dat werk zou liggen, in salaris of aanzien. Sennett: "Trots op je werk - de beloning voor vaardigheid en toewijding - vormt het hart van het ambacht."

Ons dagelijks werk is een van de belangrijkste bronnen van menselijk geluk. Het is te vinden in de aandacht waarmee mensen werken, hun concentratie, hun betrokkenheid, hun aanwezigheid in het moment.

Aanwezig zijn in het moment, dat willen we allemaal. We volgen er dure cursussen voor, terwijl het eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld is. Want hoe vaak slagen we erin op te gaan in ons werk en de tijd te vergeten?

Veel vaker dan we denken. Misschien wel iedere dag. En wie dat gevoel kent, weet dat je dan gaat zingen.

Chiel Hendriks, edelsmid

'Ik begin grof, daarna wordt het steeds zoeken'

Marieke Ostendorf, chirurg

'We slaan drie ankertjes in zijn schouder'

Bart van de Merkt, schoonmaker

'Als ik keihard kan werken, ben ik tevreden'

Lilian Verhaak, hovenier

'Snoeien is kijken'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden