Zilver op EK prestatie van formaat

Bij beide teams zat het in de finale wel goed met de teamgeest, maar uiteindelijk hadden de Italiaanse vrouwen meer reden om feest te vieren. (FOTO AFP) Beeld
Bij beide teams zat het in de finale wel goed met de teamgeest, maar uiteindelijk hadden de Italiaanse vrouwen meer reden om feest te vieren. (FOTO AFP)

Naast teleurstelling over het verlies tegen Italië overheerste bij de volleybalsters het besef dat zilver op het EK een prestatie van formaat is.

„Slechte dagen bestaan niet meer. Daar zijn we te goed voor geworden”, sprak Caroline Wensink op volleybal.tv na het groepsduel tegen Bulgarije. Haar woorden zijn illustratief voor het toegenomen zelfvertrouwen van de ploeg die twee maanden geleden nog gebukt ging onder frustraties, fricties en paniek bij achterstand. Dat was in Almere, tijdens de WK-kwalificatie. Na verlies van Duitsland waren er chagrijnige gezichten, venijnige woorden en zelfs een opgestoken middelvinger.

De deconfiture in Almere bracht de ploeg tot consultatie van Rico Schuijers. Dat moet niet overdreven worden, geven de speelsters zelf aan, het waren maar drie sessies. Maar de sportpsycholoog, die eerder resultaten geboekt had met de hockey- en waterpolovrouwen, zal de volleybalsters ongetwijfeld hebben voorgehouden hoe je teamgeest moet bereiken.

Onder nieuw verworven inzichten kwam ook het spelplezier terug. Het is onze kracht, zei Wensink. „Dan weet de tegenstander er niet meer doorheen te komen en wij krijgen het gevoel van onoverwinnelijkheid. We maken de mooiste, maar ook vreselijk lelijke punten. Daar lachen we dan om. Dan valt alles goed.”

’Durf’, ’saamhorigheid’ en ’geloof’ werden de afgelopen dagen kernwoorden in de oranje-enclave in het Poolse Lodz. Ook de 13.500 Polen, die in de Atlas Arena hun team tegen Nederland aanmoedigden, waren geen probleem; de ploeg putte er juist positieve energie uit.

De zilveren medaille is de zoete wraak van Avital Selinger, al zal de coach dat zelf nooit zo noemen. Sinds 2004 was hij met de ploeg op weg naar een gedroomd doel: de Olympische Spelen in Peking. Dat gebeurde in clubsetting: het merendeel van de ploeg speelde bij Martinus dat daardoor club- en nationale selectie in zich verenigde, tot afgunst van de concurrerende clubs.

Toen het olympische doel werd gemist, viel Martinus uiteen. De speelsters vertrokken naar alle windstreken en Selinger werd door de bond (lees: de clubs) een ultimatum voorgelegd: bondscoach of clubcoach. De tot speelbal verworden coach koos voor een zekere toekomst bij Martinus.

Dat er geen nieuwe bondscoach kwam, was de verdienste van de speelsters. Zij pikten het niet dat de man die zij vertrouwden, uit kortzichtigheid was geëlimineerd. In april dit jaar keerde Selinger terug. Het traject werd vervolgd.

Hoewel het paradoxaal lijkt, heeft dat tijdelijk ontslag zuiverend gewerkt op de speelsters die afgelopen jaar niet meer in de vertrouwde Bankras-omgeving gepamperd werden, maar nu op eigen benen stonden. Ingrid Visser en Debby Stam zaten zich in Russische oorden te verbijten in kille eenzaamheid. Manon Flier, Kim Staelens en Janneke van Tienen stonden wekelijks onder zware druk in de Italiaanse competitie, waar presteren de norm is en waar je hardheid leert. Chaïne Staelens worstelde bijna een seizoen lang met blessures. Wensink, bij Amstelveen, en Flier in Italië maakten zich namens de ploeg in onderhandelingen met de volleybalbond sterk voor de terugkeer van Selinger.

Vanuit die verschillende beproevingen keerden de internationals in juni als gelouterde speelsters terug in Nederland, waar zij na een moeizame aanloop (Almere) toch tot een hecht geheel groeiden dat al indruk maakte in de World Grand Prix. Daar eindigde Nederland als vierde.

Het Europees kampioenschap in Polen was het ideale oogstmoment. Zeker, er waren twijfels. Er zijn speelsters afgevallen die het regiem niet konden verdragen. De afgang op het vorige EK en het missen van olympische kwalificatie hebben het scepticisme van de beter wetende buitenwereld gevoed.

Er zijn, in retrospectief, vragen te stellen over het sektarische Bankras-model. Selinger is wel verweten dat hij, verblind door zijn heilige doel, op het moment suprême niet wist hoe te instrueren. Het is een traject geweest van vallen en opstaan, van afzien en herstellen. Uiteindelijk hebben geduld en vertrouwen dat het wel goed zou komen de ploeg gebracht tot het zilveren resultaat van dit weekend.

Voor de ploeg is dat niet genoeg. Er zijn al nieuwe doelen in zicht gekomen. Die liggen in Japan in 2010 (WK) en in Londen 2012, waar de ploeg een olympische prijs wil halen. In de optiek van Selinger en zijn gedreven orde van prestatiegerichte meiden zijn zulke doelstellingen noodzaak. Want alleen de volgende wedstrijd houdt de motivatie levend en de geesten scherp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden