Zijn Werk is achterhaald, maar niet verouderd

Dr. Loe de Jong werkte met een ijzeren discipline aan wat hij zelf Het Werk noemde. Dat maakt nu zelf ook deel uit van de geschiedenis.

door Jan Kuijk

De Engelse schrijver Aldous Huxley was gewoon in zijn vakantie één deel van de Encyclopaedia Britannica mee te nemen als reis- en vakantielectuur. Eigenlijk geen gek idee.

Ik heb het verhaal anderen wel eens als raad gegeven toen zij zich beklaagden dat zij de De Jongs geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog -in 26 banden- als een onneembare vesting in hun boekenkast beschouwden. Ik heb het geluk gehad dat zijn werk na 1969 deel voor deel tot mij gekomen is en ik het dus ook in kleine porties tot mij kon nemen. Daarom ook kon ik adviseren -en dat doe ik hier eens een keer-: neem gewoon een willekeurig deel met je mee en begin maar te lezen.

De Jong is een echte ouderwetse geschiedschrijver, zonder theoretische hoogstandjes. Hij is trouwens als journalist zijn maatschappelijke loopbaan begonnen. Zijn feitenkennis is fenomenaal, maar het belangrijkste is dat hij er een goed en spannend verhaal van weet te maken.

Van dat oordeel wil en zal ik niets afdoen, hoeveel kritiek er inmiddels, aanvankelijk schoorvoetend, later wat duidelijker uitgesproken, op het werk is uitgeoefend. Op heel wat punten is het al een beetje achterhaald, in die zin dat er nieuwe bronnen en inzichten zijn gekomen.

Maar dat betekent toch niet dat De Jong verouderd is. De Jongs werk -en dan hebben we het over wat hij zelf in zijn notities Het Werk noemde- hoort tot het slag dat eigenlijk niet veroudert. Zulke boeken worden zelf ook een deel van de geschiedenis in die zin dat zij ons tegelijk een beeld geven van het te beschrijven verleden in de tijd waarin zij geschreven zijn. Het is misschien juist het aardige -en het blijvende- vanuit dat perspectief op De Jong terug te zien.

Bewondering dus ook voor de geweldige fysieke prestatie die hij hier levert. Het gigantische onderzoek dat moest worden ondernomen eer er een letter op papier kon worden gezet. Het zat allemaal in zijn hoofd en anders stond het wel op fiches: al die delen, al die pagina's, ouderwets met de pen geschreven in een piepklein handschrift, de discussies met een groep begeleiders over de concepten en dan weer opnieuw schrijven.

Want zo was De Jong ook wel: hij was zijn begeleiders en adviseurs erg dankbaar voor alles wat ze wisten en zeiden, maar als het hem uitkwam had hij lak aan al hun wijsheden. Hij en niemand anders was verantwoordelijk voor het werk dat naar de drukker werd gestuurd. Dat gebeurde met een ijzeren discipline, onderbroken door een paar ernstige ziekten -een hartoperatie, een hersenbloeding, waarna hij weer moest leren spreken-, maar daarna weer onmiddellijk op het einddoel gericht.

Er is misschien wel iets op dit beeld af te dingen. Hij had een hele staf op het instituut tot zijn beschikking: hij was niet de als een monnik in zijn cel eenzaam tobbende historicus, maar dat mag toch niet afdoen aan de bewondering. Trouwens: als directeur van het instituut zal hij die zorg voor zijn staf ook wel eens als last hebben ervaren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden