Zijn vrouw, mijn man

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Voor het versvak in de supermarkt twijfel ik over wat ik vanavond zal eten. Terwijl ik daar besluiteloos sta, tikt iemand mij op de schouder. Ik draai me om en herken een man wiens vrouw ik vorig jaar heb begraven.

Hij condoleert mij. Kort geleden verloor ik mijn man. We bespreken ons verlies en spreken af om ons gesprek een week later voort te zetten en iets te gaan eten.

Een glas wijn, een voor-, hoofd- en nagerecht en tussendoor een goed gesprek. Na deze avond zien we elkaar één keer in de twee maanden op een vaste avond in hetzelfde restaurant. Het zijn geanimeerde avonden die steevast in mineur eindigen.

"Het wordt nooit meer zoals het was", zegt hij met een zucht.

"Nee, maar je kunt er nog iets van maken", help ik hem.

Ik ben niet de enige die hem uit het dal probeert te krijgen. Vrienden nodigen hem uit te komen eten en nemen hem mee op vakantie.

"Ik mis haar zo op vakantie", zegt hij als hij terugkomt van een reis.

"Wij hebben nu een gezellige avond. Laten we ons daarop concentreren. Op ons huidige leven", zeg ik. "Mijn gemis blijft ook, maar ik leef mijn leven."

Tijdens onze eerste afspraken kwam hij strak in het pak, was hij goed verzorgd en droeg hij een lekker luchtje. Nu, vijf jaar later, zit hij ongewassen, gekleed in een gekreukeld overhemd met vieze kraag aan tafel. Hij zet een glas whisky aan zijn mond. Het derde van deze avond.

"Het is niet leuk meer", begint hij weer. "Ik wil haar terug."

Ik ruik drank en een sterke lijflucht als we afscheidnemen. "Vergeet niet voor jezelf te zorgen", roep ik hem na.

Als ik hem twee maanden later voor het restaurant begroet, krijgen we ruzie. "Luister, als we uit eten gaan, wil ik dat je schone kleren aantrekt", zeg ik. Hij ziet er zwaar verwaarloosd uit. "Waarom! Het is allemaal niks meer sinds zij dood is."

Stampvoetend loopt hij weg.

Vrienden laten mij weten dat ze hem niet meer zien. Hij is niet meer te bereiken. "Hij blijft erin hangen, misdraagt zich, wordt agressief."

Niet veel later belt zijn broer. "We hebben hem dood gevonden in huis. Helemaal vervuild. Hij heeft daar een aantal dagen alleen gelegen." Emoties knijpen zijn stem af.

Ik ga naar hem toe. Samen bespreken we wat er moet gebeuren. "We willen een crematie. Alleen mijn gezin en ik zullen afscheid van hem nemen. Er hoeven geen kaarten verstuurd te worden. Hij heeft iedereen van zich vervreemd."

In het uitvaartcentrum verzorg ik hem met een collega. Onder het vele vuil wordt de man van weleer langzaam weer zichtbaar. In een van de maatpakken die hij vroeger droeg, lijkt hij weer zichzelf te worden.

Die avond nemen zijn broer en gezin afscheid.

De volgende dag breng ik hem naar het uitvaartcentrum. Ik kan hem niet zomaar afgeven. "Mag ik mee naar de ovenruimte?" vraag ik aan de ovenist. Dat kan.

Triest schuif ik hem zelf de oven in. Hij heeft het verleden niet gekoesterd, kon niet doorgaan. Hij heeft echt verloren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden