Zijn tijd te ver vooruit

Bart Leeuwenburgh, historicus en filosoof, pleit voor eerherstel van de meest radicale denker die Nederland heeft gekend. Waarom is deze zeventiende-eeuwse Adriaan Koerbagh helemaal vergeten?

Bart Leeuwenburgh worstelt zich door de wriemelende mensenmassa in de binnenstad van Amsterdam. De verschijning van de historicus en filosoof - ronde bril, lange regenjas, beschaafde gelaatstrekken - contrasteert met de stroom gedesoriënteerde toeristen die zich om hem heen verzamelt. In deze toeristenfuik met talloze raamprostituees en gore coffeeshops is Leeuwenburgh op zoek naar sporen van zijn held: Adriaan Koerbagh. Leeuwenburgh zucht: "Je moet je echt door dit door toeristen geteisterde gebied heen worstelen wil je nog iets van hem kunnen ontdekken."

De naam Spinoza kent iedereen wel. Maar van diens tijdgenoot en vriend Adriaan Koerbagh (1633-1669) heeft bijna niemand gehoord. Onterecht, meent Bart Leeuwenburgh. Hij pleit voor eerherstel en schreef een biografie over deze arts, jurist en filosoof uit de zeventiende eeuw.

Adriaan Koerbagh is, betoogt Leeuwenburgh, de meest radicale vertegenwoordiger van de 'vroege Verlichting' in Nederland. De vroege Verlichting ging vooraf aan de algemene Verlichting. "De grote voortrekkersrol van de beweging wordt doorgaans toegeschreven aan een tijdgenoot van Koerbagh: Baruch de Spinoza. Maar Spinoza dreef zeker geen eenmansfirma in verlichte ideeën. Er bestond toen een heel netwerk van verlichtingsdenkers." Koerbagh was, zo stelt Leeuwenburgh, zonder meer de meest radicale van het stel.

Van de respectabele Amsterdamse leefwereld van Koerbagh is bitter weinig meer over. Toch weet de biograaf in de straatjes tegenover het Amsterdamse Centraal Station nog een paar plaatsen te vinden waar tastbare sporen van Koerbagh te vinden zijn.

Terwijl hij zijn weg zoekt in het walhalla voor goedkope reizen, raakt Leeuwenburgh niet uitgesproken over zijn onderzoek. "Koerbagh was een briljante rationalist. Bovendien was hij een pestkop, een polemist", zegt Leeuwenburgh en hij pakt een pakket stencils uit zijn tas. Het zijn tekstgedeeltes uit 'Bloemhof', een blasfemisch woordenboek en een van de drie werken die Koerbagh schreef.

De biograaf legt zijn vinger bij passages waarin Koerbagh de Bijbel belachelijk maakt. "Luister nu eens wat hij over de ark van Noach zegt: 'Het zou mij vreemd dunken, hoe in een zo kleine kist, zo'n grote menigte van dieren en zo veel voer voor meer dan een jaar heeft kunnen zijn'." Leeuwenburgh: "Dat was ongekend voor die tijd. Wat zonder twijfel de meeste aanstoot gaf, was dat hij schreef dat de Bijbel een gewoon boek is, vergelijkbaar met schelmenromans zoals de avonturen van Reinaert de Vos of de streken van Tijl Uilenspiegel. Ronduit godslasterlijk."

Terwijl hij zich zigzaggend voortbeweegt door de mensenmassa, vertelt Leeuwenburgh over wat hem aan Koerbagh intrigeert. "Ikzelf ben van het geloof afgestapt toen ik een jaar of twaalf was, net iets na mijn afscheid van het geloof in Sinterklaas. Maar er zijn nu nog steeds mensen die geloven wat er letterlijk in de Bijbel staat. Dat fascineert mij."

Koerbagh meende dat godsdienst irrationeel is en in stand wordt gehouden door bedrog en geweld. Hij betoogde daarbij niet alleen dat de Bijbel mensenwerk was. Ook rekende hij af met dogma's als de goddelijke natuur van Christus. En hij stelde, net als Spinoza, dat God gelijk is aan de natuur en dat er niets buiten de natuur bestaat. Leeuwenburgh: "De ware theologie was volgens hem daarom de natuurwetenschap."

Uiteindelijk werd Koerbaghs radicale toon hem noodlottig. De gereformeerde dominees klaagden steen en been over zijn godslasterlijke toon. En hoewel verschillende meer verlichte regenten in het stadsbestuur Koerbagh persoonlijk kenden, voelden ze zich genoodzaakt om zichzelf vrij te pleiten van sympathie voor zijn radicale vrijdenkerij.

Op 27 juli 1668 hoorde Adriaan Koerbagh in de martelkamer van het Amsterdamse stadhuis een reeks straffen tegen zich eisen. Zijn tong moest worden doorboord, zijn rechterduim afgehakt, zijn boeken moesten worden verbrand. Daarna moest hij voor dertig jaar in het rasphuis worden opgesloten. Het uiteindelijke vonnis luidde tien jaar.

Na zijn dood, een jaar later al, werd Koerbagh zo snel mogelijk vergeten - zelfs een portret van hem ontbreekt. Historicus Leeuwenburgh: "Niemand wilde meer zijn vingers branden aan zijn voor die tijd radicale ideeën."

Waarom er zo'n zware straf werd opgelegd, is niet helemaal meer te achterhalen. Leeuwenburgh: "Ik denk dat de situatie uit de hand liep. 'Bloemhof' was binnen no time uitverkocht. Dergelijke ideeën tastten het gezag van de gereformeerde predikanten aan."

Over de vraag of Koerbagh te hard is aangepakt, wil Leeuwenburgh niet speculeren. "Achteraf bezien is Koerbagh natuurlijk schandelijk behandeld, maar om het te begrijpen, moet je het in zijn tijd plaatsen." Volgens Leeuwenburgh waren Koerbaghs opvattingen zo uniek en vooruitstrevend, dat ze door tijdgenoten domweg niet werden begrepen. "Het waren ideeën die pas zo'n tweehonderd later gemeengoed werden. Hij vond bijvoorbeeld dat iedereen vrijuit kennis van zijn opvattingen moest kunnen nemen. Dat was volslagen absurd in die tijd. De algemene gedachte was dat wetenschap en filosofie veel te gevaarlijk waren voor de massa. Zelfs iemand als Spinoza huldigde het idee dat het volk redeloos was. Daarom schreven geleerden in het Latijn."

Na een tijdje wandelen houdt de historicus halt in de Oude Nieuwstraat, een steegje waar nog steeds het bakstenen huis te zien is vanwaaruit Koerbagh werd begraven. Tegenwoordig zijn er prostituees actief. Leeuwenburgh wijst naar het smalle straatje: "Je moet je voorstellen dat het hier zwart stond van de mensen die reikhalzend een glimp probeerden op te vangen van de lijkkist."

Na zijn veroordeling en dood werd de naam Koerbagh synoniem voor goddeloosheid. "Het verhaal gaat dat er een pikzwarte kip op de kist neerdaalde die zich niet liet wegjagen", zegt Leeuwenburgh. "Of het waar is of niet, de boodschap was duidelijk: de kip kwam in opdracht van de duivel de inktzwarte ziel van de overleden ketter opeisen."

De plek waar de vrijdenker zesendertig jaar eerder het levenslicht zag, ligt precies aan de andere kant van het steegje, tegenwoordig Singel nummer 49. Ook hier is achter het raam een vrouw in lingerie te zien, beschenen door een rode tl-balk, zo constateert Leeuwenburgh als hij de locatie in zich opneemt. "Echt, je verzint het niet", verzucht hij. "Zowel het geboortehuis als het huis van waaruit hij werd begraven, is tegenwoordig een huis van lichte zeden."

Leeuwenburgh schiet in de lach, hij vindt de huidige entourage wel passen bij een vrijdenker als Koerbagh, die een vrije seksuele moraal propageerde. "Het is alsof God met het lot speelt", zegt Leeuwenburgh. Hij corrigeert zichzelf meteen. Met een lachje: "Beter: de duivel."

Bart Leeuwenburgh: Het noodlot van een ketter, Adriaan Koerbagh 1633-1669. Uitgeverij Vantilt,

Nijmegen; 262 blz, euro 19,95

Wie is Bart Leeuwenburgh?
Bart Leeuwenburgh (1960) is verbonden aan de faculteit wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was mederedacteur van het 'Dictionary of Seventeenth- and Eighteenth-Century Dutch Philosophers' (2003). Leeuwenburgh schreef eerder ook al over de verhouding tussen wetenschap en religie. Zo verscheen in 2009 van zijn hand 'Darwin in domineesland', waarin hij beschrijft hoe negentiende-eeuwse Nederlandse intellectuelen reageerden op de publicatie van Charles Darwins evolutietheorie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden