Zijn sommige autisten echt geniaal?

Raymond, de autist in Rainman, wist met welke maatschappij je moest vliegen. „Qantas, maakt nooit brokken.” Raymonds brein had alle ongelukken in de lucht paraat.

Zijn lotgenoot Donny lepelt bij een opgegeven datum, 12 juni 1900, direct de dag van de week op: „Dinsdag.” Hij is ’s werelds snelste kalenderrekenaar. Je gunt zo’n autist zijn onaardse gave, maar is het wel de scherf van genialiteit die de Britse psychologe Beate Hermelin ooit toeschreef aan zulke wonderrekenaars?

Nee, Donny is handig in de tafel van 28 en daarbij heeft hij 14 jaarkalenders in zijn hoofd gestampt. Dat is alle gereedschap waarmee hij razendsnel de weekdagen van het jaar 0 tot 9999 becijfert. Die gave is simpele rekenkunst, laten psychologen zien in het Journal of Experimental Psychology (vol. 32, nr. 5). Het is wel een trieste gave: Donny had alle tijd om haar te ontwikkelen want de deur naar de buitenwereld zat voor hem toch grotendeels op slot.

Wat moest hij ervoor weten? Er zijn 14 jaarkalenders mogelijk: van 7 niet-schrikkeljaren, die elk met een andere dag van de week beginnen, en zo ook van 7 schrikkeljaren. Die 14 kalenderjaren volgen enkele regels: liggen twee jaren in dezelfde eeuw 28 jaar uit elkaar, dan hebben ze dezelfde kalender. Alle 7 schrikkelkalenders komen in die 28 jaar één keer voor, alle 7 niet-schrikkelkalenders drie keer. Daarnaast zijn er nog wat verborgen regels. En verder bepaalde paus Gregorius in 1582 dat alleen eeuwjaren die door 400 deelbaar zijn (zoals 2000 en 1600) als schrikkeljaar gelden.

Vergeet dat alles even: we volgen Donny naar het lab. Daar moest hij de weekdag opnoemen van 602 data: 98 procent was correct, zij het dat hij geen rekening hield met Gregorius’ wet. Maar daarvoor gecorrigeerd zat hij steeds in de roos. Dat gold ook als hij een weekdag en datum kreeg en het jaar moest raden.

Hoe deed ie dat? Donny was, meer dan studenten, gehaaid in de tafel van 28. Hij becijferde in een mum van tijd dat een dag in 1689 overeen kwam met dezelfde dag in 1997: 1689 plus 11 keer 28 (308) is 1997. Een veelvoud van 26 vond hij moeilijker, daar rekende hij nooit in. En van data na 10.000 bakte hij niets. Jaartallen van meer dan vier cijfers gingen hem boven de pet, daar vroegen ze hem nimmer naar. Maar na enige training kon hij dat ook.

Om bij een bekende, recente jaarkalender uit te komen, moet je eindeloos oefenen op de tafel van 28. Dat valt mee: 2006 min 71 keer 28, en je zit al in het jaar 16. In feite hoeft de wonderrekenaar dus maar 14 jaarkalenders uit zijn hoofd te kennen en dan van elk jaar in een ver verleden of in de toekomst terugrekenen naar zo’n ankerpunt.

Daarbij konden de psychologen zelfs helpen door vooraf heel kort een jaartal te laten zien, te kort om het bewust op te merken. Moest Donny daarna aangeven of een datum en weekdag overeenkwamen, dan antwoordde hij sneller als het heimelijk getoonde jaar dezelfde kalender had als het opgegeven jaar. Die twee jaren samen brachten hem blijkbaar sneller terug bij een van de 14 ijkjaren.

En die heeft hij in detail paraat, zonder enige inspanning. Hij roept zo’n kalender op zoals wij drie keer vier, schrijven de psychologen. Zonder rekenen, zonder beelden. „Ik weet het gewoon”, zei de meester er zelf over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden