Zijn lot lag op zee

Als advocaat trad hij naar voren in tal van geruchtmakende zaken in Frankrijk. Maar zichzelf verdedigen ging hem slecht af.

Het eilandje Boëdic in de Bretonse Golf van Morbihan was eigendom van maître Olivier Metzner. Hij kocht de 7,5 hectare met landhuis en kapel in 2010 voor 2,5 miljoen euro. Alles liet hij opknappen, tot in de puntjes. Een openluchtsalon aan het water werd voorzien van namaakrotsen met ingebouwde luidsprekers. Zo kon hij, onder het genot van een aria, de zon zien ondergaan.

Eind vorig jaar bood de jurist plotseling zijn rijkeluisparadijs te koop aan, Metzner maakte alweer nieuwe plannen. Deze zomer zou hij, een geoefend zeiler, met zijn jacht van 45 meter een tocht langs eilanden in de Middellandse Zee maken. 's Avonds zou hij zich op zijn paperassen storten. Of liever op zijn laptop, want Metzner was een van de eersten in zijn vak die de omvangrijke papierwinkel digitaal stroomlijnde. Maar zondagochtend 17 maart werd zijn lichaam gevonden in de buurt van zijn eilandje.

Zijn medewerkers op zijn kantoor in Parijs verklaarden verrast te zijn door de zelfmoord. In tegenstelling tot sommige geruchten was hij ook niet ziek. Maar het kon ze moeilijk zijn ontgaan dat deze gevreesde, bewonderde, en gerespecteerde strafpleiter geen gelukkig mens was. "Zijn werk lijkt achteraf op één lange vlucht vooruit", zei zijn naaste collega, Emmanuel Marsigny. "Hij heeft zich niet tegen zichzelf kunnen verdedigen."

De homoseksuele Metzner groeide op in een Normandische protestantse familie. Hij was als jongen introvert en verlegen. Over zichzelf liet hij nooit veel los, over zijn dossiers praatte hij honderduit. Metzner begon met drugshandelaars en eindigde met een grote verzameling beroemde of beruchte cliënten. Loïk Le Floch-Prigent, een van de hoofdrolspelers in de Elf-affaire, een groot politiek-financieel schandaal, behoorde tot zijn clientèle, en ook oud-minister Dominique de Villepin, de Panamese generaal Manuel Noriega en Bertrand Cantat, de rockzanger die zijn vriendin, de actrice Marie Trintignant, vermoordde.

De meeste aandacht trok Metzner met Jérôme Kerviel, de man die in de beurshandel van de bank Société Générale bijna vijf miljard euro zoekmaakte, en Françoise Weyers-Bettencourt. De laatste begeleidde hij in haar strijd tegen de aasgieren die rondom haar dementerende moeder cirkelden, de schatrijke L'Oréal-erfgename Liliane Bettencourt.

Metzner was de eerste die begin jaren negentig de mogelijkheden begreep van de ontluikende markt voor financieel strafrecht. Sommige collega's dachten dat hij die weg insloeg omdat hij geen groot spreker was, een gemis in moord- en doodslagzaken. Maar misschien was het ook wel omdat hij slimmer, studieuzer was dan de rest. Zijn discrete houding - de media zocht hij nooit op - stak af bij flamboyante collega's die wel met grote boeven als klant te koop liepen. Dat trok de aandacht van mensen uit de zaken- en bouwwereld.

Maar met de zaak van de zanger Cantat trad hij in 2004 wel in de schijnwerpers. Dat beviel hem goed. En toen de politicus Villepin - die er van werd verdacht een smaadcampagne tegen zijn rivaal Nicolas Sarkozy te hebben aangemoedigd - hem inhuurde, bleek Metzner een perfecte communicator te zijn die al zijn collega's overvleugelde.

Al die tijd dat hij zijn roem en fortuin vergaarde (hij factureerde tussen de 700 en 1000 euro per uur) wekte hij de indruk eenzaam te zijn. Hij hield van wijn, sigaren en een bonne table, maar verscheen bij diners vrijwel altijd alleen. Een van de machtigste advocaten van het land leek geen echte vrienden te hebben, van een partner was eigenlijk nooit sprake. Af en toe vroeg hij een kennis een diner te organiseren met 'vrienden' in zijn herenhuis aan de Quai Voltaire langs de Seine.

Misschien was de expert in complexe zaken naïef toen hij het aanlegde met Alexandre Despallières, een playboy die wordt verdacht van moord op de oud-producent van Elton John. Metzner, altijd zo terughoudend over zijn privéleven, moest zich verantwoorden over zijn contact met Despallières bij de politie.

De sleutel tot het raadsel van Metzner ligt misschien in een interview dat hij in 1997 gaf aan een journalist die een film maakte over de mens achter de personages in grote affaires. Het gesprek draaide uit op een huilbui toen het thema goed en kwaad werd aangesneden. "Het goede bestaat niet", had Metzner gezegd. Waarop de interviewer zei dat het moeilijk moet zijn om 'thuis te komen nadat je de hele dag dingen hebt herhaald waar je niet in gelooft'. Metzner liet de camera stoppen, vertelde de journalist later, en zei dat zijn leven één grote mislukking was. "Ik had zeeman moeten worden, ik kan alleen gelukkig zijn op zee."

De nacht voor hij werd opgevist had hij alle lichten op het eiland ontstoken en de volumeknop van zijn geluidsinstallatie opengedraaid. Hij stapte in een bootje en gooide zich even later in de koude golven.

Olivier Metzner werd op 22 november 1949 geboren in Champ-Haut, Normandië, en stierf in de nacht van 16 op 17 maart 2013 voor de kust van Bretagne.

Olivier Metzner 1949-2013

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden