Zijn laatste rit ooit

Gaat het, Erben? Het ging niet. Erben Wennemars had, door spanning en emotie overmand, even geen tekst. Thuis stamelde ik wat onsamenhangends tegen mijn dochter die even naast mij op de bank had plaatsgenomen. Ik kon voor haar niet handzaam samenvatten wat ik zojuist had gezien.

Een oranje ijsmuts droeg ik niet, en schaatsen kan ik nog geen meter, maar wat zich in dat Adlerstadion had voltrokken was zoveel meer dan schaatsen. Daar waren drie Overijsselse jongens, van wie twee uit Zwolle, ergens diep in Rusland bezig elkaar op te stuwen tot iets waar de rest van de wereld buiten stond. Michel, Jan en Ronald.

De vijfhonderd meter afleggen in iets meer dan een halve minuut. Misschien wel het koningsnummer van de Spelen. En er is geen marge voor fouten. 'Niemand kan zich wat permitteren op een vijfhonderd meter', had Wennemars gezegd toen hij nog spreken kon. 'Daarom is het zo moeilijk.'

Om het nog moeilijker te maken moest je die perfecte race twee keer afleggen. Ik keek de hele wedstrijd, die met alle gedweil en gepauzeer uren duurde. Uren van almaar oplopende spanning.

Ik zag al die mannen aan de streep even door de knieën gaan, sommigen met de hand op het ijs, en bevriezen tot het startschot.

Dat stilstaan, die enkele seconden, leek me hels. Niets mocht bewegen. De blik naar het ijs, het zoemen in je hoofd, de ruis van je bloed. Je moest wel diep in jezelf afdalen om zo stil te staan, wetend dat miljoenen naar je kijken, dat dit het moment was waarnaar je jaren had toegewerkt, dat in twee keer een halve minuut alles voorbij zou zijn.

Kun je aan iets denken als je daar staat? Aan alles wat je eerder won? Of juist verloor? Aan geliefden? Aan een dode? Aan eeuwige roem? Of aan de blik van je coach, daarnet nog? I wanna play football for the coach, zong Lou Reed in zijn schitterende Coney Island Baby.

Het ijs was zachter dan bij de duurwedstrijden, hoorde ik zeggen. Het was echt sprintijs. Zacht ijs was sprintijs?

Ja, want dan had je meer grip. Ah.

De eerste fenomenale explosie kwam van Jan. Bij de start blosjes in een bleek strak gezicht, dunne lippen. Toen het schot. Het leek of hij in een intense woede rondging, een woede die na 34,59 niet voorbij was, zo strak keek hij nog toen ik kort een vuist balde. Geen enkele vreugde. Vrijwel direct na zijn race verdween hij van het middenterrein, zwijgend, het zuur uit zijn benen fietsend op een hometrainer. Stille, introverte jongen.

Heel anders Michel. Uitgelaten. Moest tussen de races praten, en praten. Zelfs met de NOS. 'Ik heb anderhalf uur tijd', zei hij, 'Ik weet niet wat ik ermee moet doen.' Voor mensen die in halve minuten leven is anderhalf uur gruwelijk. Hij ging in zijn tweede race de ballen uit zijn broek rijden. 'Dit wordt mijn laatste rit ooit.' En zelfs al was dit niet waar, dit was de mentale waarheid, dit was wat hij zichzelf dwong te geloven, dit was het zelfbedrog dat hem goud op zou leveren.

Twaalfduizendste seconde.

Het was even mooi als wreed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden