Zijn klus is te saai, zelfs voor de Kamer

reportage | Veel van het werk van minister Plasterk van binnenlandse zaken is onzichtbaar, dor of geheim. Achter de schermen buigt hij zich over de toekomst van 'de mensen in het land'. Morgen bespreekt de Tweede Kamer zijn begroting.

Ronald Plasterk zijn valt vast niet mee. Dan staat in kranten je naam best vaak in verband met iets als 'mislukt', 'fiasco' of 'debacle'. Of dan lees je: 'Plasterk, minister van lege dozen'. Daar is wel wat incasseringsvermogen voor nodig.

Een kern van waarheid zit er wel in: sinds 2012 is het ministerie van binnenlandse zaken gekrompen. Omvatte het vóór de tweede regering-Rutte nog politie en integratie, nu zijn dat taken van Justitie en Sociale Zaken. Ook zijn er ambities gestrand. Die voor een superprovincie van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland werd dit voorjaar weer ingetrokken. En er gingen dingen fout, zoals toen Plasterk suggereerde dat de Amerikanen in Nederland computergegevens hadden getapt, terwijl dat door zijn eigen veiligheidsdienst was gebeurd.

Om kort te gaan: wie kijkt naar het ministerschap van Ronald Plasterk (57) tot nu toe, heeft al snel de indruk de wet van Murphy in volle wasdom te zien. Alles wat mis kón gaan, mislukte ook. Maar is dat eerlijk? Heel wezenlijk voor Nederland was het niet, een superprovincie. De ware krachtproef voor Plasterk moet immers nog komen.

Je merkt het als je vraagt naar zijn lijst met te volbrengen taken. Van de dingen die daarop staan, is nog niet één afgerond. Slechts één - topinkomens aan banden leggen - is wel de Tweede, maar nog niet de Eerste Kamer gepasseerd. Verder vermeldt de lijst punten in de toekomst: zorgen dat gemeenten hun nieuwe taken kunnen uitvoeren, de democratie verbeteren en bij het uitbreiden van taken voor de AIVD een goed evenwicht zien te behouden tussen privacy en veiligheid. Oja, en de verhouding met de overzeese gebiedsdelen naar volwassenheid helpen.

Over de mislukkingen tot nog toe kan hij kort zijn. Bijna schouderophalend zegt hij: "Als iets meer gedoe geeft dan het oplost, zoals bij die superprovincie, kun je er maar beter mee ophouden."

Hij zegt het in zijn werkkamer, afgelopen donderdag. Achter ons hangt de kaart van Nederland, waar de minister iedere nieuw benoemde burgemeester voor een foto op Twitter zijn eigen gemeente laat aanwijzen. Ik loop met de minister mee, is de afspraak. Ik zie wat hij doet, we praten tussendoor over het hoe en waarom. Mocht ik per ongeluk een geheim vernemen, zal hij dat achteraf uit de tekst schrappen. Eerder die week wandelde ik met hem door Rotterdam-Zuid, waar ze al werken zoals elke gemeente in Nederland vanaf 1 januari zal doen.

Plasterk legt werkbezoeken graag te voet af. Dus gingen we in marstempo door achterstandswijk Bloemhof, waar de toekomst al lang is begonnen. In Bloemhof kijken wijkteams al jaren per huishouden wat er moet gebeuren en houden vrijwilligers de buurtvoorzieningen draaiende. Van straatjongere naar buurthuisvrijwilliger, van hulpverlener naar hulpvrager.

Want vanaf 1 januari, als de gemeenten allerlei taken van het Rijk hebben overgenomen, moet Plasterk zorgen dat dat goed blijft gaan. En reken maar dat dat nog even gedonder geeft. Plasterk: "Binnenlandse Zaken coördineert die operatie. Je zag tot nu toe steeds Martin van Rijn, dat is ook logisch, maar intussen werken wij achter de schermen. Dat de gemeenten niet hoeven te werken met allerlei verschillende potjes met geld, is ons werk geweest. Heeft niemand gezien, maar het was een enorme operatie. Dat ze niet voor elk wissewasje in een ander samenwerkingsverband zitten is er ook zo één. Vanaf januari begint het pas echt. Het zal niet vanzelf gaan: onlangs was ik in Denemarken, waar ze eerder hebben gedecentraliseerd. Het heeft daar zeven jaar geduurd voor alles op orde was."

Ome Roon

'Publiticus', noemde Vrij Nederland-columnist Max van Weezel Ronald Plasterk eerder dit jaar, om duidelijk te maken hoezeer deze minister weet dat een modern politicus niet zonder media kan. Ook in Rotterdam zijn er media: 'PowNews', het tv-programma dat Plasterk steevast 'ome Roon' blijft noemen, RTV Rijnmond. Maar PowNed zendt achteraf niets uit, Rijnmond maakt een kort item. De redacties beoordelen het onderwerp als té saai. Dat gebeurt vaak. Dus kunnen op straat maar weinigen op de naam van de minister komen. Zelfs de verstokte sociaal-democrate Annie van Lent, voorzitter van speeltuinvereniging De Driehoek, moet het even vragen als Plasterk blootshoofds en op wandelschoenen naast de schommels staat. "Help me effe. Ik ken hem. Het is die vent die normaal wel, maar nu geen hoed op heeft, van de regering. Hoe heet-ie ook weer?"

Onzichtbaarheid is nu eenmaal de tragiek van de minister van binnenlandse zaken. Diens werk omvat het cement van de Nederlandse samenleving, maar speelt zich grotendeels buiten de publieke waarneming af. Het is of geheim: de AIVD, of ver weg: de Antillen, of gortdroog: burgemeestersbenoemingen, gemeentevraagstukken. Nog een voorbeeld: niet alleen het publiek en de pers, zelfs heel wat Kamerleden bleven vorige week weg van een debat over 'veilige publieke taak' - het programma waarmee Plasterk hoopt agressie tegen wethouders, burgemeesters en ambulancepersoneel tot staan te brengen. De agressie is niet verminderd, de aandacht ervoor verdween wel. En wie wil er nou bijvoorbeeld iets weten van het dagelijks werk van de mensen die burgers in- en uitschrijven? Niemand. Zelfs niet als er iets mis is, zoals wanneer blijkt dat er duizenden mensen in de registers van de burgerlijke stand verkeerd staan geregistreerd, afgelopen donderdag.

Dat was precies de dag waarop achthonderd gemeente-ambtenaren in Amersfoort bij elkaar kwamen om te praten over hun werk, maar er was geen journalist die belangstelling had. Té saai. Je weet het eigenlijk al als je de naam van de bijeenkomst hoort: 'Klantendag agenschap BPR'. 'Een abstract thema', zegt Plasterk diplomatiek, terwijl we er na een uur aanwezigheid weer weggaan, op naar een dag vol afspraken. Ervoor had hij zachtjes gezegd: "Gisteren opperde Asscher nog als grap dat we jihadgangers misschien moeten voorspiegelen dat hen in Syrië een toekomst wacht achter een beeldscherm. Dan laten ze dat uitreizen wel uit hun hoofd."

Op het podium heeft hij dan al het belang van het werk onderstreept. "Registreren is één van de kerntaken van de overheid. Ik ben heel blij dat u dat allemaal van dag tot dag doet", zei hij. "Het lijkt goed als we zeggen: de basisadministratie is voor 98 procent op orde. Maar die 2 procent, dat zijn duizenden mensen." De oplossing? "Denk niet vanuit het systeem, maar vanuit die mensen in het land."

'De mensen in het land' - hij zegt het vaak. Ze zijn zijn leidraad. Over de burgerlijke stand: 'De mensen in het land willen weten wie er bij hun gegevens kunnen.' Maar ook over de toekomstige democratie. "De mensen in het land willen meer dan alleen eens in de vier jaar een hokje roodmaken. Ze willen meepraten." Hoe, dat moet de nabije toekomst uitwijzen. In Uden en Amersfoort deden de gemeenten inmiddels ervaring op met een 'burgertop' - daar wil Plasterk mee doorgaan.

Want je kunt wel je mond vol hebben over de doe-democratie, dat heeft natuurlijk haken en ogen. En wie beslist bij onenigheid onder burgers? Plasterk: "Bij die doe-democratie gaat het altijd over iets waar iedereen het mee eens is: samen eten in het portiek, dat soort dingen. Maar wat als dat niet zo is? In Bloemhof in Rotterdam zagen we hoe de wijk een eigen speelveldje had gemaakt. Leuk voor de jongeren. Maar de buren aan de overkant klaagden over ballen in hun tuin." Een pasklaar antwoord is er niet, maar er moet iemand zijn die daarover nadenkt. Laat dat maar aan Plasterk, een 'aan lager wal geraakte wetenschapper' over. De typering komt van hemzelf.

Op zijn departement geldt hij als een alert minister. Scherp, op de hoogte, snedig. Een man met trekken van een controlfreak, met een groot concentratievermogen. Een minister ook die de kwaliteiten van zijn ambtenaren ziet. Hij stimuleert ze te publiceren, er óók te staan. "We hebben hier de beste deskundigen van het land. Waarom steeds weer een blik hoogleraren opentrekken?"

Dilemma

Met die ambtenaren filosofeert hij over de problemen van de toekomst. Neem bijvoorbeeld iets als de toekomstige rol van de burgemeester. Niet langer staat in de Grondwet dat de burgemeester door de Kroon wordt benoemd, maar dit kabinet laat het aan het volgende over om te bedenken hoe het wel moet. Tegen een groep ambtenaren: "Het is een dilemma. Wij willen er nadrukkelijk geen keuze in maken. Maar een volgend kabinet moet wel weten wat de mogelijkheden zijn. Zijn jullie in staat de opties uitwerken?"

Even later roept hij zijn mensen bijeen over het initiatief Hermans, de net door de Eerste Kamer geopperde staatscommissie die het politieke bestel onder de loep zal nemen. Eigenlijk heeft nog niemand een idee waar die commissie heen wil of wat precies de opdracht zal zijn, laat staan wie erin zitten. Eigenlijk is alleen zeker dat die commissie moet worden gefaciliteerd door Binnenlandse Zaken. Dan kun je maar beter meteen duidelijk zijn. Plasterk: "We moeten wachten waar Hermans mee komt, dit is politiek. Maar één ding wil ik niet: dat wij het naar ons toetrekken en dat het dan strandt omdat er geen meerderheid voor is."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden