Zijn hart bleef in Indië

Ton Mulder 1913-2014

Vaak in zijn leven moest hij helemaal opnieuw beginnen. Dat deed hij altijd vol goede moed, zonder soesa, zoals hij dat op z'n Maleis bleef zeggen. In het koloniale Nederlands-Indië had hij zijn draai gevonden. Daar kreeg hij kansen die hij in Nederland niet kon vinden. De herinnering aan zijn Indische jaren werd in de loop van de tijd steeds mooier. Maar in werkelijkheid was het vallen, soms heel diep, en weer opstaan geweest.

Als hummel van een jaar was hij in Indië gekomen, waar zijn vader was benoemd tot schoolhoofd op West-Java. Als hij later terugkeek naar zijn jeugd daar, dan was het allemaal even mooi geweest. Er kwam een plotseling einde aan het tropische sprookje toen zijn vader een heftige vorm van malaria opliep en na een week overleed. Op zijn sterfbed had hij de 16-jarige Ton laten beloven dat hij goed voor zijn moeder zou zorgen. Ton voelde zich altijd gebonden aan die belofte, totdat zij in 1989 stierf, bijna 100 jaar oud.

Aanvankelijk kon hij weinig betekenen voor haar en zijn jongere broers en zus. Het gezin moest halsoverkop naar Nederland, anders zou moeder de voogdij verliezen. Bij familie in Rotterdam vonden ze onderdak. Ton, die in Indië op de hbs had gezeten, vond moeilijk aansluiting bij het Nederlandse onderwijs. Pas op z'n twintigste haalde hij zijn diploma. Na zijn militaire dienst bij de artillerie, was er voor hem weinig te doen. Hij haalde diploma's boekhouden en bedrijfsadministratie, maar het was crisis. Hij kon geen ander werk vinden dan als onbetaalde volontair bij een Haagse werkgeversorganisatie. Hij zag maar weinig perspectief in Nederland. In 1937 vertrok hij naar Indië. Hij liet zijn vriendin Corrie de Gooijer achter met de belofte dat ze ook zou kunnen komen, als hij eenmaal gevestigd zou zijn.

Heren van de thee

Als boekhouder bij een administratiekantoor in Batavia (zoals Jakarta nog heette) leek hij het mooie Indische leven van zijn jeugd te hebben teruggevonden. Hij bereisde het bergland om de 'heren van de thee' op hun vaak afgelegen plantages te helpen met het cijferwerk. Soms moest hij het laatste stuk te paard afleggen.

Na twee jaar liet hij zijn geliefde 'Corretje' uit Nederland overkomen. Als het haar niet zou bevallen, zou hij garant staan voor haar terugreis. Ze vond een baan als onderwijzeres en onderdak in een pension, een ander onderkomen dan dat van hemzelf natuurlijk. Na een nette verlovingsperiode trouwden ze in oktober 1941 in Batavia, ver van beider familie.

Ton wist hoe het 'hoorde' en daar hield hij zich aan. Het fatsoen van 'ons soort mensen', zoals hij het noemde, bleef altijd zijn norm. Bescheiden je gang gaan, geen drukte maken, mensen niet tot last zijn en een goede indruk maken, dat waren zijn leefregels.

Hun geluk duurde maar kort. De Japanners waren op verovering uit en Ton werd gemobiliseerd als sergeant in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Dat werd vier maanden later onder de voet gelopen. Ton werd in maart 1942 krijgsgevangen genomen. Hij werd van kamp naar kamp vervoerd om zwaar werk te doen. In 1943 werd hij op een overbeladen schip gezet naar Sumatra om te werken aan de Pakanbaroe-spoorweg. Hij was daar één van de 50.000 dwangarbeiders, van wie ruim de helft om het leven kwam.

Ton vertelde daar pas veel later over, en typerend voor hem was dat hij vooral de mooie momenten noemde. Opgepropt in open vrachtwagens die door de bergen naar het werkkamp reden, had Ton genoten. "Het was zo'n prachtige tocht", zei hij. Bovendien had hij het geluk dat de Japanners weinig vertrouwen hadden in zijn vermagerde lijf en hem indeelden bij de keukenploeg. "Een prima plek." Ook had hij mooie herinneringen aan Australische lotgenoten met wie hij vierstemmig kerstliederen zong.

In december 1945 zag hij Corrie weer. Ze had een klein meisje van drie bij zich, hun dochter Trudy die hij voor het eerst zag. Ze had bij Corrie in het vrouwenkamp Tjideng in Batavia gezeten. Corrie had veel meer geleden onder het kampleven dan Ton en ze was dan ook blij dat ze naar Nederland gingen. Dat mooie Indië van Ton had ze nauwelijks ervaren.

Op zijn beurt was Ton weinig gecharmeerd van Nederland. Opnieuw kon hij er geen werk vinden. Corrie bood aan te gaan werken zodat hij zou kunnen studeren, maar dat vond hij niks. Ze gingen terug naar Indië, nu de onafhankelijke republiek Indonesië. Bij handelsmaatschappij Borsumij in Jakarta vond hij een leidinggevende baan op de administratie.

Van een zwager, die naar Australië was geëmigreerd om er boer te worden, kreeg hij zulke enthousiaste brieven, dat hij daar poolshoogte ging nemen. Met Corrie en inmiddels twee dochters trok hij in 1950 voor een half jaar naar Australië. Daar ontdekte hij al gauw dat het boerenbedrijf hem vreselijke hooikoorts gaf. En Australië zat niet te wachten op kantoormensen, maar op technische vaklui.

Dus terug naar Indonesië, nu naar de stad Medan op Sumatra waar hij voor de Borsumij bleef werken, en later voor de Deli-spoorwegmaatschappij. Maar het mooie Indische leven veranderde. De politieke spanningen werden afgereageerd op de koloniale Nederlanders.

Als ze met vakantie gingen naar het Tobameer, dan reden de Nederlanders in konvooi uit vrees voor aanvallen. Toen hun derde dochter Jeannette werd geboren, kon Ton bij zijn ziekenhuisbezoek niet terug naar huis vanwege de avondklok.

Uitgezet

In 1958 werden de Nederlanders het land uitgezet. Ton kon dat maar moeilijk aanvaarden en ze vertrokken als een van de laatsten, voor het eerst met het vliegtuig.

Ze kwamen in Sneek terecht, waar Ton hoofd administratie bij Hubert machinefabriek werd. Het gezin had het er aanvankelijk moeilijk. De Friese levensstijl was zo anders. Dochter Tonny werd gepest op school omdat ze anders was. Ton heeft er nooit over geklaagd; als hij moeite heeft gehad met de omschakeling, dan zei hij dat niet. Later kregen ze via de gereformeerde kerk wel kennissen en vrienden.

Ton bleef twintig jaar bij de fabriek, tot zijn pensioen in 1978. Hij werkte hard. Voor de kinderen was hij 'de man die 's zondags het vlees sneed'. Dat deed hij zorgvuldig: eerst met het mes langs een teentje knoflook en dan snijden in flinterdunne plakjes. Dat was een van zijn vaste rituelen. Ook de eerste uren van de dag volgden een vast patroon: hij stond om zes uur op om voor zichzelf koffie te zetten, vervolgens deed hij ochtendgymnastiek en ging hij zich scheren. Zijn scheerkom was zijn oude mok uit het Japanse werkkamp.

Nooit teruggegaan

Ton is nooit teruggegaan naar Indonesië, ook al was zijn hart er nog vol van. Steeds vaker haalde hij fotoalbums tevoorschijn als hij kleurrijk vertelde over zijn Indische jaren. Eigenlijk bleef hij een koloniaal. "Kijk nu toch eens wat ze aan die onafhankelijkheid gehad hebben", kon hij misprijzend zeggen. De Indonesische werkelijkheid zag hij liever niet met eigen ogen.

Corrie en Ton hebben hun 50-jarig huwelijk groots gevierd. Tons ogen gingen door verscheidene kwalen snel achteruit, en hij wist dat hij blind zou worden. "Ik ben blij dat het mijn ogen zijn en niet mijn oren", zei hij. Want muziek zou hij niet kunnen missen.

In 1995 verhuisden ze naar een serviceflat in Zoetermeer, dichtbij hun drie dochters. Ton heeft die flat nooit goed kunnen zien, maar hij leerde zichzelf alle nodige routes en routines.

Bij hun 60-jarig huwelijk zat Corrie in een verpleeghuis wegens dementie. Ze kwam even naar huis. Ze keek rond en zei tegen Ton: "Wat woont u hier mooi."

Hij bleef haar dagelijks bezoeken tot haar dood in 2003. Maar hij was er niet bij op het moment dat ze stierf en dat nam hij zichzelf kwalijk.

Na haar overlijden had hij tijd voor zichzelf. Hij was de fantasievolle opa van een groeiend aantal kleinkinderen. Hij verslond gesproken kranten en boeken, en klaagde dat hij verslaafd was aan Harry Potter. Toen hij honderd werd, genoot hij van het feest, met een zee van bloemen en bezoek van de wethouder.

Anton Mulder werd geboren op 13 maart 1913 in Rotterdam. Hij stierf op 9 juni 2014 in Den Haag.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

De trouwdag van Ton en Corrie, 1941, Batavia.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden