Zijn gelijkheid en vrijheid met elkaar in tegenspraak?

Groeit de ongelijkheid in onze samenleving? Frank Ankersmit denkt van wel. Als liberaal baart dat hem zorgen.

Advocaten die een zaak pro deo doen, krijgen als het aan de regering ligt binnenkort veel minder betaald. Zo weinig dat rechtsbijstand voor economisch zwakkeren in gevaar komt, denken advocaten. En zwarte scholen, jarenlang een doorn in het oog van beleidsmakers, zijn volgens het kabinet geen taboe meer. Legt de regering onder leiding van een liberale premier zich neer bij ongelijkheid?

„In zekere zin wel”, zegt Paul van Tongeren, dit jaar fellow in residence aan het NIAS in Wassenaar. „Het is zeer kwalijk als mensen die minder geld hebben, minder rechten krijgen. En als je zwarte scholen accepteert, accepteer je in feite dat mensen uit sociaal zwakke wijken hun kinderen enkel nog op slecht presterende scholen kunnen krijgen, zodat hun kansen in vergelijking met die van rijkere leeftijdsgenoten alleen maar achteruit zullen gaan.”

Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar geschiedfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, is het daar ’geheel mee eens’. „Uit deze beleidsvoorstellen blijkt dat de ongelijkheid onder deze regering ongehinderd verder groeit. Maar er zijn, dunkt mij, sterkere en veel opzienbarender tekenen van deze tendens, die bovendien veel dieper zit, en die al jaren aanwezig is.

„Denk aan de organisatie van onze economie. De krankzinnige salarissen die incapabele managers zichzelf toekennen, tegenover de toenemende flexibilisering van de arbeid, waardoor verworvenheden als het minimumloon teloor dreigen te gaan. Een postbode mag blij zijn met vijf euro per uur. De positie van de werknemer wordt alleen maar zwakker. Sociaal-economisch staan alle seinen op groen voor ongelijkheid.

„En dan de nog steeds voortgaande privatisering van overheidsdiensten. De staat trekt zich terug, ten gunste van de markt. En de markt is er niet om gelijkheid te brengen. Gelijkheid is altijd iets onnatuurlijks in een samenleving. Vrijheid en gelijkheid sluiten elkaar nu eenmaal tot op zekere hoogte uit.”

Van Tongeren: „Dat hoeft niet zo te zijn. Gelijkheid en vrijheid zijn niet per se met elkaar in tegenspraak. De vrijheid vergroten kán de gelijkheid wel bedreigen, maar alleen als die vergrote vrijheid geen echte vrijheid en niet werkelijk ’van iedereen’ is. Dan hebben we het dus niet over vrijheid tegenover gelijkheid, maar over de vrijheid van enkelen tegenover de vrijheid van allen.”

Ankersmit: „In een commentaar op de leus van de Franse Revolutie – ’vrijheid, gelijkheid en broederschap’ – zei Alexis de Tocqueville wel dat gelijkheid en vrijheid elkaar in wezen uitsluiten. Aangezien je ze niet tegelijkertijd kunt doorvoeren. Zo bezien was de Franse Revolutie op een paradox gebaseerd. Je zou kunnen zeggen dat die drie woorden een vooraankondiging zijn geweest van de verdere westerse geschiedenis. Vrijheid valt met liberalisme te associëren, gelijkheid met socialisme en broederschap met nationalisme.”

Van Tongeren: „In de klassieke liberale positie zijn vrijheid en gelijkheid volgens mij niet met elkaar in strijd. Mill begrenst de vrijheid door het schadebeginsel en Kant bepleit een maximale vrijheid van elk individu, op zo’n manier dat die zich verdraagt met de maximale vrijheid van elk ander individu. Zoals dichter Jacques Perk zei: ’De ware vrijheid luistert naar de wetten.’ Enkel door regulering, beperking en matiging kan vrijheid werkelijk vrijheid zijn. Als we vrijheid zo definiëren, kan je niet zeggen dat het bevorderen van vrijheid ten koste gaat van gelijkheid.

„Volgens mij komen de problemen in onze samenleving dan ook niet voort uit de veronderstelde spanning tussen gelijkheid en vrijheid, maar door een gebrek aan broederschap. Alleen zou ik broederschap niet verbinden aan nationalisme, dat is eerder een ontaarde vorm van broederschap, maar aan solidariteit.

„Het centrale probleem van elke samenleving is de spanning tussen het individu en het algemeen belang. Solidariteit is de deugd van het individu dat zich inzet voor het gemeenschappelijke, het geheel dat hemzelf overstijgt. De liberalisering die onze samenleving doormaakt, leidt tot een steeds verder gaande individualisering. Het individu komt op de eerste plaats te staan, op een manier die het gemeenschappelijke belang bedreigt.”

Ankersmit: „Daar is niet het liberalisme debet aan, maar het neoliberalisme – ik betreur het zeer dat het onderscheid tussen die twee zo zelden gemaakt wordt. Dat onderscheid schuilt in de rol van de staat. Negentiende-eeuwse liberalen, Thorbecke voorop, wisten dat zij voortkwamen uit de Franse Revolutie. En dat betekent dat zij groot belang hechtten aan het scheiden van de publieke en de private sector. Want het was juist de desastreuze vermenging van deze twee domeinen, die tot de revolutie had geleid. In het ancien regime maakten rijke pachters de dienst uit en waren lucratieve overheidsambten te koop.

„Die misstanden zien we nu weer terugkomen, kijk naar managers in onderwijs en zorg. Het liberalisme wil publiek en privaat scheiden, het neoliberalisme wil de staat afschaffen ten gunste van de private sector. Het geld komt terecht bij mensen die het toch al bijzonder goed hebben; de ongelijkheid groeit. En het vreemde is dat de socialisten er niets aan doen, terwijl die club nota bene met dat doel ontstaan is. Maar ja, de meeste socialisten zijn in Nederland ook door en door neoliberaal geworden.”

Van Tongeren: „Het begrip neoliberalisme wordt door veel mensen in verschillende betekenissen gebruikt, maar bijna altijd als scheldwoord, niemand vereenzelvigt zich ermee. Daarom vind ik die term problematisch.”

Ankersmit: „Een klassieke liberaal vind het verontrustend wanneer de sociale ongelijkheid almaar groeit. Zoals Tocqueville zei: vrijheid en gelijkheid sluiten elkaar in principe uit. Het gaat er dus om opnieuw het ’juste milieu’, het juiste midden tussen die twee te vinden.”

Van Tongeren: „Als je spreekt over het juiste midden, ga je uit van twee polen die elkaar tegenspreken. Terwijl ik denk dat vrijheid geen extreme pool is die een tegenkracht moet vinden in een andere pool. Een goed begrepen vrijheid is niet in strijd met gelijkheid. Als ze dat wel is, is het geen vrijheid, maar egoïsme. Het liberalisme zou zijn centrale pijler verloochenen, als het die belangrijke individuele vrijheid identificeert met een soort egoïsme: een vrijheid die slechts geldt voor sommigen, en niet voor iedereen.”

Ankersmit: „Helaas moeten we constateren dat de neiging, om de belangen van enkelingen te bevorderen ten koste van de massa, diep ingebakken zit in onze democratie. Het neoliberalisme maakt van onze democratie een oligarchie, waarin een kleine toplaag zichzelf verrijkt en gelijkheid niet kan bestaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden