Interview

Zijn familie doet alles om Jesse Puts kampioen te maken

Beeld Patrick Post

Jesse Puts werd wereldkampioen buiten de structuur van de bond om. Voor de familie Puts staat alles in het teken van het zwemtalent dat deze week in actie komt op de EK kortebaan in Denemarken.

Als Jesse Puts thuiskomt van zijn ochtendtraining, is de tafel al gedekt. Moeder Astrid komt aan met een stapel pannekoeken. Op tafel staat een grote pot chocoladepasta, een bakje met frambozen en blauwe bessen en twee potten vitaminepillen.

Puts ploft op de stoel neer. Het is acht uur 's ochtends als de zwemmer er al een halve dag op heeft zitten. De stapel pannenkoeken is zijn tweede ontbijt. "De wekker gaat hier om vier uur", vertelt vader Peter achter een bord waar een dubbele boterham met gebakken ei op ligt. "Dan zet ik eerst wat dingen klaar. Een kwartier later maak ik Jess wakker."

Om half vijf 's ochtends eet de 23-jarige zwemmer eerst havermout met banaan. In het donker komen vader en zoon even later aan bij zwembad de Krommerijn in Utrecht. Puts junior duikt het water in voor anderhalf uur zwemtraining. Puts senior doodt de tijd door met een andere ouder van een jong zwemtalent te praten. Als de twee weer thuis zijn, komt de ochtendspits net op gang. Buiten is het nog steeds donker.

Het is de realiteit van veel ouders van jonge talenten. Maar Jesse Puts is geen jong talent meer. Hij hoort sinds vorig jaar bij de grote jongens. In het Canadese Windsor haalde de zwemmer een jaar geleden op de wereldkampioenschappen korte baan een enorme stunt uit door de wereldtitel te veroveren op de 50 vrij. Hij versloeg in die race onder meer de Russische sprinter Vladimir Morozov, één van zijn grote voorbeelden.

En toch woont hij, in tegenstelling tot alle andere nationale zwemtoppers, thuis bij zijn ouders in Utrecht en traint hij bij zijn jeugdtrainer Herman van den Berg.

Sleutelen

Na een jaar bij het nationaal trainingsinstituut in Amsterdam bij coach Martin Truijens concludeerde Puts dat hij liever terug naar huis keerde. "Martin heeft aan mijn slag gewerkt. Of gekloot, hoe je het wil noemen. Ik raakte het helemaal kwijt. Het ging voor geen meter meer", vertelt Puts. De zwemmer sleutelde aan zijn techniek omdat hij zich moest laten omscholen van de 50 rug, het zwemnummer waar hij toen op uitblonk, naar de 100 rug. De 50 rug is namelijk geen olympisch nummer. "Ik heb een te wilde slag om dat honderd meter vol te houden. Ik moest wat dingen anders doen, maar kreeg dat nooit onder de knie. Het ritme was weg. Het zag er houterig en stijf uit."

Puts stelde voor om het dan te proberen op de vrije slag. Maar trainer Truijens zag op grond van zijn borstcrawlprestaties geen reden om daar energie in te steken. Puts verliet zijn studio in Amsterdam, waar hij voor het eerst op zichzelf woonde, om terug te keren naar zijn ouderlijk huis in Utrecht. Hij sprong het water weer in bij Van den Berg. Die draaide hem van de rug op zijn buik. De rest is geschiedenis.

'BV Jesse Puts' maakte een doorstart en de wekker bij vader Peter ging opnieuw om 4 uur 's ochtends. De zwemmer kan best op zijn scooter naar het zwembad (kost hem zo'n tien minuten) maar zijn ouders helpen hem graag. "Mijn vader vindt het gewoon leuk. Soms heb ik hem ook nodig om mijn slag te filmen."

Toen Puts in Amsterdam op kamers woonde, kwam moeder Astrid drie keer per week langs om de was op te halen en gemarineerde kip af te leveren voor zijn '11-uurtje', een broodje hete kip. Er gaat per week zo'n anderhalf kilo kip doorheen bij de familie Puts.

Haar zoon hoeft niets te doen thuis, al vindt hij dat soms verschrikkelijk irritant. "Soms zit ik op de bank en dan zeg ik dat ik ergens zin in heb. Dan wil ik het zelf gaan halen, maar staat het al voor mijn neus."

Tijdens het jaar in Amsterdam genoot hij van de vrijheid die hij had. De terugkeer naar huis was wennen, maar Puts vindt het niet erg dat zijn ouders zo betrokken zijn. "Ik hoef niets, ik mag alles. Ze nemen een hoop zorgen weg. Zonder mijn ouders had ik niet op deze manier aan topzwemmen kunnen doen."

Moeder Astrid moet lachen achter haar kop thee aan de ontbijttafel. "Ik heb hem lui gemaakt. Het is allemaal mijn schuld. Ik doe alles hier in huis. Al zet je een pot pindakaas verkeerd op tafel, krijg je meteen op je sodeju. Kom niet aan mijn systeem."

De vrouw des huizes was niet altijd zo strikt over de taken in huis. De familie Puts had vroeger een cafetaria, waar vader Peter overdag en moeder Astrid 's avonds werkte. In die tijd moest iedereen meehelpen in het huishouden.

Moeder stopte met werken toen Jesse zes was om hem naar de zwemtraining te brengen ('Zijn vader trok zijn shirt zomaar over zijn natte haren zonder hem goed af te drogen'). Sindsdien draait haar leven om zoon Jesse. Zeker nu haar oudste zoon, die dertien jaar ouder is, al enige tijd het huis uit is. Astrid Puts: "Alles staat hier in het teken van Jesse. Ik werk niet. Hij is mijn werk."

Dat die opvoeding tot enige luiheid heeft geleid, geeft de sprinter zelf ruiterlijk toe. Puts: "Mijn fitnesstrainer zei ooit: 'Jesse doet het liefst helemaal niets. Maar zodra er gewerkt moet worden, haalt hij het helemaal in'."

Ruig

Luiheid staat in de sport bekend als een eigenschap die wel meerdere typische sprinters is toegedicht. Usain Bolt is misschien wel de bekendste luiwammes uit de sport, als we Bolt zelf moeten geloven. "Je kunt sprinters vergelijken met een luipaard, tijger of kat. We liggen de hele dag een beetje te lummelen, tot er een prooi voorbij komt die we grijpen. Daarna gaan we weer heel lekker rustig aan doen. Die prooi is voor mij een sprintset."

Puts leeft voor één baan. Exploderen vindt hij het mooiste dat er is. Wat hem betreft zou de 25 meter vrij, een afstand die niet op normale wedstrijden gezwommen wordt, zelfs olympisch mogen worden. Zijn grote voorbeelden zijn dan ook de ruige zwemmers, niet de nette zwemmers. "Ik vind Morozov al mijn hele leven cool. En vroeger César Cielo. Als je die ziet zwemmen straalt dat zoveel power uit. Zo wil ik ook zwemmen."

Een andere atleet die hem heeft geïnspireerd is Caeleb Dressel. De pas 21-jarige Amerikaan won op de WK langebaan in Boedapest deze zomer zeven titels en werd daarna de nieuwe Michael Phelps genoemd.

In het jaar voor de Olympische Spelen in Rio viel Puts al van de ene verbazing in de andere toen hij de uitslagen bestudeerde van de collegekampioenschappen in Amerika. "In de yards-wedstrijden zag je al dat hij al die gasten die vier, vijf jaar ouder waren helemaal aan gort zwom. Na de start met die enorme kicks van hem, is de rest al klaar."

Puts wordt ook internationaal bewonderd om zijn goede beenslag met vlinderslagkicks onder water, die hij bij de start en na het keerpunt doet. Hij keek het allemaal af van de Amerikaan. "Ik heb heel veel filmpjes van hem bestudeerd. Ik was echt gefascineerd door die beenslag. Toen ik hem voor het eerst zag heb ik meteen mijn coach gebeld en gezegd 'hey, dit moet ik ook kunnen'. Daarna heb ik er heel veel op getraind. Misschien heb ik die wereldtitel zelfs wel aan hem te danken. Maar zet me naast Dressel en ik ben net een klein kindje. Ik heb nog veel te leren. Hij is echt een baas."

Tevreden

Puts is nu ook een grote naam, maar hij zou nooit naast zijn schoenen gaan lopen. Zo is hij niet opgevoed. Tutoyeren krijg je er bij hem niet in. Hij spreekt zijn ouders met 'u' aan en doet dat steevast ook bij journalisten. Toen hij op de WK in Boedapest vroegtijdig werd uitgeschakeld en daarna teleurgesteld zijn verhaal deed, wenste hij de mensen van de pers ondanks zijn pesthumeur alsnog 'een hele fijne dag'. Peter Puts: "Het is een ontzettende fijne jongen om mee om te gaan. Ik vind dat veel belangrijker dan dat hij een goede sportman is."

Peter Puts, glunderend: "Hij is altijd zo geweest. Als hij jarig was en je gaf hem een gummetje of iets kleins dan kon hij nog twee keer dank u wel zeggen. Het is een tevreden mens. Sommige mensen hebben nog niets bereikt en denken al dat ze de halve wereld hebben. Zo is hij niet."

Dromen

Als het op zijn zwemcarrière aankomt, is Puts echter nog lang niet tevreden. Hij wil bij de groten der aarde horen. Wereldkampioen langebaan, olympisch kampioen, je kunt het zo gek niet bedenken of het staat op zijn verlanglijstje. Om ook in het 50-meterbad bij de top te horen, moet hij echter nog een paar stappen maken. Als sprinter pur sang worstelt hij met de laatste meters in het olympische lange bad.

Aan zijn voeding zal het in ieder geval niet liggen. De energie van de ochtendtraining is inmiddels aangevuld met de stapel pannenkoeken. De vitrage in de woonkamer gaat open, het wordt eindelijk licht. Boven in zijn kamer, één wand is door zijn moeder behangen met foto's van zijn zwemprestaties, gaan de gordijnen juist dicht.

Puts is moe van het vroege opstaan, hij gaat nog even liggen. Naast zijn bed staat zijn tas voor de middagtraining alweer klaar. Moeder pakt zijn tas uit, zoon pakt hem weer in (Puts: 'anders zou ik wel héél lui zijn geweest'). De zwemmer moet zich concentreren op zijn dromen. Op titels en tijden. Op de prooi waar hij luierend op wacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden