Zij zullen een prooi der vossen zijn

Onze afkeer van vossen wordt van kindsbeen af aangemoedigd. Neem het volgende tafereeltje uit het blad De Nederlandse Jager. Een jongetje staat in vol jagersornaat, compleet met hoed, driekwartbroek en jachtgeweertje, naast zijn skelter met daarop een ren kippen en een opgezette vos. Er staat een bordje bij: “Moeten wij het slikken dat de vossen onze kippen pikken”, luidt de verontwaardigde tekst. De Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging berichtte afgelopen zomer dat het ventje hiermee tijdens een folkloristische optocht de éérste prijs op een jaarlijks dorpsfeest had gekregen.

WYBREN VERSTEGEN

Ons nageslacht is er duidelijk van doordrongen dat de vos een gemenerik is, een vanger van onschuldige kippen en vogels, zoals de gemene vos Smirre in het beroemde kinderboek Niels Holgerssons wonderbare reis van Selma Lagerlf. Of neem Reintje de vos die week in week uit in de Donald Duck vergeefs tracht die aardige broer konijn te verschalken. Zelfs in zijn meest onschuldige vorm, als Lowieke in de Fabeltjeskrant, is de vos nog altijd een louche smikkelaar.

Dit beeld van de vos als deugniet is al duizenden jaren oud. Het begint bij het oud-testamentische Hooglied (2:15) waar de vossen ervan worden beschuldigd de wijngaarden te bederven omdat zij zo tuk zijn op jonge druiven. Boeren hebben duidelijk al heel lang een hekel aan vossen. Maar de vos als schadelijke lekkerbek is nog wel het onschuldigste dat wij in ons collectieve geheugen hebben opgeslagen. Vossen worden in onze cultuur vooral als onbetrouwbaar gezien. Jezus maakt in Lucas 13 vers 32 niet voor niets koning Herodes uit voor een vos. Een uitspraak die extra beledigend was omdat bij de rabbijnen de vos niet alleen een sluw, maar ook een onbeduidend creatuur was vergeleken bij de koninklijke leeuw waar koning Herodes zich vermoedelijk liever mee geassocieerd zag.

Dat de vos net als de hyena's en de gieren een aaseter is, diersoorten waar wij niet zoveel affiniteit mee hebben, heeft zijn reputatie evenmin goed gedaan: “zij zullen een prooi der vossen zijn,” zegt koning David in de Psalmen over zijn tegenstanders. Vossen staan voor verderf en doen zich tegoed aan krengen. Daar waar het verval inzet, zijn zij te vinden: “als vossen in bouwvallen zijn uw profeten” schalt Ezechiël zijn toehoorders toe en de berg Sion in de Klaagliederen (5:18) wordt in verwoeste staat bewoond door vossen die daarmee de terugval in barbarij en chaos symboliseren.

Niet alleen via het Oude en Nieuwe Testament is ons ingeprent dat vossen niet deugen. De oude Grieken hadden ook al niet veel op met vossen. Via de Griekse dichter Aesopus is ons uit de zesde eeuw voor Christus de fabel van de vos en de raaf overgeleverd. Dit is het bekende verhaal waarin de vos de ijdele raaf ertoe overhaalt een gezang aan te heffen zodat de vogel een stuk vlees uit de snavel laat vallen dat de vos zich vervolgens dankbaar toeëigent. Vossen kunnen vleien en moeten daarom worden gewantrouwd. Met name op dit soort eigenschappen van het dier had de filosoof Aristoteles het gemunt. De vos was volgens hem een vijand van de wolf en een vriend van de slang, ook geen dier dat een betrouwbare reputatie heeft. In een van zijn werken, bekend geworden als de Historia Animale, schrijft Aristoteles dat dieren net als mensen bepaalde karaktertrekken vertonen, die per diersoort verschillen. De vos staat bij hem te boek als doortrapt, boosaardig, bedriegelijk en tot alles in staat. Ook de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere, die leefde in de eerste eeuw na Christus, dichtte de vos eigenschappen als slimheid en doortraptheid toe.

In de Middeleeuwen krijgen diezelfde kwalificaties een nieuwe dimensie wanneer ze een rol gaan spelen in geloofskwesties. Voor Isidorus van Sevilla, die leefde in de zevende eeuw, was de vos een 'draaivoet' en de kerkvader Augustinus oordeelde dat de stinkende vossenholen even kronkelig waren als hun uitgekookte gedachtespinsels. Zoals beide uitgangen van het vossenhol bewaakt moeten worden, zo kon Jezus de farizeeërs klem redeneren, schreef Augustinus. Een Middeleeuwse wetenschapper uit de twaalfde eeuw, Bartholumeus Anglicaus, zag de stank die er heerste in vossenholen als symptomatisch voor de geestelijke gesteldheid van het dier. Al redenerend kwamen middeleeuwers daarom tot de slotsom dat de vos ketters was en daarmee ook een werktuig van de duivel. Bernard van Clairvaux, de bekende stichter van de cisterciënzer kloosterorde, was de eerste middeleeuwer die ketters vergelijkt met vossen die in het verborgene werken en mensen van het rechte pad afbrengen. Bedrieglijke taal uitslaan was voor de middeleeuwer bij uitstek ketters en een specialiteit van de vos.

Voor de geleerden in de Oudheid en de Middeleeuwen was het toekennen van een bepaalde geaardheid aan dieren een strikt wetenschappelijke bezigheid. Nobele leeuwen, edele paarden, valse slangen en sluwe vossen werden beschreven in zogenaamde Bestiaria, naslagwerken met wetenschappelijke pretenties. De eigenschappen van dieren zoals beschreven in deze Bestiaria werden zeer serieus genomen.

Zo kon een hond die iemand gebeten had onderworpen worden aan een strafproces, waarbij hij dan meestal ter dood veroordeeld werd. “Opdat het ter dood brengen door de galg of op een andere wijze niet op het gewone slachten zou gelijken, geschiedde dit op plechtige wijze door de beul en zijn helpers,” volgens de Winkler Prins in 1950. Pas in de loop van de Middeleeuwen ontgroeien dieren deze positie en kunnen zij zich ontwikkelen tot literaire figuren. Wereldberoemd geworden is natuurlijk het satirische verhaal Van den Vos Reynaerde, een van de oudste Vlaamse documenten.

Dit verhaal speelt aan het hof van koning Nobel, een leeuw uiteraard, die omringd wordt door een allesbehalve betrouwbare hofadel: Bruun de beer, Grimbert de das, Tibert de kater en ten slotte Reynaerts opponent Isengrim, net als bij Aristoteles een wolf.

Aan het hof van de luie koning Nobel heersen naijver, achterdocht en achterklap. In dit decor van een gecorrumpeerd hofleven speelt Reynaert, wiens naam letterlijk 'raadgever' betekent, een vooraanstaande rol. De sluwe en schalkse vos slaagt er met vleierij en mooie praatjes in zich op te werken tot het machtigste dier in het land. De eigenschappen van Reynaert zijn in dit verhaal dezelfde als in de Bestiaria, maar er is niettemin een belangrijk verschil. De vos is hier ook de rebel, de held van het verhaal die het hele hof te kakken zet. Reynaert is daarom geliefd bij de opkomende burgerij in de Middeleeuwen die het toch al niet zo op had met de verkwistende en ijdele hofadel.

De bekendheid en populariteit van de belhamel Reynaert, nog versterkt door de uitvinding van de boekdrukkunst in de 15e eeuw, heeft zich doorgezet tot in onze tijd. Vooral de fabels van La Fontaine uit de zeventiende eeuw hebben de slimme Reynaert onsterfelijk gemaakt. Het negatieve beeld van de vos lijkt tegen die tijd te zijn omgeslagen in zijn tegendeel.

De vereenzelviging van vossen en ketters bijvoorbeeld, werkte na de Reformatie in de protestantse naties natuurlijk in het voordeel van de vos. De politieke populariteit van Reynaert bereikte uiteindelijk zijn hoogtepunt in de Belgische taalstrijd waar de Vlaamse Reynaert - het verhaal speelt rond Gent - symbool wordt in de strijd tegen de Waalse en Franstalige overheersing.

Niet alleen bij Reynaert is de vos de rebel. Robin Hood bijvoorbeeld, wordt tegenwoordig in de tekenfilms van Walt Disney gespeeld door een vos. Opmerkelijk genoeg is ook de Robin Hood-achtige figuur van de TV-held Zorro afgeleid van dit beeld van de vos als slimme en schalkse rebel: Zorro is Spaans voor vos.

Maar het beeld van de vos blijft op zijn gunstigst toch altijd dubbelzinnig. Reynaert is niet populair omdat hij moreel hoogstaander is dan de gecorrumpeerde hofadel, integendeel, hij is alleen maar slimmer. Hij is de tegenspeler en blijft een dubieuze figuur. Zorro en Walt Disney's Robin Hood mogen dan volkshelden zijn die de machthebbers voor schut zetten: zij blijven vogelvrij. Het is vooral dít idee dat blijft hangen rond de vos.

Voor jagers en boeren is de wereld overzichtelijk: vossen zijn schadelijk dus die roei je uit. De stedeling kan meer sympathie opbrengen voor het dier: de vos kan slim zijn, schalks desnoods, iedereen te kijk zetten met zijn vleierijen, maar hij valt uiteindelijk buiten de gevestigde orde en verdient onze bescherming niet, die slimmerik moet zichzelf maar redden. De leeuw is de koning der dieren, paarden zijn edel, zeehonden en reuzenpanda's zijn in onze ogen in hoge mate 'aaibaar', die mag geen kwaad overkomen. Maar de vos blijft opgejaagd wild. Smirre de vos uit Niels Holgersson wordt uiteindelijk verbannen nadat hij de vrede tussen de dieren heeft verbroken: “verjaagd van vrouw en kinderen, van jachtkameraden, van rustplaatsen en schuilhoeken.”

Ieder Nederlands woordenboek bevestigt met één woord al onze vooroordelen over vossen: een 'rekel' is zowel een deugniet als een mannetjesvos. Zo is het ons geleerd. Wie dat cliché tot zich laat doordringen verbaast zich er niet over dat tot voor kort jagers op het gemeentehuis een premie kregen voor iedere ingeleverde vossenstaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden