'Zij zijn weer vrij, maar ik heb levenslang'

Harry van Wegen en Carla Bart voor hun barbecuerestaurant in de bossen bij Leersum. Beeld Bernd Bohm

Het Kwaad is overal. De piloot van uw vakantievlucht kan een zelfmoordenaar zijn, uw dochters nieuwe vriend een jihadist, de buurman een zware crimineel. Hoe gaan we om met het kwaad in de wereld en in onszelf? Verslaggeefster Harriët Salm onderzoekt het in een serie. Vandaag: de grote gevolgen voor slachtoffer én dader van een mislukte roofoverval in Leersum.

Harry: We zitten nu acht jaar in dit restaurant. We wonen hierboven. Ik stond op het moment van de overval in de keuken. Het was rustig geweest, een zondagavond, we waren aan het schoonmaken.

Carla: "Jessica was toen 19 jaar. Zij staat voor de bar, ik erachter. Er zitten nog vier gasten. Een oma, met haar kleinzoon van vijf, zat bij de open haard te spelen. De twee andere volwassenen wilden net komen afrekenen, ze zaten nog aan tafel. Er komen twee mannen binnenlopen. Beetje zenuwachtig. Eentje met een pistool, de ander met een mes. Ze roepen: 'dit is een overval, we willen geld'. Ze spreken perfect Nederlands, geen buitenlanders dus, dat viel meteen op."

Harry: "Ik hoorde het in de keuken: gegil. Ik kom door die groene deur achter de bar binnenrennen. Zie ik die ene jongen staan met een pistool richting mijn dochter. Die ander, dat bleek dus later Jeffrey te zijn, wil net achter de bar komen bij de kassa waar Carla stond. Ik heb zo'n droogtrekker in mijn handen. Ik heb hem geraakt. Jeffrey wankelt een beetje, en vlucht, gelukkig. Want als hij gevallen was, dan weet ik niet wat ik gedaan had. Ik was zo blijven slaan dat hij echt zwaar letsel had gehad. Toen kwam de jongen uit de spoelkeuken erbij. De rottweiler gehaald, die stond hiernaast achter het hek te blaffen. Met zijn tweeën het bos ingegaan met de hond. We konden ze niet meer vinden."

Carla: "Jij liep eerst hierbinnen nog op je crocs. Die heb je uitgetrapt hier op het hoekje en toen ben je op sokken het bos ingegaan. Terwijl die jongens gewapend waren."

Harry: "Op dat moment voel je niks. Door de adrenalinekick."

Politieauto's
Carla: "Ze hadden hun vesten met de capuchon omgekeerd aan en dan die capuchon over hun gezicht getrokken. Daar gaten in geknipt voor hun ogen."

Harry: "Gelukkig had zij 112 gebeld. Gelijk groot alarm geslagen. Hele dorp afgezet."

Carla: "Ik heb hem die telefoon doorgegeven met 112. En heb daarna met mijn mobiel heel stompzinnig meteen mijn ouders gebeld. Die wonen in Soest. Ik zei..."

Carla raakt geëmotioneerd.

"Mama, kan je alsjeblieft hierheen komen ... want we zijn overvallen."

Harry: "Bij Woudenberg kwamen mijn schoonouders al politieauto's tegen, die hen inhaalden. Uit de hele regio kwam politie: Leusden, Zeist, Amersfoort, Veenendaal. Later ook nog een helikopter."

Carla: "Mijn moeder heeft in die auto gezeten zo van: je wil toch niet zeggen dat dit allemaal voor hen is? Toen pas kwam bij hen het besef binnen dat het heel serieus was. Bij ons duurde dat ook even. Want tijdens de overval hebben Jessica en ik elkaar nog aangekeken, zo van: is dit een slechte grap? Toen ik 112 aan de telefoon had, realiseerde ik me pas wat er gebeurd was."

Smoes
Harry: "Die jongens zijn twee keer aangehouden die eerste avond. Ze zijn aangehouden en toen hebben ze gezegd dat hun auto niet wou starten. Dat geloof ik niet. Dat was een smoes."

Carla: "Dat weet ik niet, misschien was het wel zo."

Harry: "En 's avonds zijn ze nog een keer aangehouden. Toen waren ze komen kijken wat er aan de hand was, zeiden ze later. Maar ik denk: ze zijn helder geworden en bedachten zich dat ze die tas wilden weghalen die nog in het bos lag. Dat was cruciaal bewijsspul. Maar de politie heeft die gevonden."

Harry: "Die hele overval heeft misschien twee minuten geduurd."

Carla: "Voor mijn gevoel heeft die overval heel lang geduurd. Tien minuten."

Harry: "We zijn vrij snel erna weer opengegaan, het weekeinde erop. Eerst nog een avond voor het personeel georganiseerd, dat is een man of dertien. Die zaten met vragen: komen die jongens terug, is het wel veilig? We hebben nieuwe veiligheidsprocedures afgesproken."

Carla: "Iemand van slachtofferhulp was er ook bij. Er is gelukkig niemand weggegaan."

Nasleep
Harry: "Het heeft ons financieel veel gekost. Omzetverlies door mensen die wegbleven vanwege de overval. We hebben camera's aangelegd, dat zijn kostenposten waar je niet op zit te wachten. Maar voor de veiligheid moet je het doen. En dan krijg je de nasleep. Psychisch. Onrustig slapen. Als ik 's morgens naar de groothandel ging, durfde zij het terras niet meer open te doen. Er moest altijd iemand bij zijn. Of ik moest 's morgens heel vroeg gaan, dan slaap ik heel kort."

Carla: "Voor mij heeft die overval nog steeds veel gevolgen. Er is direct een posttraumatisch stresssyndroom vastgesteld. Dat hield in dat ik geen boodschappen meer durfde te doen, niet naar grote groepen durfde, dat soort dingen. Ik heb soms nog steeds behoorlijke paniekaanvallen. Slapen is slechter geworden. Gespannen. Het helpt dat ik heel veel met de honden doe. Dat zijn echt mijn maatjes."

Harry: "We hebben er na de overval nog twee rottweilers bijgenomen, puur voor onze eigen gemoedsrust en bewaking. Dus nu drie rottweilers hier en een kruising herdershond/labrador. Vooral voor haar, als ik weg ben, dat ze de zekerheid heeft dat er wat omheenloopt hier."

Carla: "Het heeft ons in onze relatie ook eerst uit elkaar gedreven. Maar de relatie is nu veel hechter."

Harry: "Er kwamen spanningen. Ik stond er te nuchter in. Ergernissen. Kom ik terug van de groothandel, zijn we niet open. Zeg ik: verdomme: terras is niet klaar. Ja, zegt zij, ik durf de deur niet open te doen."

Carla: "Zei hij: Ah joh, stel je niet zo aan."

Harry: "Omdat ik omzet misliep. Ik had het ook niet echt in de gaten wat er met haar aan de hand was. Ik dacht: het is gebeurd, het zij zo. Maar we moeten ook om de toko denken."

Adrenalinestoot
Carla: "We zijn op vakantie gegaan en hebben goed gepraat. En toen werd wel duidelijk bij hem, wat zich in mijn hoofd afspeelt. We steunen elkaar nu meer."

Harry: "Kijk, vanuit mijn perspectief: ik heb alles gedaan wat ik kon doen. Ik heb mijn gasten veilig weten te stellen, ik heb mijn personeel veilig weten te stellen, en ik heb mijn geld veilig weten te stellen. En ik heb die gozer een klap voor zijn kanis gegeven."

Carla: "Hij is ook ex-marinier."

Harry: "Dat heeft er niks mee te maken. Want of je nou marinier, politieagent of putjesschepper bent, op het moment dat iemand van je eigen familie wordt bedreigd, dan krijg je een adrenalinestoot en ga je er op af, dat doet iedere man."

Carla: "Het enige beeld dat ik van Jeffrey heb, is zijn achterkant. Door die capuchon voor zijn gezicht. Dat wil ik ook zo houden, daarom wil ik hem niet ontmoeten. Anders ga ik hem misschien herkennen in het dorp, wij doen ook catering voor grotere evenementen."

Harry: "In februari 2014 ben ik wel bij Jeffrey geweest in de gevangenis. Dat had Slachtoffer in Beeld geregeld. Daar heb ik verteld hoe het er hier thuis aan toe ging. Hij had berouw, hij wilde zijn leven beteren. Dit besef heb ik hem meegegeven: wat jij hebt gedaan, blijft jou je hele leven achtervolgen. Tegenwoordig heb je voor veel beroepen een verklaring van goed gedrag nodig."

Angst
Carla: "Jeffrey heeft tijdens de hele uitspraak in september 2013 zitten huilen. Toen had ik echt medelijden met die jongen. Hij heeft later ook een brief geschreven. Hij zag zichzelf als een monster. Dat vind ik erg, dat wil ik niet. Hij moet ook gewoon verder met zijn leven. Hij is jong. Ik gun het hem. Maar ik wil wel dat hij beseft wat hij mij heeft aangedaan. Laatst ben ik Jeffrey's ouders tegengekomen in het dorp. Het eerste wat ik tegen Harry zei: hij is hier toch niet? Was niet zo. Dan voel ik het weer, die angst. Het is iets dat in een paar minuten is gebeurd, maar waar ik nog steeds veel, heel veel last van heb. Zij zijn weer vrij, maar ik heb levenslang, zeg ik altijd."

Harry: "We hebben veel steun gekregen uit het dorp en van andere mensen die in de horeca zitten. Er gingen best veel geruchten in het dorp: we meppen die jongens in elkaar als ze terugkomen. Vooral in zo'n kleine gemeenschap kan dat gebeuren. Ik heb altijd gezegd: jongens, niet doen. Als ik Jeffrey in het dorp tegenkom, prima, zeg ik hem gedag. Je kunt hem haten, maar wat lost het op? De rechter doet uitspraak. Daar moeten wij ons bij neerleggen. En Jeffrey heeft berouw getoond."

Carla: "Hij werkt ook met heel veel dingen mee, zoals nu met dit interview. Dat vind ik dan toch echt wel goed van hem."

Lees vandaag in Trouw ook het verhaal van overvaller Jeffrey: 'Het is een duister deel van mij'. Dit is het zesde deel van de serie Het Kwaad. Eerdere afleveringen verschenen op 30 mei, 6, 13, 20 en 27 juni:
Mishandeld en verkracht, maar slachtoffer is ze niet
Het grootste gevaar komt van heel gewone mensen
'Pas op, er zijn roofdieren daarbuiten'

Wat er gebeurde op 21 april 2013 in het restaurant van Harry en Carla

In de bossen, nog net binnen de stadsgrens van het dorp Leersum (gemeente Utrechtse Heuvelrug), ligt het barbecuerestaurant van Harry van Wegen (52) en Carla Bart (37). Het is herkenbaar aan de wat roestige Amerikaanse politieauto, die op het dak staat ter decoratie. En aan de drie forse rottweilers die vanachter het gaas, naast het hok van de geit, het bezoek toeblaffen.

Hier vlakbij parkeren zondagavond 21 april 2013, rond kwart voor tien, twee jongens van begin twintig hun auto op een afgelegen bosweggetje. Gemaskerd en bewapend gaan ze het restaurant binnen en roepen dat ze geld willen. Eigenaar Van Wegen - bijnaam 'Barbecue Harry' - slaat een van de aanvallers met een droogtrekker, waarmee hij net de keuken aan het dweilen is. De jongens schrikken van die reactie en vertrekken. Zonder buit rennen ze het bos weer in.

Jeffrey (23), een van de twee overvallers, én Harry van Wegen (52), Carla Bart (37) en dochter Jessica van Wegen (22) van BBQ Leersum vertellen, onafhankelijk van elkaar, hoe deze kortstondige kwade actie nog altijd nadreunt in hun leven.

'Ik dacht: dat pistool is niet echt'
Jessica van Wegen (22), student communicatie:

"Het is heel gek, maar ik heb die overval een beetje buiten mezelf beleefd. Alsof ik niet in mijn eigen lichaam was, heel apart. Daarna besefte ik pas: er is wat gebeurd. Wat ik me meteen herinnerde, heb ik ook aan de politie verteld, was dat er een rood randje aan het uiteinde van de loop van dat pistool zat. Ik dacht: dat pistool is niet echt. Ik wist het niet zeker natuurlijk. Maar ik had gelijk, bleek later. Het was een dummy.

Ik wilde na die overval zo min mogelijk thuis zijn. Veel weg, veel op school, veel met vriendinnen. Echt vluchtgedrag.

Ik ben pas op mijn 17de in Leersum komen wonen dus ik heb hier ook niet op school gezeten. Jeffrey is van mijn leeftijd. Iedereen om mij heen had verhalen over hem. Ze zeiden: 'Dat is geen lieverdje, altijd problemen.' Doordat het jongens uit het dorp waren, ben ik wantrouwiger geworden. Ik durf iemand niet meer op het eerste gezicht meteen te vertrouwen, denk dan: zit er niet nog iets achter?

Maar vorig jaar ben ik een half jaar naar Curaçao gegaan voor een stage. Daar kreeg ik meer rust. Ik ben ook een tijd bij een psycholoog geweest. Het is wel iets dat je tekent, ik denk er nog geregeld aan. Ik ben veel alerter geworden. Ik durf nu wel weer thuis te zijn. Ik heb het wel verwerkt, denk ik."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden