Review

Zij 'geloofden in Zeus, het Ene of Jahweh'

Een grote schildpad siert het omslag van 'De mens is een dier dat kan denken', een bloemlezing van wijsgerige teksten uit de klassieke oudheid. Waarom juist die schildpad? Misschien om ons te wijzen op het enorme contrast tussen de primitiviteit van dit weinig snugger ogende reptiel, dat al 200 miljoen jaar geleden over de aarde rondkroop, en het vernuft van de mens, dat al die scherpzinnige teksten heeft voortgebracht. Of misschien is wel voor dit dier gekozen omdat zijn schild door vorm en kleur sterk doet denken aan een menselijke hersenpan.

Hoe het ook zij, Piet Gerbrandy heeft een representatieve, evenwichtige en zeer royale selectie gemaakt uit duizend jaar wijsgerig denken. Zijn hoofdstukindeling volgt grotendeels het historische stramien van algemene inleidingen in de antieke wijsbegeerte: het begint met de pre-socratische filosofen zoals Parmenides en Herakleitos (van hen zijn álle overgeleverde fragmenten opgenomen) en eindigt met de neoplatonische denkers in de nadagen van het Romeinse Rijk.

Veel bladzijden zijn ingeruimd voor Plato en nog meer voor Aristoteles, volgens de samensteller de 'meest briljante en veelzijdige geest uit oudheid'. Een aardig idee was om ook een paar satirische teksten over filosofen op te nemen van Aristofanes en Lucianus.

Sommige teksten (bijvoorbeeld van de pre-socraten, de scepticus Sextus Empiricus of van Plotinus) zijn door stijl, woordgebruik of gedachtegang vaak duister en lastig te volgen. De korte inleidingen die de samensteller bij elk hoofdstuk heeft geschreven helpen de lezer wel een stukje op weg.

Deze bloemlezing is een heel nuttige en waardevolle uitgave voor mensen die uit de eerste hand kennis willen maken met de antieke wijsbegeerte, en een algemeen overzicht willen krijgen. Het is ook een monument voor de uitgevers en vertalers die de laatste decennia tal van minder courante werken voor het Nederlandstalige publiek toegankelijk hebben gemaakt. De opgenomen teksten zijn namelijk voor het merendeel ontleend aan bestaande vertalingen, of aan vertalingen die binnenkort zullen verschijnen.

Toch nog twee opmerkingen, naar aanleiding van de ondertitel en de titel van het boek. Ik vraag mij af of er in een boek dat zich heel neutraal afficheert als een 'bloemlezing uit de Griekse en Romeinse filosofie' ook geen hoofdstuk had moeten worden gewijd aan de joods-christelijke wijsbegeerte, die in de tweede helft van het bestreken millennium een steeds grotere rol is gaan spelen. Boëthius is de enige christelijke denker in deze bundel, maar van hem, schrijft de samensteller, is een tekst geselecteerd waarin de lezer daar niets van merkt.

Maar waarom die scherpe scheiding? Behoort de jood Philo van Alexandrië niet tot de Griekse filosofie, of de christen Augustinus niet tot de Romeinse? Gerbrandy schrijft in zijn algemene inleiding dat de auteurs in zijn boek 'geloofden in Zeus, het Ene of Jahweh', maar van dat laatste geloof (of van het geloof in de christelijke God) is in feite niets terug te vinden.

Dat brengt me op de titel van het boek: 'De mens is een dier dat kan denken'. Wie de bundel uit heeft, zal tot de conclusie komen dat deze naturalistische mensopvatting door bijna geen enkele filosoof -een atomist als Epicurus uitgezonderd- wordt gehuldigd. Bijna allemaal gaan ze ervan uit dat de mens juist veel méér is dan een dier met iets extra's: hij is als lichamelijk wezen weliswaar verwant met de dieren, maar als denkend en spiritueel wezen is hij ook, en veel wezenlijker, verwant met God of de goden.

Volgens Plato is de mens als rechtopgaand wezen geschapen, opdat hij zijn hoofd kan oprichten naar de godenhemel. Aristoteles, bij wie de definitie van de mens als redelijk dier haar oorsprong lijkt te vinden, beklemtoont dat de mens 'iets goddelijks' in zich heeft, dat zich aan alle dierlijkheid onttrekt en zich bij uitstek manifesteert in de filosofische contemplatie: ,,Men moet niet luisteren naar hen die de mens aanmanen als mens alleen te denken aan wat menselijk is, als sterveling alleen te denken aan wat sterfelijk is; integendeel, zoveel het mogelijk is moet een mens zich gedragen alsof hij onsterfelijk is en alles doen om te leven in overeenstemming met het hoogste dat hij in zich heeft. Want ook al is dat maar gering in massa, des te meer overtreft het al het andere in kracht en waarde.'' Ook vanwege deze nadruk op het goddelijke in de mens zouden tek sten uit de antiek-christelijke traditie in het boek niet hebben misstaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden