Zielsverhuizing

De filosoof Schopenhauer schreef al in de vorige eeuw dat het een illusie zou zijn te denken dat christelijke missionarissen zouden slagen in hun pogingen om Aziaten te bekeren. Het omgekeerde zal gebeuren, voorspelde Schopenhauer. Het boeddhisme en hindoeïsme zal juist het christendom bekeren: de Aziaten komen naar ons. Wanneer men de cijfers beziet over het geloof in reïncarnatie (of 'zielsverhuizing', mooie term eigenlijk) lijkt Schopenhauer gelijk te krijgen. Uit een onderzoek naar het geloof bij de Friezen, uitgevoerd in opdracht van de Leeuwarder Courant aan het begin van dit jaar, bleek dat onder rooms-katholieken 24 procent in reïncarnatie gelooft, tegenover 14 procent onder de hervormden en 3 procent onder de gereformeerden. Landelijk blijkt 25 procent van de mensen (nu in het algemeen dus) in reïncarnatie te geloven.

Zielsverhuizing lijkt ook steeds meer aan aanhang te winnen. De arts en filosoof H.S. Verbrugh, een deskundige op dit terrein, schrijft in zijn bijdrage aan 'Karma, reïncarnatie en de roep om zingeving' (red. S.W. Couwenberg) dat hij op basis van eigen ervaring in het filosofie-onderwijs aan eerstejaars studenten weet dat reïncarnatie sterk onder jongeren leeft en dat de belangstelling eerder toe- dan afneemt. Ik heb die ervaring ook. Al tien jaar leg ik de theorie van Plato uit aan studenten. Een onderdeel van die theorie is dat mensen in dit leven herinneringen hebben aan het directe contact met 'ideeën' tijdens een vorig leven. Verbijsterd werd ik aangestaard tien jaar geleden. Maar nu, ach, dat spreekt wel aan.

De leer van de zielsverhuizing is ook goed te verenigen met het wijdverbreide atheïsme van deze tijd. In de klassieke theïstische leer van jodendom, christendom en islam wordt de mens door God geschapen. Reïncarnatie gaat uit van een eeuwige ziel, daarmee een kenmerk aan de menselijke ziel toeschrijvend dat in het theïsme aan God is voorbehouden. Ik begrijp dan ook niet goed hoe Chris Rutenfrans in zijn artikel in Trouw (9 december j.l.) kan menen dat de visjnoeïetische monnik Van Teylingen, die op basis van zijn sympathie voor het vedische denken in reïncarnatie gelooft, tevens “vrij dicht bij het christendom” staat. Weliswaar meent Van Teylingen dat “het persoonlijke aspect van God, Bhagavan, de factor is die aan de reïncarnatie haar zin geeft”, maar de 'god' waarover hij het dan heeft, kan toch niet de scheppergod zijn van het klassieke theïsme en dus van het christendom.

Christendom en reïncarnatie lijken mij onverzoenbaar. Een God die alles schept uit het niets is onverenigbaar met reeds 'bestaande zielen'. Het ligt dan ook voor de hand dat reïncarnatie als zingevingsperspectief in betekenis zal winnen waar de klassieke, theïstische godsdiensten hun aanhang zien verminderen.

Overigens lijkt mij geloof in reïncarnatie ook beter te beantwoorden aan de 'roep om zingeving' dan het christendom en andere theïstische godsdiensten. Dat verklaart ook het succes van de Aziatische godsdiensten en de juistheid van Schopenhauers profetie. Reïncarnatie accentueert de continuïteit tussen verschillende stadia van de persoonlijke ontwikkeling. Dat geeft 'zin', omdat het heden een voortzetting is van het verleden. De theïstische tegenhanger van reïncarnatie, geloof in onsterfelijkheid, maakt het leven eerder 'zin-loos': een volkomen andere zijnstoestand waarin men hierna zou komen te verkeren en die eeuwig voortduurt. Wat moet men daarmee?

Gerard Reve heeft wel eens opgemerkt: 'eerst dit leven en dan nog een eeuwig leven, men vraagt zich weleens af waar hebben we het aan verdiend?'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden