Zielige kunst

Wat ook leuk is op zondagochtend: naar een museum gaan om naar mensen te kijken die naar kunst kijken. Ik heb dat gisteren gedaan in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Eigenlijk had ik naar het nieuwe museum Voorlinden gewild - en dan niet om naar mensen te kijken - maar het leek me beter dat niet op de openingsdag voor het publiek te doen. Niets zo vervelend als te veel bezoekers in een museum. Alleen te veel kunst is nog erger - vooral als je voelt dat al die werken hunkeren naar aandacht en respect; uitgeput sta je uren later op straat, je hoofd een warboel van Karel Appel-achtige proporties.

In Voorlinden, zo begreep ik uit het interview met oprichter Joop van Caldenborgh in deze krant, krijgt de kunst de ruimte. Een piepklein schilderijtje krijgt een hele muur. Van Caldenborgh wil mensen 'leren kijken' en hen dus niet overvoeren. In Amsterdam doen ze dat wel, vindt hij, en als Rudi Fuchs - de oud-directeur van het Stedelijk - in Voorlinden een expositie van Ellsworth Kelly inricht, houdt Van Caldenborgh hem goed in de gaten. "Rudi hangt het ook vaak veel te vol."

Dat ging ik gisteren dus checken in het Stedelijk, waar tot oktober nog de tentoonstelling 'Opwinding' te zien is, samengesteld door Fuchs. Ik posteerde me in een zaal met vijftien schilderijen en drie objecten en wachtte af wat er zou gebeuren. Het was rustig - was iedereen naar Voorlinden? - en de kunstwerken hingen er uitnodigend bij. Hoe zouden de bezoekers een keuze maken uit wat hier te zien was, hoe lang zouden ze uittrekken voor elk afzonderlijk werk? Er liep een man de zaal in, hij zette een paar stappen, keek om zich heen en verdween weer. Zelf stond ik voor een schilderij van Gerhard Richter. '1977', vermeldde het bordje, meer niet, Fuchs wilde dat we zelf onze verbeeldingskracht aan het werk zouden zetten en ik probeerde te formuleren wat ik zag en waarom ik mooi vond wat ik zag.

Drie vrouwen, sprekend met gedempte stemmen, maakten een rondje door de zaal, ze bleven het langst staan bij een Appel ('1994') en memoreerden de tv-documentaire waarin de schilder zich van zijn meest woeste kant had laten zien. In totaal brachten ze acht minuten in de zaal door. Een vader en zijn jonge zoon hielden het minder lang vol; ze keken even naar een Baselitz ('1977') en vervolgden hun pad. Een man in een roze-groen shirt dat wonderwel paste bij het werk van Richter, koos vier schilderijen uit - voor elk een minuut. Dat was veel, wist ik. Onderzoek van Amerikaanse en Nieuw-Zeelandse psychologen wees onlangs uit dat museumbezoekers gemiddeld 28,63 seconden naar een werk kijken. Raadplegen ze ook het informatiebordje, dan gaat dat grotendeels van de kijktijd af.

Ik vind dit allemaal heel zielig voor de onopgemerkte kunstwerken. En voor de bezoekers die misschien denken dat ze alles moeten zien en dus nergens naar kunnen kijken. Geef mij een museum met licht en ruimte en hier en daar wat onontkoombare kunst, dat lijkt me mooi.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden