Zielen kiezen

Geboeid kijk ik zondagsavonds laat naar het tv-programma ’Kijken in de ziel’. Het is geloof ik een herhaling maar voor mij is het nieuw. Avond. Herfst. De ziel roert zich. ’s Zomers en overdag lijken minder geschikte momenten voor de ziel, die het moet hebben van wat duisternis en contemplatie. De titel van het programma laat ons de keus, kijken de psychiaters, die daar in beeld zitten, in onze ziel, of wij in de hunne? Vast allebei. Wie wel eens met psychiaters en psychotherapeuten in aanraking is gekomen, wil graag meer van ze weten. Wat beroert die mensen die daar beroepshalve naar ons luisteren, begrijpend knikken, zo nu en dan een aanmoedigend vraagje stellen? Wat interesseert ze in ons? Dokter Rossi, de psychiater uit Gooise vrouwen, is een cliché, die man zegt helemaal niks, knikt en zucht slechts, maar een cliché dat ergens op teruggaat: psychiaters zijn niet de meest spraakzamen. Maar hier spreken ze zich uit. Over het nut van medicijnen. Over de noodzaak van mensenkennis. Van empathie. Of de psychiatrie een medische wetenschap is of niet. Of we inmiddels meer van de ziel te weten zijn gekomen. Een paar kennen we er, Christa Widlund, die als schrijfster Anna Enquist heet. Rudi van den Hoofdakker, de dichter Rutger Kopland. Bram Bakker. Maar psychiaters zijn geen mensen die vaak in beeld komen, ze doen hun werk op onze achtergrond. Een kwart van de Nederlanders schijnt in zijn leven een keer te maken te krijgen met een depressie of een angststoornis, het zijn niet onze meest trotse momenten en bijgevolg blijven ook de behandelaars vaak achter de coulissen verscholen. Ik was dertien toen ik mijn eerste exemplaar zag en sindsdien heb ik er een stuk of vier, vijf versleten. Ik werd er door de politie in Groningen naartoe gestuurd omdat ik gestolen had, stelende jongetjes waren rijp voor de psychiater. Natuurlijk wilde ik niet, welk kind wil er nu naar de psychiater, maar het moest. Ik had een identificatieprobleem, zei dokter Rümke, en wel met mijn vader. Hij wist er, denk ik nu, zelf ook raad mee. Hij was de zoon van de beroemde psychiater Rümke. En ik was de zoon van dominee Schouten. Je kiest je ouders niet en soms moet je tegen ze opboksen. Of ik het vervelend vond dat ik puistjes had. Zijn vraag treft me nog altijd als de bliksem. Natuurlijk vond ik het vervelend maar wat ging hem dat aan? Niks. Maar als ik ontkende geloofde hij het natuurlijk niet. Gaat wel, zei ik dus. En hoopte dat hij erover op zou houden. Hij was psychiater, geen dermatoloog. Geen beroepsgroep die zo onderhevig is aan de pogingen tot manipulatie van de patiënt, of cliënt zoals dat tegenwoordig heet, als de psychiater. Daar zit-ie voor hem te draaien, te zuchten, te liegen, te sublimeren, in het besef dat er dwars door hem heen gekeken wordt. Of toch niet? In ’Kijken in de ziel’ zitten bescheiden psychiaters, en eigenwijze, en pretentieuze, en gevoelige. Het lijkt wel een soort winkelen. Of de dader op het politiebureau identificeren. Op zoek naar een passende luisteraar. Zit die van mij erbij? Blijf kijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden